Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Welzijn Nieuwe stijl: geen nieuwe competenties, maar aandacht voor identiteit

‘Hulpverlenen is je cliënt leren om zijn problemen aan te pakken en zijn mogelijkheden te benutten’, zo staat in menig handboek te lezen. En zo zou ook de samenvatting van Welzijn Nieuwe Stijl kunnen luiden. Wat gaat er dan mis, dat er desondanks toch een professionele vernieuwing nodig is?
Welzijn Nieuwe stijl: geen nieuwe competenties, maar aandacht voor identiteit

Professionaliteit in de keten is een voorwaarde. Professionals bepalen zelf ‘wat’ en ‘hoe’. Daarvoor hebben ze een vak geleerd en onderhouden dat door collegiale toetsing, intervisie en bijscholing. Opdrachtgevers en organisaties sturen op het ‘waarom’ en ‘waartoe’. Zo zou het moeten, maar zo werkt het niet altijd in de sector welzijn.

Dit is een ingkekorte versie, lees het volledige artikel hier >>

Er is maar weinig budget voor professionele ontwikkeling en de aansturing van de professional is te weinig gericht op het versterken van zijn eigen verantwoordelijkheid. Dit is echter wel een voorwaarde, wil de professional zich kunnen richten op de ontwikkeling van zelfregie bij zijn cliënten. Typerend voor de cultuur in de sector is dat het programmabureau Welzijn Nieuwe Stijl niet alleen vaststelt òf, maar ook wèlke ondersteuning gemeenten en instellingen in dit kader krijgen.

De vraag achter de vraag
Hoe kunnen sociale professionals effectiever bijdragen aan de zelfredzaamheid van hun cliënten? Ook bij deze vraag is er een vraag achter de vraag: Wat staat de gewenste professionaliteit in de weg en wat kan helpen om deze barrières te slechten?

Eén antwoord is dat professionele vernieuwing vraagt om ruimte voor de professional (terecht als 8ste peiler geformuleerd). Dat begint niet op de werkvloer, maar is als de trap die je het beste van bovenaf schoon veegt. Zorg er dus voor dat beleid, opdrachtverlening, aansturing en controle op congruente wijze bouwen op de eigen verantwoordelijkheid van de schakels in deze keten.

Een ander antwoord is: aandacht voor de ontwikkeling van de professionele identiteit van de hulpverlener. Hoe hij zichzelf als persoon in het contact met zijn cliënt inbrengt, is belangrijker dan de methoden waarmee hij werkt, zo blijkt uit onderzoek. Wat breng je onbewust van jezelf mee in het contact, wat zijn je drijfveren, van welke overdracht en tegenoverdracht is er sprake, en waar wordt je in geraakt als een ander bij jou een reactie uitlokt? De vragen: wie ben je en hoe ben je zo geworden, spelen een belangrijke rol. En ook al is iedere hulpverlener uniek, in de praktijk blijkt maar een beperk aantal persoonlijkheidkenmerken een stempel te drukken op de effectiviteit.


De rol van de persoonlijkheid
Sociale professionals werken graag met mensen en hun problemen, en zetten zich graag in voor een betere maatschappij. Deze drijfveren passen bij een beperkt aantal persoonlijkheidstypen. Daardoor kan men zich bij professionaliseren, focussen op de volgende  kenmerken:

  • Hulpverleners helpen graag en vinden het daarom moeilijk om de verantwoordelijkheid bij de cliënt te laten. 
  • Hun inlevingsvermogen maakt dat ze snel voor een ander klaar staan. Daarmee verliezen ze gemakkelijk de greep op hun eigen agenda. 
  • Ze zijn vaak sterk betrokken bij de mens en bij processen, wat ten koste gaat van hun doel- en resultaatgerichtheid. 
  • De cliënt en de inhoud van het vak staan centraal. Aspecten van organisatie, strategie, financiering, economie en verantwoording staan minder op de voorgrond. 
  • Onderlinge verhoudingen en sfeer zijn belangrijk. Dit leidt tot de neiging om conflicten uit de weg te gaan en elkaar te sparen in plaats van aan te spreken.

Professionele vernieuwing
Het doel van de vernieuwing is een effectievere relatie tussen burger en hulpverlener. Dit vraagt om verandering van gedrag (‘direct er op af’) en verandering van attitude (gericht op de ‘eigen kracht’ en op de ‘vraag achter de vraag’). Hoe doe je dat? Wat heeft de professional nog te leren?

Aan competenties (kennis en vaardigheden) ligt het in de meeste gevallen niet. Het gedrag dat om vernieuwing vraagt wordt bepaald door overtuigingen (‘dit kunnen mensen niet zelf’), onbewuste drijfveren (‘willen helpen’), en waarden (harmonie en vrede). Deze factoren spelen vaak onbewust mee en maken deel uit van het ‘programma’ dat iemand al vroeg in zijn jeugd heeft ontwikkeld. Dat paste toen, maar voldoet vaak niet meer in het hier en nu. De omstandigheden zijn anders, net als de capaciteiten waarover de professional ondertussen beschikt.

En als het gedrag onbewust is gestuurd, blijven ook de effecten ervan onbewust of worden ontkend of op anderen geprojecteerd. Professionaliseren vraagt daarom om bewustwording en reflectie op deze dieper liggende elementen van de persoonlijkheid van de professional. Welzijn Nieuwe Stijl kan daarom niet zonder stevige impulsen op het gebied van supervisie, intervisie en training en ontwikkeling op identiteitsniveau van de professional.

Rob Olthof (organisatiecoach) en Cécile Collaris

www.soulide.nl

Alexandra Sweers

Eén reactie

  • no-profile-image

    Marco van Stralen

    In het artikel wordt vermeld:

    "Een ander antwoord is: aandacht voor de ontwikkeling van de professionele identiteit van de hulpverlener. Hoe hij zichzelf als persoon in het contact met zijn cliënt inbrengt, is belangrijker dan de methoden waarmee hij werkt, zo blijkt uit onderzoek. Wat breng je onbewust van jezelf mee in het contact, wat zijn je drijfveren, van welke overdracht en tegenoverdracht is er sprake, en waar wordt je in geraakt als een ander bij jou een reactie uitlokt? De vragen: wie ben je en hoe ben je zo geworden, spelen een belangrijke rol. En ook al is iedere hulpverlener uniek, in de praktijk blijkt maar een beperk aantal persoonlijkheidkenmerken een stempel te drukken op de effectiviteit."

    Hier kunnen we als beroepsvereniging van Beroepskrachten in de Wijkontwikkeling (voorheen de BON) geheel in vinden. Het zou een pleidooi ook kunnen zijn voor vehoging van salarissen voor de mensen op de werkvloer/meer ruimte voor hen en minder aandacht voor financiele injecties in het kader wat er boven zweeft in de overhead, etc. Vele organisaties kennen een enorm waterhoofd, dankzij fusies, etc.

    Daarnaast vormt het stuk een goede spiegel en dus reflectie naar veel werkers toe. In hoeverre geef ik als professional nu echt ruimte om daadwerkelijk talenten van de doelgroep goed tot wasdom te laten komen en ben ik niet teveel bezig met mijn eigen drijfveren?

    Marco van Stralen (voorzitter Beroepsvereniging voor Opbouwwerkers/Beroepskrachten in de wijkontwikkeling)

    p.s. meld je aan bij de linkedingroep "Wijkgericht Werken" en praat mee.

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden