Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties5

‘Vrijwilliger kan welzijnswerk niet overnemen’

'Vernieuwend welzijnswerk is niet het vervangen van betaald personeel door vrijwilligers. De nieuwe rol van het welzijnswerk vraagt om competenties en vakmanschap die van vrijwilligers niet gevraagd mogen worden.' De werkelijke opdracht ligt volgens Pascal van Wanrooy, adviseur bij Aleato, in het versterken van de civil society. Van Wanrooy reageert op het interview met John Beckers (bestuurder van WIJ in Breda): ‘Geen voorbeelden van innovatie in welzijnswerk gevonden’.
‘Vrijwilliger kan welzijnswerk niet overnemen’

Het interview met John Beckers over het welzijnswerk in het Z+W magazine van april, spreekt mij aan. Het roept op om uit de slachtofferrol te komen die zoveel welzijnsorganisaties kenmerkt. Het wordt tijd dat het welzijnwerk weer trots is op haar werk en de meerwaarde ervan kan duidelijk maken. Niet alleen aan de opdrachtgevers maar vooral aan de burgers zelf. Een duidelijke missie en daaraan logisch verbonden activiteiten is de weg te gaan.

Het vervangen van betaald personeel door vrijwilligers is wat mij betreft niet per se vernieuwend welzijn. Dat een vrijwilliger het werk van de directeur kan doen is mogelijk waar, maar heeft niet meer maatschappelijke relevantie dan het drukken van de kosten. Tenzij we streven naar een maatschappij waar geld geen rol meer speelt.

Het geeft juist het signaal af dat welzijn door burgers gedaan kan worden in hun vrije tijd. Terwijl de nieuwe rol van het welzijnswerk om competenties en vakmanschap vraagt die je van vrijwilligers niet kunt verwachten. Iemand met een gebroken been gaat ook niet naar zijn buurman of een gepensioneerde huisarts die nog wel iets wil betekenen voor de medemens.

Het lijkt soms wel of de welzijnssector niet meer waarde voor zichzelf ziet dan het organiseren van activiteiten, het geven van informatie en het organiseren van praktische hulp aan kwetsbaren. En ja, dat kan mogelijk vooral door vrijwilligers worden gedaan. Echter, de werkelijke opdracht van welzijn ligt wat mij betreft in het versterken van de civil society. Het feit dat we hier geen fatsoenlijk Nederlands woord voor hebben is veelzeggend. Hier ligt de daadwerkelijke vernieuwing.

De civil society beschrijft de leefwereld waarin mensen in sociale verbanden met elkaar leven, samenwerken en tegenwerken. Binnen de leefwereld doen mensen dingen met en voor elkaar vanuit hun neiging om verbonden te zijn met anderen. Het zijn geen een op een verbanden maar complexe netwerken. Kernwoorden zijn vertrouwen, gelijkwaardigheid, wederkerigheid (niet te verwarren met ‘voor wat, hoort wat’),gedeelde identiteit en normen en waarden. Een sterke civil society (een samenleving die bestaat uit stevige sociale netwerken met veel dwarsverbanden) is zelfredzaam en veerkrachtig en minder afhankelijk van staat en markt. Dat is fijn voor een overheid die verantwoordelijkheid wil afstaan en minder fijn voor de welzijns- en zorgmarkt die klanten verliest. Maar nog fijner is het voor onszelf, want uiteindelijk ligt ons geluk in de verbinding met anderen.

De opdracht van het nieuwe welzijn is de civil society te versterken. Dat betekent het verstevigen van bestaande netwerken (bonding) en het bevorderen van verbindingen tussen netwerken (bridging) en het binnen de boot houden van die mensen die buiten ieder netwerk (dreigen te) vallen. De kunst is nu om zelf niet onderdeel te worden van die netwerken, en zeker geen essentieel onderdeel. Een welzijnsorganisatie die denkt dat zijn activiteiten essentieel zijn voor ontmoeting heeft zijn nieuwe opdracht niet begrepen. Mensen zijn zelf in staat zich te organiseren en eigen activiteiten te ontwikkelen. Zeker als zij daar de hulp van een professionele kracht bij kunnen inschakelen. Zelforganisatie leidt tot veel sterkere en duurzamere netwerken dan het bijeenkomen van ‘klanten’ op een activiteit georganiseerd door welzijn. Ook al hebben sommige klanten een actieve rol als vrijwilliger.

Het werk van de vrijwilliger lijkt haast heilig. En natuurlijk, heel veel mensen hebben profijt van hun inzet. Toch maak ik een kanttekening bij het traditionele vrijwilligerswerk als het gaat om het versterken van de civil society. Ten eerste zijn gelijkwaardigheid en wederkerigheid belangrijke voorwaarden voor sterke sociale relaties. In een situatie waarin de één (vooral) gever en de ander (vooral) ontvanger is wordt aan deze voorwaarden niet voldaan. Dit leidt tot zwakkere en daarmee minder duurzame verbanden.

Ten tweede zijn vrijwilligers altijd verbonden aan een organisatie en daarmee aan de systeemwereld. De vrijwilliger zelf heeft te maken met contracten, afspraken, verzekeringen en moet mogelijk een bewijs van goed gedrag overleggen, want zo werkt dat nu eenmaal in de systeemwereld. Deze formalisering van onderlinge hulp is voor veel mensen niet  aantrekkelijk en geeft niet het gevoel van de leefwereld. En natuurlijk: formeel vrijwilligerswerk zorgt ervoor dat organisaties altijd nodig blijven. Mooi voor de organisaties, jammer voor de leefwereld.

Ik pleit niet voor het afschaffen van vrijwilligerswerk of het activiteitenaanbod van welzijn. De civil society is nog lang niet krachtig genoeg om voor iedereen een fijne plek te bieden. En niet iedereen is in staat zich in de huidige civil society te handhaven. Een dergelijke situatie zal ook nooit bereikt worden. Waar ik wel voor pleit is een verschuiving van focus: het activiteitenaanbod en het formele vrijwilligerswerk zijn geen einddoelen maar signalen dat er nog veel valt te doen aan die civil society.

Het versterken van de civil society vergt vakmanschap en een heel scala aan competenties. Mijn ervaringen met het burenhulpproject TijdVoorElkaar zijn dat de professional broodnodig is om juist de sociaal kwetsbare groepen een plek te geven in dit wederkerige netwerk. Het lukt met vallen en opstaan maar het is zeker geen functie die door iedereen kan worden uitgevoerd. Gelukkig maar, zo heeft professioneel welzijn toch nog meerwaarde.

Pascal van Wanrooy, senior adviseur Alleato

Bron: Foto: ANP/Koen Suyk

5 REACTIES

  1. Lees alle reacties
  2. in mijn oorspronkelijke reactie (te lezen bij het verhaal van John Beckers) staat dat staat bepaalde taken niet aan vrijwilligers mag worden overgelaten. Helaas heeft de redactie dit vervangen in de zin dat de vrijwilligers dit niet kunnen. Dit is zeker niet mijn mening. Competenties worden niet bepaald of je er wel of niet voor betaald wordt.
    Een gepensioneerde huisarts kan nog prima vrijwilliger consult geven. Ik bedoel te zeggen dat we dat als maatschappij niet moeten willen.

  3. Ik heb met veel belangstelling het artikel gelezen van Pascal van Wanrooy. Ik vind dat hij in zijn artikel een grote scheiding legt tussen de professionele medewerker en de vrijwilliger. Hij geeft ook aan dat de vrijwilliger niet over de kennis beschikt, waarover de professional wel beschikt. Ik vind dit een zeer gewaagde uitspraak. Hij lijkt mij weinig op de hoogte van de kwaliteiten die vrijwilligers hebben. Ook beschrijft hij dat de vrijwilliger een onderdeel is van een organisatie en daardoor moet voldoen aan een heleboel eisen. De heer Wanrooij vergeet dat de professionele organisatie soms in een keurslijf zit van allerlei regels van de subsidiegever, prestatieafspraken en de organisatie moet “scoren”. Ik wil liever uitgaan van de stelling: De professionele organisatie kan niet zonder vrijwilligers en de vrijwilligers organisatie kan niet zonder professionele organisatie”. Ze moeten elkaar aanvullen en ondersteunen en gebruik maken van ieders sterke punten.
    Ed Schut
    Vrijwillig Coordinator Humanitas Thuisadministratie Assen

  4. Het is de hoogste tijd dat onze Welzijnsector de hand in eigen boezem steekt.
    Ik zou de heren,van Wanrooy en Beckers, willen aanbevelen het boek van filosoof, denker des Vaderlands, Hans Achterhuis DE MARKT VAN WELZIJN EN GELUK,nog eens te bestuderen.
    ISBN 90 263 2038 8.

  5. Ik aarzelde al een tijdje maar nu dan toch maar doen. ‘WIJ vervangt steeds meer beroepskrachten door vrijwilligers’, staat in het interview. Als ik het echt zo heb gezegd heb ik een dom moment gehad want het ligt veel genuanceerder. Mijn vaste tekst: ‘vrijwillig waar het kan, betaald waar het moet’.
    Deze oproep is tweeledig: een deel van het werk dat beroepskrachten doen kunnen vrijwilligers ook prima doen, en tegelijk moeten we zorgen voor deskundige mensen waar dat nodig is. Die deskundige mensen kunnen overigens vrijwilligers zijn. Doorslaggevend is niet het soort ‘dienstverband’ maar de kunde. En wat mij betreft beperken we dit niet tot welzijnswerk maar passen we dit toe in alle organisaties die collectief gefinancierd worden.
    Veel organisaties zetten vrijwilligers in ter ondersteuning van beroepskrachten. WIJ doet het al tijden andersom. Nu zetten we de volgende stap: het maakt niet meer uit wie wie ondersteunt, als we er samen maar plezier in hebben om onze klanten goed van dienst te zijn.
    Je opmerking dat vrijwilligers deel uit maken van de systeemwereld deel ik niet. DE systeemwereld bestaat niet. Elke organisatie is anders. Privé en werk lopen bovendien steeds meer door elkaar. En alle organisaties krijgen te maken met mondige medewerkers en met mondige klanten die via internet en sociale netwerken steeds meer regie naar zich toe trekken. Daar is geen organisatie, geen systeem tegen bestand.
    Ook de welzijnssector krijgt hiermee te maken. We krijgen een vorm van welzijn, schrijven we in het essay, “waarin de ontvangers, de klanten de baas zijn. Dat die klanten tegelijk co-producenten zijn, van hun eigen welzijn en dat van hun naasten, versnelt deze ontwikkeling alleen maar. De professionals worden dienende professionals”.
    De sturende welzijnswerker die de wereld voegt naar zijn hand, hoe goedbedoeld ook, past niet meer in deze tijd. De wereld en de mensen veranderen waar we bij staan.
    Ik vind het prachtig om te zien hoe bij WIJ vrijwilligers en beroeps door elkaar werken zonder dat je dat kunt zien. Dat het dus niet gaat om domeinen en grenzen, wie waarvoor competent is, maar om samenwerken, netwerken, verbinden. Met de klant als regisseur en co-producent waardoor ook hier de grens tussen zakelijk en privé verdwijnt. Wat die vrijwilliger en klant onder WIJ-vlag doen en wat ze onderling regelen is niet interessant. Zaak is dat ze samen aan de gang zijn. En dat we dit voor steeds meer mensen goed voor elkaar krijgen, en dan vooral voor de mensen die anders de aansluiting missen. Dat komt heel dicht bij jouw civil society. Lees over het WIJ-concept in mijn reflectie op WIJ (http://www.welzijn-21e-eeuw.nl/page/reflectie-1/#Het_concept_WIJ).

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.