Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

‘Met sommige straatjongeren komt het niet goed’

Hulpverleners moeten zich meer inleven in de straatcultuur. De interactie met deze jongeren zou meer het uitgangspunt moeten zijn dan alleen repressie. Dat stelt Frank van Strijen, schrijver van het boek: ‘Van de Straat – de straatcultuur van jongeren ontrafeld’. ‘Er is opvallend veel onkunde in de benadering van deze jongeren.’
‘Met sommige straatjongeren komt het niet goed’

Door Alexandra Sweers – Niet de gabbers met hun scooters op de hoek van de straat, of de rappers die in het winkelcentrum hangen domineren de straatcultuur in Nederland. De straatcultuur van nu ontstijgt etniciteit, zegt Van Strijen. ‘Het zijn jongens en meisjes die zich afzetten tegen regels en ze komen niet alleen uit achterbuurten. Ze hebben vaak een eigen taal, een mengelmoes van Marokkaans, Papiaments, Nederlands. En misschien wel het belangrijkst: ze hebben een enorm groot ‘wij-gevoel’.

Trucjes
Frank van Strijen geeft trainingen over het omgaan met deze jongeren aan professionals zoals jeugdwerkers, leerkrachten, agenten. Zelf heeft hij jaren gewerkt in de jeugdhulpverlening en als jongerenwerker in Spangen, Rotterdam. ‘Tijdens mijn trainingen merk ik dat professionals merken dat de oude methoden om een jongere te corrigeren geen hout meer snijden.’ Zijn ervaringen tijdens de trainingen waren reden om een boek te schrijven.

Kennis
Volgens Van Strijen ontstaan er gemakkelijk conflicten tussen de straatcultuur en de burgercultuur. ‘Die conflicten ontstaan omdat de jongeren vrijwel altijd benaderd worden vanuit de burgercultuur.’ Een voorbeeld: Een politieagent spreekt een individu aan in een groep jongeren. Hij wil het probleem één op één oplossen. Vervolgens voelt de gehele groep zich aangesproken, vanwege het wij-gevoel dat bij de groepscultuur hoort. De jongeren reageren dan zo buitensporig, dat er meer agenten bij worden geroepen. ‘Zoiets kan volledig uit de klauwen lopen’, zegt Van Strijen.

Apart
Wat volgens Van Strijen beter zou werken, is de jongere apart nemen of op een ander moment verder te praten, zonder de groep. Zoiets vereist inlevingsvermogen en kennis van hoe de straatcultuur werkt. In zijn boek geeft Strijen verschillende handreikingen om jongeren op een andere manier te benaderen.

Jasje
Een andere benadering door professionals is hard nodig, vindt de auteur. ‘Er bestaat een groep waar we in de toekomst nog een zware dobber aan zullen hebben.’ Van Strijen heeft het over de ‘cosmetische straatcultuur’ en de ‘intrinsieke straatcultuur’. Jongeren uit de eerste groep dragen de cultuur als een soort ‘jasje’. ‘Wanneer zij ouder worden en merken dat deze cultuur hun ontwikkeling in de weg staat, kiezen ze eieren voor hun geld’, aldus de auteur.

Wantrouwen
‘De intrinsieke groep bestaat juist uit jongeren die de straatcultuur van binnenuit beleeft. Zij zijn zelfs bereid alles te doen voor de groep en wantrouwen de maatschappij in hoge mate.’ We moeten dus niet denken dat het met deze jongeren dus automatisch wel goed komt, onderstreept hij. ‘Dan missen we boot.’

Voor meer informatie over het boek 'Van de Straat' www.jeugdenzo.nl en bestellen.

Meer weten? Lees dan ook de gratis Zorg + Welzijn Nieuwsbrief. Daarvoor kunt u zich hier aanmelden.

Alexandra Sweers

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden