Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Nazorg gedetineerden voorkomt terugval

‘Wonen, werk en wijf’, de drie bekende W’s die van notoire criminelen brave huisvaders moeten maken. Nazorgorganisaties werken hard aan het vormgeven van deze - en andere - voorwaarden om recidive te voorkomen. Dat loont, blijkt uit recent onderzoek. En hoe langer de nazorg, hoe kleiner het risico op terugval.
Nazorg gedetineerden voorkomt terugval

Weer binding krijgen met de samenleving, daar draait het om bij de nazorgprogramma’s van Exodus, DOOR, Moria en Ontmoeting voor (ex-)gedetineerden. Ze bieden opvang en begeleiding bij het vinden van woonruimte en een baan, omgaan met geld, het herstellen of opbouwen van relaties en nadenken over wat het leven zin geeft. Maar voorkomt dat daadwerkelijk recidive? Dat vroegen de organisaties zich af. De Universiteit Leiden en het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie deden gezamenlijk een onderzoek.

Reclassering
‘Dit onderzoek geeft een sterke aanwijzing dat nazorgprogramma’s het risico op recidive verminderen. De organisaties kunnen hiermee laten zien wat de betekenis van nazorg is’, zegt hoofdverantwoordelijke onderzoeker prof. dr. mr. Martin Moerings, verbonden aan de Universiteit Leiden. ‘Onder de oud-bewoners van de vier nazorgorganisaties is de werkelijke recidive lager dan de voorspelde recidive. En die is lager naarmate bewoners langer aan het programma hebben deelgenomen.’
De resultaten zijn voor de nazorgorganisaties onder meer belangrijk omdat het soms lastig is de zorgprogramma’s te financieren. Voor bewoners die vanuit detentie of een voorwaardelijke straf gedwongen deelnemen (42%) betaalt Justitie de kosten. De overheid stelt echter geen geld beschikbaar voor mensen die hun gevangenisstraf erop hebben zitten en vrijwillig bij Exodus, DOOR, Moria of Ontmoeting aankloppen. Deze nazorg moet uit donaties worden bekostigd, want zowel bij de Wmo als de reclassering valt deze groep (31%) buiten de boot. Moerings: ‘Gelukkig betaalt de overheid sinds enkele jaren wel de opvang van een derde categorie: mensen die gedwongen met nazorg zijn begonnen en er, eenmaal uit detentie, vrijwillig mee willen doorgaan.’

Delicttype
Het onderzoek richtte zich op 1.448 oud-bewoners van de vier nazorgorganisaties. Hun recidivecijfers werden vergeleken met twee soorten algemene gegevens. Ten eerste met de algemene recidivecijfers van alle ex-gedetineerden samen. Ten tweede met de verwachte recidive: de mate van terugval in criminaliteit die je op grond van vijf specifieke kenmerken (leeftijd, geslacht, aantal eerdere veroordelingen, delicttype en geboorteland) had kunnen verwachten. Alle oud-bewoners kwamen meer dan één keer in aanraking met justitie, 17 procent zelfs meer dan twintig keer. Een groot aantal kampt met psychische problemen en/of verslaving.

De verwachte recidivekans van de oud-bewoners van de nazorgorganisaties was hoger dan die van de totale populatie ex-gedetineerden. Toch recidiveerden zij in de twee jaar na het verlaten van de organisaties 9,4 procent minder dan verwacht. Ook vergeleken met de werkelijk gemeten recidivecijfers van àlle ex-gedetineerden vervallen zij minder in criminaliteit. Van de oud-bewoners recidiveerde na twee jaar 49,3 procent, tegen 54,5 procent van alle ex-gedetineerden.

De resultaten zijn beter naarmate bewoners langer bij de organisaties verblijven en het begeleidingsprogramma volledig doorlopen. Zij die het programma afmaakten, recidiveerden twee jaar na het vertrek bij de organisatie het minst: 31,2 procent. Minder goed deden de vrijwillige deelnemers het die voortijdig stopten, bijvoorbeeld omdat ze ervan uitgingen dat ze geen hulp meer nodig hadden. Van hen recidiveerde 53,7 procent. Gedetineerden die gedurende het nazorgprogramma werden weggestuurd, vielen het vaakst terug (63,3%). ‘Deelnemers moeten weg als zij zich niet aan de regels houden, bijvoorbeeld door ongeoorloofd afwezig te zijn of door het gebruik van alcohol of drugs’, legt Moerings uit.

Verschillen
Tussen de vier opvangorganisaties bestaan ook verschillen. Hiervan doet Ontmoeting het het beste, terwijl Moria beduidend minder scoort. Hoe dat komt, is niet duidelijk. ‘Dat hebben we niet onderzocht. Wij hebben ons alleen op de recidivecijfers gericht, niet op de inhoud van de opvangprogramma’s, vaardigheden van begeleiders of wellicht toch verschillen in bewonersgroepen. Het zou goed zijn om dat in een vervolgonderzoek onder de loep te nemen’, zegt Moerings. Ook pleit hij voor onderzoek naar de effecten op lange termijn.

Meer nieuws in uw inbox? Klik hier voor de gratis Zorg + Welzijn Nieuwsbrief. Voor meer achtergronden en opinies, neem hier een abonnement op Zorg + Welzijn Magazine.

José van de Waerden/Fotografie: Robin Utrecht/ANP

Gerelateerde tags

Eén reactie

  • no-profile-image

    harrt

    Bij ex gedetineerden- die verslaafd zijn - die geen opvang hebben geen onderdak geen geld en geen eten is het vaak al mis voordat ze de hoek van de straat uit zijn.
    Want wat moeten ze? vanuit de penitentiaire inrichtingen wordt niets geregeld.
    Maar deze mensen zijn alles kwijt en dan is opnieuw beginnen geen optie. Ze zijn aangewezen op zichzelf en op vroegere contacten

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden