Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Opvang in Friesland: goed beleid loont niet altijd

In de afgelopen vijf jaar is in Friesland succesvol beleid ontwikkeld op het terrein van de maatschappelijke opvang. Met inzet van onder meer de centrumgemeente, de instellingen, het zorgkantoor en het CIZ lukte het om op grote schaal ondersteuning te realiseren voor dak- en thuislozen, mensen in een crisissituatie en personen die op straat terecht dreigen te komen. Dit beleid staat door de ophanden zijnde herverdeling van de middelen voor de maatschappelijke opvang zwaar onder druk.
Opvang in Friesland: goed beleid loont niet altijd

Friesland moet maar liefst 2,2 miljoen euro inleveren. Hierdoor lopen veel sociaal kwetsbare mensen (opnieuw) het risico op straat terecht te komen en bovendien zou de druk op de voorzieningen in de grote steden weleens verder kunnen oplopen.

Het Friese beleid op het terrein van de maatschappelijke opvang heeft er in de afgelopen vijf jaar toe geleid dat het aantal uitzettingen door woningcorporaties in Friesland sterk is gedaald. Het aantal personen dat op straat slaapt, is verminderd en de overlast door druggebruik(ers) in de openbare ruimte is afgenomen. Het aantal cliënten dat gebruik maakt van de nachtopvang is van ruim vijftig naar gemiddeld dertig personen per nacht gedaald. In de opvangvoorzieningen is de doorstroming op gang gekomen. Veel cliënten gaan weer op zichzelf wonen met behulp van ambulante begeleiding.

Met inzet van sociale teams die in alle gemeenten in Friesland actief zijn, worden kwetsbare en zorgmijdende cliënten bereikt en wordt in veel gevallen ambulante hulp geboden. In Friesland is bovendien vanaf 2004 een deconcentratiebeleid ingezet dat als voorbeeld voor heel Nederland kan dienen. Uitgangspunt hierbij is dat voorzieningen over de gehele provincie worden gespreid om de opvang zo dicht mogelijk bij de eigen woonomgeving van cliënten plaats te laten vinden. Hierdoor ontstaat minder druk op voorzieningen in Leeuwarden en kunnen cliënten weer sneller een eigen sociaal netwerk opbouwen. Dit is mogelijk geworden door een provinciale herverdeling van gelden voor de maatschappelijke opvang en de inzet van middelen uit de AWBZ.

Friesland heeft met de sociale teams, een gespreid netwerk van voorzieningen voor maatschappelijke opvang en overal in de provincie de aanwezigheid van ambulante woon- en thuisbegeleiding een unieke infrastructuur opgebouwd. De G4 hebben voor hun succesvolle Plan van Aanpak kunnen profiteren van de ervaring en resultaten die in Friesland al eerder zijn geboekt. Het ontwikkelen van een dergelijke praktijk kost geld. Door erkenning vanuit het zorgkantoor dat ook cliënten van de maatschappelijke opvang gewoon recht hebben op begeleiding vanuit de AWBZ kwamen in voldoende mate middelen beschikbaar. Gewoon langs de reguliere weg van indicering en contractering. Friesland bouwde een “voorsprong” op, maar betaalt daarvoor nu de rekening. Een gelijkmatiger verdeling over het land maakt van Friesland nu de grootste nadeelprovincie.

Bij succesvol beleid blijft gelden dat verder moet worden gebouwd aan de vervolmaking van het beleid en het borgen van bereikte resultaten. Of zoals de Volkskrant stelde: er zijn minder daklozen, maar niet minder mensen met problemen die begeleiding en zorg nodig hebben, willen ze niet alsnog weer dakloos worden. Het inleveren van 2,2 miljoen betekent dat er 220 mensen minder per jaar kunnen worden geholpen het eigen leven op orde te brengen en te houden. Het betekent ook dat instellingen een jarenlang krimpbeleid moeten gaan voeren. Voor de motivatie, innovatie en de betrokkenheid van medewerkers in een toch al moeilijke sector is dit fnuikend.

Met de overblijvende middelen kan de maatschappelijke opvang een deel van het werk in stand houden. De samenloop echter met de pakketmaatregelen in de AWBZ, de invoering van eigen bijdrage regelingen, zorgzwaartebekostiging, wijzigingen voor cliënten met justitiële titel, et cetera brengt veel risico’s en onzekerheid mee voor de continuïteit van zorg. De huidige crisis versterkt nog eens de kans op het in problemen raken en uitvallen van mensen in economisch zwakke regio’s zoals Friesland.

De kans bestaat dat de klok in Friesland wordt teruggedraaid: de doorstroming stokt (omdat begeleidingsmogelijkheden ontbreken), de toestroom neemt toe (als gevolg van crisis en minder geld voor preventieve ondersteuning) en de overlast op straat (en daarmee gepaard gaande kosten) stijgen. Al met al loopt het Friese model mogelijk ernstige averij op door de negatieve effecten van de herverdelingsoperatie van de doeluitkering.

Door meer tijd te gunnen en minder drastische ingrepen kan Friesland werken aan alternatieve financiering, meer doelmatigheid en een duurzame (en -nog- zuiniger) praktijk. Komt die tijd en ruimte er niet, dan zal de herverdeling van opvanggelden in Friesland niet zonder gevolgen blijven voor mensen die het zelfstandig niet redden. 

Kees van Anken, directeur-bestuurder Zienn

Zienn is een organisatie voor maatschappelijke opvang in Friesland, Groningen en Drenthe. Er werken zo’n 400 medewerkers. Zienn ondersteunt mensen die thuis- of dakloos zijn, dat dreigen te worden of in een crisissituatie terecht zijn gekomen.

Wilt u ook een opinie insturen? Stuur dan een e-mail naar de redactie »

Kees van Anken

Eén reactie

  • no-profile-image

    Ellis van de Bilt

    Om inzicht te krijgen in de gevolgen van alle AWBZ-pakketmaatregelen voor kwetsbare mensen, is er een meldpunt met helpdesk: www.meldjezorg.nl.
    Bellen naar 0900-0401208 kost slechts 1 cent per minuut.

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden