Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Netwerk Blue verlaagt drempel voor slachtoffers van huiselijk geweld: De vicieuze cirkel van schaamte

Slachtoffers van huiselijk geweld die nog niet toe zijn aan contact met politie of hulpverlening hebben een laagdrempelige voorziening nodig. In stadsdeel Westerpark in Amsterdam proberen vrijwilligers van het netwerk Blue deze onzichtbare groep te bereiken. ‘Niemand heeft grip op de vicieuze cirkel waar je in terecht komt.’

Als lid van de Gehandicaptenadviesraad hing ze met een medelid posters op. Een Marokkaanse vrouw benaderde haar en vertelde dat ze bedreigd werd door haar man. Die wist steeds weer haar geheime nummer te achterhalen. Voor Nicolette Besemer was dat het moment om een andere pet op te zetten: die van vertrouwenspersoon van het netwerk Blue. ‘Vanuit mijn werk bij de gehandicaptenadviesraad stapte ik even over naar de rol van Blue,’ aldus Besemer. ‘Ik heb met deze vrouw veel gepraat, haar hele verhaal helder op een rij gezet, een nieuw geheim nummer aangevraagd en uiteindelijk heeft ze aangifte gedaan bij de politie.’

Besemer werd zelf 22 jaar lang mishandeld door haar ex-partner en pikt als ervaringsdeskundige snel signalen van mishandeling op. In haar buurt - het Amsterdamse stadsdeel Westerpark - is ze actief op allerlei fronten. Ze geeft taalles aan migrantenvrouwen, zit in allerlei commissies in buurthuizen en is lid van de gehandicaptenadviesraad. "Omdat ik me tussen allerlei groepen vrouwen begeef, hoor ik vaak over huiselijk geweld."

Enorme kloof

Zogeheten sleutelfiguren van Blue maken in het stadsdeel onderdeel uit van een netwerk van vertrouwenspersonen die slachtoffers van huiselijk geweld op weg helpen naar de hulpverlening of het politiebureau. Vanuit hun werkzaamheden in bijvoorbeeld het buurthuis, op school of als cursusleidster signaleren deze vrijwilligers problemen en proberen die bespreekbaar te maken. ‘Zo’n laagdrempelige voorziening is hard nodig voor de groep slachtoffers die nog niet toe is aan professionele hulpverlening,’ aldus projectleider Mieke Mulder.

Blue - dat staat voor zowel blauwe plekken als een stralende blauwe hemel - is in januari van start gegaan in stadsdeel Westerpark. Hoewel er een steunpunt vrouwenmishandeling is, een veiligheidsoverleg en maatschappelijk werk, bleek de drempel voor slachtoffers te groot te zijn. ‘Het proces van erkennen dat je slachtoffer van geweld bent, is moeilijk. Als je naar de politie gaat om aangifte te doen of hulp zoekt heb je al een grote stap genomen. Juist dat traject dat daaraan voorafgaat, is moeilijk,’ aldus Mulder.

De behoefte aan een laagdrempelige voorziening was één van de uitkomsten van het veiligheidsoverleg in Westerpark. Mulder: ‘Daarnaast signaleert de politie steeds meer huiselijk geweld. Daaronder moet een laag van slachtoffers zitten die nog nergens komt. Veel slachtoffers - vooral allochtone vrouwen - weten de weg niet. Of ze denken dat het vanuit hun cultuur heel normaal is dat het gebeurt.’

Het idee is dat de vrijwilligers van Blue in contact komen met mogelijke vrouwelijke slachtoffers (er is gekozen voor alleen vrouwen, MvB). Dat kan tijdens de taalles zijn in het buurthuis, maar ook op de kindercrèche of in het winkelcentrum. De vrijwilligers dienen in ieder geval bekend te zijn als vertrouwenspersoon. Mulder: ‘Je kunt in het buurthuis vertellen dat je ook voor Blue werkt, vrouwen aanspreken als je denkt dat er iets loos is of visitekaartjes neerleggen zodat vrouwen minder zichtbaar contact kunnen zoeken.’

Maar ook bijvoorbeeld scholen, verloskundigen en huisartsen weten inmiddels waar de vrijwilligers van Blue voor staan. ‘Want ook voor hen is het vaak een grote stap om aangifte te doen, je zou het maar eens mis hebben. Nu weten ze dat ze een signaal door kunnen geven aan ons, zodat wij contact kunnen zoeken met een slachtoffer.’

Vrouwen die te maken hebben met huiselijk geweld staan vaak niet open voor hulpverlening. Schaamte speelt een belangrijke rol. Nicolette Besemer weet uit eigen ervaring dat de kloof tussen professionele hulp en het slachtoffer enorm is. ‘Ik kwam met smoezen, maar wel zwaar gehavend in het ziekenthuis terecht en wist zeker dat de artsen de smoezen niet geloofden. Toch zei niemand iets, ikzelf zeker niet. Dat geldt ook voor ouders en vrienden.’

‘Je bent het stadium van hulp zoeken op een gegeven moment gepasseerd. Je went eraan, je gaat het aan jezelf wijten. Logisch dat hij me slaat, ik ben niks waard, dat idee. Het ging zelfs zo ver dat ik dacht "wat zielig voor hem dat hij genoodzaakt is mij te slaan". Je komt in een vicieuze cirkel terecht waar niemand grip op heeft.’

Hulpverleners zouden contact met de slachtoffers moeten hebben voordat ze in deze fase beland zijn. Besemer: ‘Probleem is dat je niet naar het maatschappelijk werk gaat, zeker niet als je allochtoon bent. Het mag niet volgens de Koran, maar er wordt in de Arabische cultuur ontzettend veel geroddeld. En daar ben je als slachtoffer bang voor.’ Zelf probeert ze onder meer tijdens haar taalles aan migrantenvrouwen heel voorzichtig aandacht te geven aan het onderwerp. Op die manier kwamen er twee allochtone vrouwen na afloop van de les naar haar toe om te praten. ‘Als je op het goede moment met de goede vrouwen bij elkaar zit, komen de verhalen wel.’

In de acht maanden dat ze voor Blue werkzaam is, hielp ze vier vrouwen. Zoals een vrouw wiens dochtertje vier jaar lang niet sprak en wiens zevenjarig zoontje door zijn vader gedwongen werd zijn moeder te vernederen, precies zoals de vader zelf deed. Besemer: ‘Mijn taak is dan luisteren, vertrouwen geven en heel voorzichtig aftasten of ze toe is aan een volgende stap. In dit geval ging de vrouw weg uit Amsterdam.’

Geduld

Het project heeft geen opdracht meegekregen om een bepaald aantal slachtoffers te helpen. Het is vooral zaak om uit te vogelen of deze laagdrempelige aanpak werkt. Daarvoor krijgt het de tijd, want het stadsdeelbestuur heeft bepaald dat Blue in ieder geval nog een jaar kan doorgaan. Mulder telt zo’n drie à vier meldingen per maand. Het speciale telefoonnummer werd nog nauwelijks gebruikt, de slachtoffers kwamen in bijna alle gevallen in contact met een vertrouwenspersoon via het buurthuis, de kerk of taalles.

‘Er werd vooral gepraat, geluisterd, meegegaan naar een advocaat, iemand op weg geholpen naar de politie of doorverwezen naar maatschappelijk werk,’ aldus Mulder. Ze erkent dat juist de vrouwen - veelal allochtoon - die van hun man nauwelijks naar buiten mogen, niet bereikt worden. ‘Misschien dat we ze kunnen vinden als ze hun kind naar school brengen of boodschappen doen. Maar het is lastig juist deze groep te helpen.’

Ze wijst op een tweedehands winkel die voorheen als bliksemafleider fungeerde voor het kantoortje van een vertrouwenspersoon. ‘Vrouwen konden er onder het mom van winkelen hun problemen kwijt. Zo zouden wij ook moeten zijn, maar we hebben geen vaste plek waar we hen kunnen ontvangen. Ik heb mijn kantoortje, de vrijwilligers hebben hun eigen werkplek. Dan zouden we het hele concept anders moeten inrichten.’

Wat vrijwilliger Besemer betreft, kan het netwerk beter vormgegeven worden. ‘Elkaar ondersteunen, ideeën en ervaringen uitwisselen, dat mis ik. We komen eens per maand bij elkaar, maar vaak komt de helft niet opdagen. Het is inspirerender als je met acht vrouwen bent op wie je aan kunt. Dat is nu niet het geval. Daarnaast werk ik veel met Surinaamse en Antilliaanse vrouwen. Van hen hoor ik dat huiselijk geweld ook daar veel voorkomt. Ik zou meer over deze cultuur willen leren, dat zou ook via het netwerk kunnen.’

Ook projectleider Mulder loopt hier tegenaan. Twaalf vrijwilligers zijn van Marokkaanse, Turkse en Nederlandse afkomst, maar een Surinaamse collega wordt node gemist. Daarnaast merkt de projectleider dat het voor de vrijwilligers moeilijk is om de grens te bewaken tussen vertrouwenspersoon en crisisopvang.

Mulder: ‘Je kunt je heel makkelijk laten meeslepen door de emoties van een slachtoffer. Als je ’s avonds gebeld wordt door een huilende vrouw die roept "hij doet het weer, kom nu", moet je de politie bellen in plaats van zelf op de fiets stappen. Zonder dat er professionele hulpverlening aan te pas komt, moet je iemand horen en steunen.’

‘Het is belangrijk dat je veel geduld hebt. Om te kunnen begrijpen dat een slachtoffer niet komt opdagen, dat ze teruggaat naar haar man, dat het lang duurt voordat ze stappen onderneemt,’ stelt Besemer. ‘Als vrijwilliger bereik je vrouwen die professionals nooit zouden bereiken. Meeleven, meekijken, helpen, luisteren, contact houden.’/Mariëlle van Bussel

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden