Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Ben Koenen: ‘Professionals worstelen met Welzijn Nieuwe Stijl’

Ben Koenen, opbouwwerker en ‘sociaal projectontwikkelaar’, ziet veel valkuilen in de discussies rondom Welzijn Nieuwe Stijl. ‘Het idee dat bijvoorbeeld opbouwwerk en maatschappelijk werk wel door een sociaal werker uitgevoerd kunnen worden is een misvatting.’
Ben Koenen: ‘Professionals worstelen met Welzijn Nieuwe Stijl’

Ben Koenen is zelfstandig sociaal projectontwikkelaar en ondersteunt en ontwikkelt wijkprojecten. Hij heeft zo’n dertig jaar werkervaring in het opbouwwerk en ziet veel professionals met Welzijn Nieuwe Stijl worstelen. ‘De vraag waar we nu staan en welke kant het op moet houdt professionals continu bezig. Wat mij betreft laten we de term welzijn helemaal varen. Dat is een erfenis uit de jaren zestig, die vanaf het begin af aan omgeven was door vaagheid. Ik zou liever spreken van Sociaal werk Nieuwe Stijl.’

Bakens niet nieuw
De acht bakens van Welzijn Nieuwe Stijl onderschrijft Koenen, maar hij ziet ze niet als nieuw. ‘Hoewel ik vraaggericht liever als oplossingsgericht zou omschrijven. Als je de vraag achter de vraag weet, moet je vervolgens nog de oplossing formuleren. En erop afgaan en uitgaan van de eigen kracht deden we dertig jaar geleden natuurlijk ook al. Maar door alle regelgeving en protocollen hebben professionals wel te veel afstand genomen.’

Zuurstof
Kleinschaligheid is de kernwaarde voor succesvol sociaal werk, meent Koenen. Het succes daarvan berust in zijn ogen op drie voorwaarden: de burger centraal, ruimte voor de professional en een terughoudend management. ‘De burger centraal betekent dat je het beleid echt door bewoners laat bepalen. Daarnaast hebben professionals weer zuurstof nodig en lol in het werk, dus moet er een einde komen aan alle protocollen en bureaucratische handelingen. Daarin moeten ze de ruimte krijgen van het management.’

Valkuilen
Koenen ziet in de discussies rondom Welzijn Nieuwe Stijl ook valkuilen. ‘Het idee dat bijvoorbeeld opbouwwerk en maatschappelijk werk wel door een sociaal werker uitgevoerd kunnen worden is een misvatting. Die fout heb ik ooit als randgroepjongerenwerker ook gemaakt. Opbouwwerkers zijn niet voor hulpverlening opgeleid, dat is een vak apart. Het lijkt me dan ook niet goed om aan de specialismen te tornen. Er is vervolgens wel een buurtregisseur nodig die mandaat heeft om de inzet van deze specialisten op buurtniveau af te dwingen. Als die aansturing er niet is loopt het proces vaak dood.’
 
Collectieve ambities
Volgens Koenen barst het in Nederland van de goede projecten, maar is hooguit tien procent landelijk bekend. Zelf ziet hij de integrale aanpak van de Vogelbuurt in Apeldoorn als een recent voorbeeld van hoe het moet. Een wijkteam van opbouwwerkers, maatschappelijk werkers, woonconsulenten, sociaal cultureel werker, wijkagenten en buurtregisseur heeft hier huis aan huis de ambities van bewoners in kaart gebracht. Koenen: ‘Bewoners werden geïnterviewd over alle leefgebieden en gaven aan wat hun ambities zijn. Bijvoorbeeld of ze willen verhuizen, omscholing willen doen of zich voor de buurt willen inzetten. Individuele ambities kunnen worden gecombineerd tot collectieve ambities, bewoners gingen zich meer inzetten voor de buurt.'

Samenhang
Succes is afhankelijk van een samenhangende aanpak en langdurige inzet, betoogt Koenen. ‘Het project in de Vogelbuurt duurt in ieder geval nog vijf jaar. Gesprekken achter de voordeur vinden bewoners heel prettig, zo bleek. Professionals gingen niet op zoek naar problemen, maar naar ambities. Door er blanco in te gaan wisten we het vertrouwen van bewoners in de gemeente, in instanties en in elkaar geleidelijk weer te herstellen. Mensen wilden zich weer inzetten voor de buurt en voor elkaar. Er ontstond leven in de brouwerij.’

Grens zelfregie
Ook het project rondom een 55-plus-flat in Zwolle, ziet Koenen als een leerzaam experiment voor Welzijn Nieuwe Stijl. ‘We gaan op zoek naar de grens van zelfregie door bewoners. In hoeverre zijn ze in staat zelf Wmo-budget te beheren? In hoeverre kan een persoonsgebonden budget worden omgezet in een collectief gebonden budget, betaald vanuit Wmo-gelden en pgb’s van bewoners.’

In de flat
‘Mensen willen best voor elkaar zorgen, maar dat gebeurt niet automatisch. Sociaal werkers moeten dan wil middenin de buurt of flat aanwezig zijn om duurzame verbindingen te leggen. 25 procent van bewoners in de flat zijn allochtonen, die op taalgebied nog een flinke achterstand hebben. Sommige autochtonen willen zich wel als taalmaatje inzetten, maar daarbij is wel ondersteuning nodig. Dan leren bewoners elkaar weer kennen, ontstaat er respect. Dan pas zie je beweging ontstaan.’

Op 14 oktober 2010 organiseert Zorg + Welzijn samen met directeurenvereniging Verdiwel voor de 9de keer het Welzijnsdebat 'Eigen kracht, sociale stijging en de nieuwe professional'.

Meer nieuws in uw inbox? Klik hier voor de gratis Zorg + Welzijn  Nieuwsbrief. Voor meer achtergronden en opinies, neem hier een abonnement op Zorg + Welzijn Magazine.

 

Volg Zorg+Welzijn op Twitter >>




Foto

  • Ben Koenen: ‘Professionals worstelen met Welzijn Nieuwe Stijl’

Martin Zuithof

2 reacties

  • no-profile-image

    Jessica Spikker

    Ik ben het met Marc Rakers eens. Wat ik daarnaast tussen de regels door in het artikel lees is dat er werk aan de winkel is voor de SW-opleidingen. Het laatste weten we al geruime tijd en spelen daar binnen de opleidingen op verschillende momenten op in!
    Studenten van de verschillende opleidingen moeten leren samenwerken, ze moeten elkaars taal leren spreken en elkaar weten te vinden en te verbinden aan de (probleem)situatie.
    Hier op de Hogeschool Leiden is er een flinke discussie gaande over hoe en of we moeten inspelen op de welzijnswerker nieuwe stijl. Studenten hebben als eerste de neiging om afwijzend te reageren op breed opgeleid te zijn. Ze willen graag duidelijkheid, kaders en specialisme. Daarnaast vinden ze ' er-op-af' gaan ook eng en doen ze dat liever niet.
    Voor ons, de docenten, is het lastig bepalen, zelfs in samenwerking met het werkveld, wat de generalist nu moet kennen en kunnen.
    Ook is de discussie gaande of we 1 opleiding moeten worden (dus alle schotten tussen MWD, CMV en SPH weg) of niet? Zal het dan niet veel overzichtelijker worden, ook in het werkveld?

  • no-profile-image

    Marc Rakers

    Het feit dat het Koenen als randgroepjongerenwerker niet is gelukt om opbouwwerk met hulpverlening te combineren neemt niet weg dat Welzijn Nieuwe Stijl ook dringend vraagt om sociaal werkers nieuwe stijl. Generalisten die breed opgeleid en vaardig zijn, maar die ook weten wanneer een tweedelijns-specialist nodig is. De regisseur moet juist van 'binnenuit' te werk gaan en niet van bovenaf de specialisten willen regisseren; dat zien we nu al te lang foutgaan. Denk aan de zorgregisseurs, casemanagers en dergelijke. De generalist is aanwezig, werkt nabij, is deskundig, weet van verbindingen maken en empoweren/faciliteren.

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden