Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

‘Onderzoek naar effectiviteit methoden in sociale sector belangrijk’

‘In de sociale sector verdwijnt veel kennis over goed onderbouwde methoden en interventies’, zegt socioloog Peter Rensen. Omdat er vaak gewerkt wordt met kortetermijnprojecten, raken succesvolle methoden daarna uit beeld. Een nieuw ontwikkelde databank moet dit voorkomen en een kennisfundament vormen.
‘Onderzoek naar effectiviteit methoden in sociale sector belangrijk’

Door Alexandra Sweers – Peter Rensen en zijn team van kenniscentrum MOVISIE onderzoeken de methoden die gebruikt worden bij de uitvoering van de Wmo. Het project heet ‘Effectieve Interventies in de sociale sector’ en omvat thema’s als sociale samenhang, mantelzorg en vrijwilligerswerk en activering.

Rensen: ‘We kijken naar wat bekend is over de effectiviteit van de methoden en gaan deze ook beschrijven. Dus: wat is het doel van de methode, wat zijn de middelen en hoe leiden de middelen tot het uiteindelijke doel.’ Deze omschrijvingen komen vervolgens in de databank.

Handjevol interventies
Het project Effectieve interventies gaat uit van 'evidence based werken', dat wil zeggen werken met methoden die wetenschappelijk effectief bewezen zijn. Een uitgangspunt dat bij critici in de sector soms nog weerstand oproept. Rensen: ‘Sommige professionals hebben er geen vertrouwen in dat wetenschappelijk onderzoek een bijdrage levert aan hun werk. Ze vinden het te duur en te tijdrovend. Of ze zijn bang dat ze straks maar met een handjevol interventies moeten gaan werken.’

Verschil
Volgens de socioloog is het juist belangrijk om wetenschappelijk onderzoek te betrekken bij de methoden die de professionals gebruiken. ‘Het is toch belangrijk te weten wat werkt en wat minder of niet werkt. In bijvoorbeeld de ggz, waar al langer onderzoek wordt gedaan, zijn daardoor al methoden door de mand gevallen’.

Ervaring
Tijdens de conferentie ‘Passend bewijs voor effectiviteit’, vorige week, bracht MOVISIE effectonderzoek onder de aandacht bij de professional. Bij deze manier van onderzoeken wordt een controlegroep ingezet om het effect te bewijzen, legt Rensen uit. ‘Je gebruikt een methode op een groep en je werkt ook met een controlegroep waarbij de methode niet toegepast wordt. Wanneer er een significant verschil is tussen beide groepen, heeft de methode effect. Daarbij sluit je allerlei toevalsfactoren uit.’

Uitgekleed
‘Het is belangrijk dat de sector weet dat effectonderzoek niet zomaar over de praktijk wordt uitgestort, maar juist in samenwerking met die praktijk wordt uitgevoerd. In het verleden werd evidence based werken nog wel eens heel uitgekleed toegepast. Daarbij werd de nadruk gelegd op wetenschappelijk bewijs van een methode en veel minder op de toepasbaarheid in de praktijk. Terwijl het gebruik van onderzoek juist moet matchen met de praktijk en de ervaring van de professional.’

Goed beeld
Eind 2012 zal de databank een goed beeld geven van effectieve methoden en interventies in de sociale sector, zegt Rensen. Zijn er gevolgen voor de werkwijzen die niet in de databank komen te staan? Rensen: ‘Nee, die kunnen er wel in komen, maar dan moeten de onderbouwing van de doelen en middelen wel duidelijk omschreven zijn.’ ‘Effectieve Interventies in de sociale sector’ maakt deel uit van het project 'Beter in Meedoen' en wordt door MOVISIE in opdracht van het ministerie van VWS uitgevoerd.

Meer weten? Lees dan ook de gratis Zorg + Welzijn Nieuwsbrief. Daarvoor kunt u zich hier aanmelden.

Bron: Foto: MOVISIE

Alexandra Sweers

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden