Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Gulay Alp, opbouwwerker: ‘Ik ben geen robot, dus het raakt me’

Vroeger deed ze niets anders dan bij Nederlandse vriendinnetjes spelen. Maar voor de kinderen die nu in Overvecht wonen, is het heel anders. ‘Als ik zie dat de moeders en kinderen gelukkig zijn, dan weet ik dat ik iets goeds heb gedaan voor de wijk.’
Gulay Alp, opbouwwerker: ‘Ik ben geen robot, dus het raakt me’

De samenhang in Overvecht is nu veel minder dan in haar kindertijd, vertelt Gulay Alp (42). Ze probeert bewoners weer met elkaar te verbinden, kinderen weer bij elkaar te laten spelen. ‘Ik ben niet altijd opbouwwerker geweest’, zegt Alp en steekt meteen van wal over hoe ze in het buurthuis in Utrecht Overvecht is terechtgekomen. ‘Ik heb jaren in Amsterdam een eigen kledingzaak gehad en was eigenlijk altijd heel commercieel bezig. Na de geboorte van mijn kinderen wilde ik iets anders. Ik heb mij omgeschoold tot opbouwwerker. Die omslag kwam doordat ik thuisbleef voor mijn kinderen. Dat was eigenlijk niets voor mij; ik was altijd een werkende vrouw. Ik wilde werken, maar tegelijkertijd voor mijn zoon zorgen. Ik voelde me geïsoleerd en zag dat probleem ook bij andere vrouwen. Ik wilde graag iets voor hen doen en besloot Sociaal Cultureel Werk te gaan studeren.’

Opvoeden
Voor haar stage kwam Alp terecht bij het Milieupunt in Overvecht. Daar werkte ze met bewoners samen en organiseerde ze activiteiten gericht op het milieu, zoals schoonmaakacties. ‘Maar ik merkte na vier jaar dat ik meer wilde. Ik ontving signalen van de buurtbewoners dat zij ook graag andere hulp wilden. Bij het opvoeden van hun kinderen bijvoorbeeld. Ik besloot bij Cumulus Welzijn te solliciteren.’
Alp is heel bekend met aandachtswijk Overvecht. Op haar achtste kwam ze met haar familie vanuit Turkije in de Utrechtse flatbuurt terecht. ‘We waren een van de eerste allochtone gezinnen. Ik weet niet anders dan dat ik bij Nederlandse vriendinnetjes speelde. Ik ben opgegroeid in de Nederlandse cultuur.’ De verandering naar Vogelaarwijk maakte ze bewust mee. Steeds meer allochtone gezinnen kwamen naar de wijk, vooral de laatste tien jaar. ‘Het is een verrijking, al die verschillende culturen. Maar vergeleken met vroeger kennen bewoners elkaar niet meer zo goed. Als er vroeger nieuwe buren waren, gingen we koffie drinken en hen welkom heten. Nu komen en gaan de gezinnen in zo’n snel tempo. De mensen weten niet meer wie hun buren zijn. De samenhang is weg.’

De opbouwwerker wil graag de mensen weer dichter bij elkaar brengen. Dat doet ze onder meer met het rugzakproject. ‘Daarmee stimuleren we kinderen om bij elkaar thuis te spelen. De bedoeling is dat twee kinderen op woensdagmiddag een rugzak met speelgoed meenemen. Vier op een rij, memory: spelletjes waarvan ze kunnen leren. Maar we hebben bijvoorbeeld ook een Playstation’, zegt Alp. ‘De rugzak is een middel om kinderen en ouders uit verschillende culturen bij elkaar te brengen. Aan het einde van de middag komt de moeder het kind ophalen en maakt zo kennis met de andere ouder. Veel ouders zien elkaar wel op het schoolplein, maar zeggen hooguit gedag. Nu zie je overal ouders met elkaar kletsen. Ze worden ook meer betrokken bij de school, want vanuit daar worden de rugzakjes uitgeleend. Zo wordt de drempel lager om de school binnen te stappen.’

Armoede
‘Als ik zie dat een project slaagt, dan is dat mijn waardering. Ik werk veel met vrouwen in de buurt. Als ik zie dat ze gelukkig en tevreden zijn, dan krijg ik echt het gevoel dat ik iets goeds heb gedaan voor de wijk, de kinderen en de moeders. Daar haal ik mijn voldoening uit, en dat geeft mij de motivatie om verder te gaan’, vertelt Alp.
‘Overvecht is een aandachtsgebied. Voorheen deed ik regelmatig huisbezoeken. Wat je dan allemaal ziet: armoede, eenzaamheid, huiselijk geweld. Soms is het moeilijk om afstand te nemen. Ik ben geen robot, geen machine, dus het raakt me wel. Dan blijf ik me afvragen hoe ik die mensen kan helpen, ook als ik thuis ben. Het is soms moeilijk om het van me af te zetten. Ik heb geleerd dat ik deze gevoelens moet parkeren, tegen mezelf moet zeggen: “Oké, ik kan het nu meteen niet oplossen, maar ik kom hier op terug”. Mijn werk heeft geen vaste tijden. Als een wijkbewoner helemaal emotioneel naar mij toe komt met een hulpvraag, dan kan ik niet zeggen: “Sorry, het is vijf uur, ik moet weg.” Dat kun je niet maken, je bent hier voor de mensen. En ik ben blij dat ik ze kan helpen.’

Alp is steeds op zoek naar vernieuwing. Zo heeft ze een gezonde kookgroep opgericht. ‘We hebben hier veel te maken met vrouwen en kinderen met overgewicht. Nu geven we samen met het Voedingscentrum een training. De vrouwen leren niet opnieuw koken, maar juist hoe ze hun eigen gerechten gezonder kunnen maken. Met minder zout, vet en roomboter. En als ze die training hebben gehad, kunnen de vrouwen ook aan anderen lesgeven’, vertelt Alp. Er is ook veel vraag naar een groep voor Turkse en Marokkaanse gescheiden moeders. ‘Het is heel moeilijk om in een roddelcultuur alleenstaande moeder te zijn. In een groep kunnen ze elkaar ondersteunen. Zij komen bij elkaar in het buurthuis en krijgen voorlichting over allerlei onderwerpen.’

Vertrouwen
‘Je houding, je uiterlijk, hoe je overkomt: dat is belangrijk in dit werk’, benadrukt Alp. ‘Ik heb gemerkt dat ik heel erg toegankelijk ben. Veel mensen vragen naar mij. Ik heb veel vrouwen geactiveerd. Ik laat zien dat ik naar hen luister en laat het aan hen over wanneer ze me iets vertellen. Ze krijgen mijn vertrouwen. Zo nodig verwijs ik ze door naar het maatschappelijk werk of andere hulpverlening. Dat kan voor van alles zijn. Als een vrouw wil werken aan haar taalkennis, opleiding of als ze hulp nodig heeft voor schulden. Het zijn niet de minste dingen.’

Nu het economisch zo slecht gaat, merkt Alp dat er steeds meer mensen voor hulp bij het welzijnswerk aankloppen. ‘Er zijn veel jonge mensen met schulden en mannen zonder werk. En dat heeft zijn weerslag op vrouwen. Die raken dan weer geïsoleerd. Uit schaamte durven ze niet meer naar buiten. Het welzijnswerk is noodzakelijk. Laatst bleek dat de vrouwen uit de groep een andere vrouw zes maanden hebben ondersteund, omdat zij geen geld had. Twintig vrouwen die bij elkaar kwamen, hebben voor haar gekookt en boodschappen gedaan. Zo’n groep zit bij ons. Dat maakt me trots.’ 

Dit artikel staat in Zorg + Welzijn Magazine nr 12, december 2010.

Alexandra Sweers/Fotografie Claudia Kamergorodski

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden