Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Blijven vechten tegen het stigma in De Bartjes

In de Bartjes in Den Bosch, landelijk bekend als de Graafsewijk, gaat nu alles ogenschijnlijk zijn gangetje. Een klein jaar geleden was dat wel anders, toen er na een SBS-uitzending over probleemwijken grootscheepse rellen uitbraken. Welke rol speelt welzijn bij het herstel van de leefbaarheid en het zelfvertrouwen?

Het is rustig in de Bartjes. Het wijkje ligt er zo op het oog wat slaperig, maar netjes aangeharkt bij. De huizen zijn er klein en het geheel van straatjes, woonerven, pleintjes en plantsoenen straalt een zekere gemoedelijkheid uit. Het zuidelijk deel van de wijk - met zo’n 1400 bewoners - is sinds begin jaren negentig grondig opgeknapt. ‘We zitten nu vooral met het onderhoud van de pleinen. Bewoners moeten daar zelf verantwoordelijkheid voor nemen en dat is lastig,’ vertelt opbouwwerker Wim Smeets, wandelend door de buurt.
Smeets praat honderduit: over het straatleven, de vroegere hangplek voor ouderen en over het nieuwe jeugdhonk dat binnenkort in een container wordt ondergebracht. In delen van de wijk was sprake van ‘een intimidatieklimaat’. ‘Je hebt criminelen die hun invloed op mensen uitoefenen. Of mensen die hun kinderen niet tot de orde roepen en daarop niet aanspreekbaar zijn. Anderen die dat wel doen krijgen dan een probleem, die slaan ze voor de kop.’
Op het Lariksplein grepen de gemeente en woningstichting de afgelopen jaren daarom hard in, schetst Smeets. Het plein stond bekend om zijn overlast en regelmatig werden nieuwkomers weggepest. Liefst negen woningen van bewoners die zich met criminele activiteiten als wietteelt bezighielden, werden ontruimd. ‘Bewoners oefenden druk uit op nieuwelingen om maar weer te vertrekken. Ze wilden liever familieleden in de huizen hebben.’ Ook in de nieuwere delen van de wijk heeft Smeets de nodige overlastproblemen meegemaakt. ‘Als in een huis iets gebeurt, heb je kans dat de hele straat zich er mee bemoeit. Mensen kennen elkaar en houden elkaar in de gaten.’
April 2005 sloeg de vlam in de pan. Na een SBS-uitzending over probleemwijken, waarin een bewoner bekende dat hij zich ooit aan een kind had vergrepen, braken er rellen uit in de Bartjes. Achteraf is de verklaring dat de aanstichters een afleidingsmanoeuvre uitvoerden. Ze keerden zich eigenlijk tegen de acties van woningbouwcorporaties en gemeenten, die de wijk al enige tijd in hun greep hielden: het oprollen van wietplantages en het uit hun huis zetten van de betrokken bewoners. Al eerder, in september 2000 deden zich de grootschalige rellen voor in de Graafsewijk, na een schietpartij waarbij de politie FC Den Bosch-supporter Pierre Bouleij doodschoot. Buurtcafé ‘t Bossche Huukske was in 1999 en 2004 het toneel van schietpartijen met dodelijke afloop en werd op last van de burgemeester Rombouts in oktober 2004 gesloten.
Naar aanleiding van deze affaires schreef journalist Dominique Elshout het boek ‘Onze wijk. Een volksbuurt in de vuurlinie’. Hij volgde het buurtleven ruim een half jaar lang, van september 2004 tot mei 2005. Elshout beschrijft de achtergronden van de relschoppers, moorden en de wietteelt vooral aan de hand van bestaand onderzoek. ‘De beroepscriminelen hebben zo hun belangen. Als je te veel dingen weet, kun je voor verrader worden aangezien. Dat zou gevaarlijk kunnen zijn.’Elshout schetst vooral een beeld van de wijk en kritiseert de rol van de diverse instanties, die in zijn ogen de meerderheid van welwillende bewoners weinig serieus nemen of blijven steken in het vergadercircuit. ‘Het is niet makkelijk, want er wonen ook lastige mensen in de wijk. De woningstichting doet bijvoorbeeld alsof ze de macht heeft. Aan de noordkant van de wijk hebben ze de problemen opgelost door de hele buurt te slopen.’
Met de sloop van tweehonderd huurwoningen is volgens Elshout het kind met het badwater weggegooid. Veel bewoners keren niet terug naar de duurdere nieuwbouw. ‘De buurt kende een sterke sociale samenhang, mensen hielpen er elkaar als er iets was. Het idee achter de herstructurering is dat het mengen van mensen van verschillende klassen stimulerend is voor de ontwikkeling van de oudere bewoners.’ Elshout wijst op onderzoek van de Utrechtse stadsgeograaf Ronald van Kempen naar de sociale gevolgen van herstructurering. ‘Zijn eerste bevindingen zijn dat bewoners uit verschillende sociale lagen niet bij elkaar op de koffie gaan, maar juist met de rug naar elkaar gaan toestaan.’

Harry Crielaars, directeur van welzijnsonderneming Divers, schetst een heel ander beeld van de sociale structuur in de wijk. ‘Daar was vaak geen sociale cohesie, eerder een combinatie van individualisme en sociale controle. De wijk was zeer homogeen samengesteld doordat mensen die elders niet pasten daar decennia lang werden gehuisvest. Armoede werd er generatie op generatie overgedragen. Iedereen moest zelf maar zien te overleven, men was wantrouwig naar de instanties toe. Niemand deed iets voor ze, was het gevoel.’
Vergeleken met de volkse sfeer van Barten-Zuid is de uitstraling van de Brede Bossche School De Graaf opvallend modern en open. Het gebouw, met een grote glazen gevel, lijkt meer op een bioscoop of een cultureel centrum dan op een basisschool. De school staat op de plek van het vroegere buurthuis van de Graafsewijk. De gemeente wilde onderwijs en buurthuis combineren, maar ruimtegebrek ging vooral ten koste van de buurthuisfunctie.
Ook het materiaalgebruik is niet wat veel bewoners ervan hadden verwacht, vertelt Wim Smeets. De school werd in 2002 opgeleverd als een grijze doos van kaal beton, staal en glas, maar heeft inmiddels een vrolijker rode voorkant gekregen. De ontmoetingsruimte voor wijkbewoners is niet veel groter dan een klaslokaal en ziet er dankzij de ruwe vurenhouten wanden eerder uit als een bouwkeet dan als een volwaardig wijkcentrum. De nog kleinere jeugdsoos moet het zonder ramen doen. Deze middag maakt de kaartclub gebruik van de ruimte. Oudere heren drinken een biertje en leggen een kaartje. Het kleine lokaal staat blauw van de rook. ‘Het idee achter de school was heel goed, maar de uitvoering viel nogal tegen,’ zegt jongerenwerker Kars van Eijck. Hij werkt in De Graaf aan buurtgerichte activiteiten als computerinloop, zaalvoetbal, soosavonden en alcohol- en drugspreventie. De meeste instellingen in de wijk zetelen niet in de brede school, maar in de verderop gelegen wijkwinkel De Kiek aan de Dageraadsweg. Hier houden het opbouwwerk, de sociaal raadslieden, het maatschappelijk werk, de woningstichting, de milieupolitie en de WVG-consulenten hun spreekuren.
Er moet gewoon meer ambulante jongeren- en opbouwwerk de wijk in, vindt Divers-directeur Crielaars. ‘Het doel van het opbouwwerk is niet te vertalen in prestaties als aantallen deelnemers of bijeenkomsten. Het is niks minder dan zichtbaar zijn op straat, rondlopen in die wijk, praten met mensen, mensen op zoeken, het oude handwerk kortom. Je hebt opbouwwerkers nodig die de bruggetjes slaan tussen al die individuen. Mensen binden.’ Belangrijk vindt hij ook dat de school ‘eindelijk eens’ wordt afgemaakt. ‘Als je de wijk sociaal wil heroveren moet je er wel positief in blijven investeren.’
De wijk wordt pas in 2013 vernieuwd, vult Wim Smeets aan. ‘Tot die tijd moeten we daar meer initiatieven krijgen, moet er weer leven in de brouwerij komen. Naar buiten toe moet blijken dat er vooral gewone mensen wonen die zich voor de wijk inzetten en niet alleen criminelen. Dat stigma moet ervan af.’
In de praktijk valt dat nog niet mee, weet de opbouwwerker ook. De meeste actieve bewoners gaven na de tegenslagen de afgelopen jaren de pijp aan Maarten. ‘Mensen worden moedeloos. Komt er bijvoorbeeld ergens een nieuwe lantaarn en een dag later is die al weer neergehaald met een slijptol. De bewoner in het leefbaarheidsteam was er overstuur van en zegt: “Ik doe hier niets meer, zoek het maar uit”. Maar je kunt niet iedereen over dezelfde kam scheren. Je moet de buurt niet opgeven.’

Administrator

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden