Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

‘Voorlopig ben ik nog niet klaar in Tiel’

Een bouwkundig tekenaar die toevallig in de welzijnssector rolde en niet vies is van enige verzakelijking. Getekend: Henk de Jong, directeur van Mozaïek Welzijnsdiensten. ‘Het charmante van Tiel is dat het de problematiek van de grote stad kent. Maar dan zonder de hectiek.’
‘Voorlopig ben ik nog niet klaar in Tiel’

Door Ephraïm Patty - ‘Als directeur ben ik eindverantwoordelijk voor alles wat Mozaïek doet. Het ontwikkelen van strategisch en personeelsbeleid, zorgen dat procedures goed verlopen, netwerken onderhouden en zorgen voor de financiering en het initiëren van nieuwe projecten. Het komt erop neer dat ik vooral de voorwaarden schep voor onze medewerkers. Het is niet zo dat ik ’s avonds op straat sta tussen de jongeren en overdag met ouderen ga schilderen of zo.’

Spoorbouw
‘Van oorsprong ben ik techneut. Als bouwkundig tekenaar in de spoorbouw was ik onder meer betrokken bij de aanleg van de Zoetermeerlijn. Ook werkte ik mee aan de Kijfhoek, een deel van het traject van de Betuwelijn. Ik was toen net klaar met mijn studie en woonde in Utrecht, samen met vrienden die in het welzijn actief waren. Via hen ben ik de sector ingerold. Als 24-jarige begon ik als vrijwilliger nadat ik met mijn vrienden een jongerencentrum had opgericht. Er was toen een enorm gebrek aan welzijnswerkers. Het rijk deed van alles om mensen te stimuleren het welzijnswerk in te gaan. Gemeenten hadden veel geld te besteden. Ik werd eerst vooral gevraagd om te helpen met timmeren, schilderen en het aanleggen van elektriciteit. Maar er moest natuurlijk wel wat gebeuren in dat centrum. En zo werd ik aangesteld als hoofd vrijetijdsbesteding. Het welzijnswerk inspireerde me veel meer dan het werk als bouwkundig tekenaar. Zodoende ben ik weer een opleiding gaan volgen. Nadat ik een paar jaar als jongerenwerker in Wijk bij Duurstede en Utrecht had gewerkt, kwam ik weer terug bij het centrum dat we ooit hadden opgericht. Als eindverantwoordelijke heb ik daar toen 4,5 jaar gewerkt, voor we het sloten. Er waren op gegeven moment negen centra aan één gracht en herschikking was nodig. Ik heb het dus geopend en gesloten.’

Kruiskamp
‘Daarna werkte ik een paar jaar in Kruiskamp, in Amersfoort, en belandde uiteindelijk zo’n zestien jaar geleden in Tiel. We begonnen hier als een lokale welzijnsorganisatie, maar uit een marktanalyse bleek dat we de organisatie moesten verbreden om op termijn levensvatbaar te blijven. Sindsdien zij we ons actiever gaan profileren in de regio. We zijn nu in vijf gemeenten actief.

Ik kwam binnen toen deze organisatie ontstond uit een fusie van de stichting samenlevingsopbouw, een stichting gericht op ouderen en een stichting gericht op migranten. Die zaten al in hetzelfde gebouw. Voor de fusie kon een oude Marokkaanse man die wilde dammen bij samenlevingsopbouw terechtkomen. Van daar werd hij naar de ouderenorganisatie gestuurd, om vervolgens te worden doorverwezen naar de migrantenorganisatie op de verdieping erboven. Het eerste wat ik deed, was het weghalen van de schotten.’

Schoonmakers
‘Het leuke van een relatief kleine welzijnsorganisatie als Mozaïek is het schakelen tussen en communiceren met alle niveaus, praten met schoonmakers én burgemeesters. Alle medewerkers en hun partners ken ik. Daar hecht ik veel waarde aan. Ik vind het prettig dat ik ook uitvoerend in het welzijnswerk actief ben geweest. Veel problemen op de werkvloer zijn mij bekend.
Sinds we vaker in de regio actief zijn, merk ik dat daar andersoortige problemen zijn dan in Tiel zelf. De moeilijkheden van Tiel lijken meer op die van Amersfoort of Utrecht, maar dan zonder de hectiek. De gedachte dat dorpen idyllisch zijn, is flauwekul. Wel is er een heel rijk sociaal leven, zoals in Geldermalsen. En er is een hele lappendeken van verschillende welzijnsorganisaties in Rivierland: een grote versnippering van hele betrokken, gemotiveerde instellingen die vaak niet in staat zijn de handen ineen te sluiten.
Dat je als organisatie of groep op jezelf bent gericht, werkt belemmerend. Dat valt mij wel een beetje tegen. Dat gebeurt niet alleen in de regio, hoor, het komt op meerdere niveaus voor. Ik zag het ook voor de fusie hier in Tiel. Elk van de drie stichtingen vond de eigen identiteit belangrijker. Dat gaat soms ten koste van de kwaliteit.’

Woonwagenbewoners
‘Met de gemeente hebben we een goede zakelijke verhouding die steeds professioneler wordt. Gemeenten hebben zich erg verbeterd in de formulering van hun opdrachten. Het overbrengen daarvan was eerst nog een probleem. Niet dat ik denk dat aanbesteding het goede antwoord is op beter welzijnsbeleid, maar de verzakelijking hierin is wel een positief punt. Verder is het belangrijk dat projecten niet alleen een collegeperiode duren, maar na nieuwe verkiezingen kunnen blijven doorgaan. Continuïteit is belangrijk.’
Spijt van de overstap naar de welzijnssector heeft De Jong absoluut niet. ‘Er is veel veranderd in deze sector, het werk is veel professioneler geworden. Maar ik zie nog genoeg zaken die aandacht verdienen. De samenwerking met andere sectoren bijvoorbeeld. Of de woonwagenbewoners. Er is veel aandacht voor migranten en analfabeten. Daar is natuurlijk niks mis mee is, maar woonwagenbewoners worden vaak vergeten. Er loopt nu al drie collegeperioden een project een Tiel om jonge woonwagenbewoners naar school te laten gaan, maar de aandacht voor deze groep blijft summier. Voorlopig ben ik dus nog niet klaar hier. En ik heb nog veel lol in mijn werk.’

Dit artikel staat in het dubbele Zorg + Welzijn zomermagazine nummer 7/8, juli/augustus 2009

Bron: Fotografie: Claudia Kamergorodski

Ephraïm Patty/fotografie Claudia Kamergorodski

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden