Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Margot Scholte: ‘Maatschappelijk werk moet meer aansluiten op alledaagse leven’

Lector Margot Scholte pleit voor een herijking van de rol van het maatschappelijk werk. Donderdag houdt ze haar lectorale rede bij Hogeschool INholland over de kracht van maatschappelijk werk in de 21e eeuw. ‘De hulpverlening is nog te veel op de spreekkamer gericht.’
Margot Scholte: ‘Maatschappelijk werk moet meer aansluiten op alledaagse leven’

Margot Scholte is lector Maatschappelijk Werk aan de Hogeschool INHolland en senior projectleidster Beroepsontwikkeling bij MOVISIE. Al vanaf 1992 houdt ze zich bezig met de beroepsontwikkeling van het maatschappelijk werk. Sinds 2008 richt Scholte zich op de ontwikkeling van methoden en technieken van het maatschappelijk werk binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). 

De wet doet een groter beroep op de eigen verantwoordelijkheid van cliënten en vergt volgens Scholte een modernisering van de hulpverlening. ‘Maatschappelijk werkers moeten beter aansluiten bij netwerken in de omgeving van de cliënt, dienen meer aandacht te besteden aan het activeren van cliënten. De beroepsgroep kan zich meer generalistisch opstellen en beter aansluiten op het alledaagse leven van de cliënten.’

Kerntaak
De materiële hulp- en dienstverlening moet weer een kerntaak van het maatschappelijk werk worden, stelt Scholte. ‘De hulp dient verder te gaan dan de psychosociale hulpverlening, dus ook gericht te zijn op de materiële voorwaarden, bijvoorbeeld de activering naar werk. Het maatschappelijk werk kan nog beter inspelen op moeilijk bereikbare groepen, zoals de nieuwe kansarmen, dat wil zeggen op hun basale bestaansvoorwaarden. De hulpverlening is wel outreachender gaan werken maar is nog altijd te veel naar binnen, op de eigen spreekkamer gericht.’

Uitkering stopgezet
Scholte illustreert de nieuwe rol met een casus uit een recent consumentenprogramma. Voor het huis van een jonge moeder met een WAO-uitkering werd 180 uur gesurveilleerd. Ze werd ervan beschuldigd heimelijk samen te wonen en haar uitkering werd stopgezet. De vrouw maakte schulden, kon de huur niet meer betalen en kreeg al snel bezoek van deurwaarders en incassobureaus. Een rechter noemde het besluit haar uitkering stop te zetten hierop ‘onzinnig’ en draaide dat besluit weer terug.

Ervoor staan
‘Het maatschappelijk werk beperkte zich in deze zaak puur tot het toepassen van de regels; het hielp om de schulden te saneren, waardoor de moeder nog € 10 besteedbaar inkomen per dag voor haar en haar twee kinderen over had. De maatschappelijk werker in kwestie had voor de rechtvaardige belangen van de cliënt moeten gaan staan. Het gaat ook om het aanpassen van instituten aan de leefwereld van de cliënt, niet alleen om problemen in de logica van de instituten te wrikken.’

Schuldhulpverlening
De ‘poli’ voor schuldhulpverlening van de Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland zet stappen in de goede richting, vindt Scholte. ‘Idealiter is maatschappelijk werk vasthoudend en doelgericht vanaf het moment dat de cliënt met zijn schulden binnenkomt. De maatschappelijk werker neemt de cliënt aan de hand en leidt hem door het doolhof van de verschillende disciplines en stemt die op elkaar af vanuit het perspectief van de cliënt. Daarbij wordt de cliënt niet in de watten gelegd, dat wil zeggen er wordt ook iets van hem verwacht. De maatschappelijk werker zorgt met een combinatie van begeleiding en activering voor gedragsverandering. Zo voorkom je draaideurcliënten en het telkens weer opbouwen van problematische schulden. Mensen zijn dan beter in staat zich aan het leven in de marge te ontworstelen.

Professionele ruimte
Om aan de bestaansvoorwaarden van cliënten te kunnen werken is ook een betere verbinding nodig met andere eerstelijns professionals, zoals opbouwwerkers en psychologen. Alle beroepsgroepen binnen het domein ‘social work’ zouden veel meer van elkaar moeten leren, vindt Scholte. ‘De klacht dat de protocollen van het algemeen maatschappelijk werk daarvoor niet veel ruimte laten, lijkt me niet terecht. Er is veel meer vrijheid van handelen dan vaak gedacht. Als het puur om lichte psychosociale kwesties gaat moet je ook gewoon durven verwijzen naar de eerstelijns psycholoog. Tegelijk is er wel een uitbreiding van de eerste lijn nodig om echte ondersteuning in de leefwereld te kunnen bieden. Als het om collectieve kwesties gaat kan er nog beter worden samengewerkt met het opbouwwerk.’

Schakelende rol
In haar lectoraat wil Scholte de methodische basis van het maatschappelijk werk steviger onderbouwen. De methoden moeten beter aansluiten op de nieuwe doelgroepen, het signaleren van maatschappelijke issues en antwoorden helpen formuleren op bijvoorbeeld de gevolgen van de kredietcrisis. ‘Maar dan moet je als professie je zaakjes wel op orde hebben en voor anderen een serieuze gesprekspartner zijn. Je hebt daarvoor veel kennis nodig van andere beroepsgroepen, van de werkwijze, maar ook de manier waarop ze zijn georganiseerd. Huisartsen werken bijvoorbeeld op een hele andere schaalgrootte dan maatschappelijk werkers, dat levert nogal eens problemen op.’  Maatschappelijk werkers moeten vanuit deze kennis en kunde veel meer een schakelende rol pakken: neem het initiatief om de zorg en hulp om het cliëntsysteem te organiseren. 'Neem jezelf en je beroep serieus. Sta ergens voor', betoogt Scholte.

Links: Programma Lectorale rede Maatschappelijk Werk, Hogeschool InHolland en Projectleidster Beroepsontwikkeling bij MOVISIE

Meer weten? Lees dan ook de gratis Zorg + Welzijn Nieuwsbrief. Daarvoor kunt u zich hier aanmelden.

Bron: Foto: MOVISIE

Martin Zuithof

3 reacties

  • no-profile-image

    Ik vind het spijtig dat mw. Scholte onze beroepsgroep zo negatief neerzet. Kennelijk kent ze de praktijk niet, waar allang met alle andere disciplines wordt samengewerkt, evenals het eigen netwerk van klanten.
    Ben het met de andere respondenten eens, hoezo "moeten" ? Hoezo doorverwijzen van lichte psychosociale problematiek? Wat een flauwekul en uitholling van het AMW.
    We zijn juist altijd al de generalist bij uitstek, waar je met nagenoeg al je vragen en problemen terecht kan. Ook doen we allang aan pleitbezorging en belangenbehartiging en outreachend werken. Waarom 1 negatief voorbeeld eruit gepikt?
    Dat valt me tegen van iemand die beweert het beste met het (a)mw voor te hebben.
    Het riekt naar jezelf lekker extra profileren over de ruggen van de werkvloer heen, en dat heb ik al meer dan genoeg meegemaakt.
    Zelfverrijking heet dat, geloof ik.

  • no-profile-image

    Bartel van Gorcum

    Lichte psychosociale kwesties verwijzen? Dat lijkt me gaan goed idee. Daar kan je juist snel laten zien wat je voor mensen kunt doen. En erger voorkomen. Het lijkt mij geen goede keus om dan al te verwijzen. Er gaan al zo veel mensen van het kastje naar de muur. Verder lijkt me dit artikel niet voldoende informatief. Er worden stellingen overgenomen, zonder dat je echt kunt zien waar de onderbouwing vandaan komt. En "moeten" klinkt voor mij dan ook niet goed. Dat is waarschijnlijk jammer van de inhoud van het lectoraat.

  • no-profile-image

    Renate van den Bronk

    ''Moeten''?

    Het is niet aan mij om over de inhoud van dit artikel te oordelen. Ik ga ervan uit dat hier de mening van een inhoudsdeskundige gegeven wordt.
    Wat ik jammer vind is de toonzetting: het ''moeten''. Ik kan me voorstellen, dat dit niet uitnodigt om daadwerkelijk geinteresseerd te zijn in de inhoud en te onderzoeken wat eventuele mogelijkheden zijn om daar iets mee te doen. Jammer!

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden