Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Jongerenteam weekt probleemjeugd los van straatcultuur: Een wijkgerichte Glen Mills-variant

Het Jongerenteam in Utrecht-Noord biedt probleemjeugd de kans om op het rechte pad te komen. De methode, waarbij de jongeren positieve ervaringen opdoen in een hechte organisatie, werkt goed. ‘Vijftig procent valt niet in herhaling. Tachtig procent wordt er beter van. Zo gaan de schoolresultaten aanmerkelijk vooruit.’

Door Michel Verschoor - Donderdagmiddag vijf uur. In buurthuis Ons Ondiep lopen de leden van Jongerenteam Utrecht-Noord een voor een binnen. Jongeren van Nederlandse, Marokkaanse, Turkse en Antilliaanse nationaliteit melden zich en nemen plaats aan een grote ronde tafel. Als ook de laatkomers present zijn, pakt teamvoorzitter Yoessef de ledenlijst erbij. Hardop leest hij een voor een de namen voor.

‘Er zijn twee afmeldingen,’ meldt Youssef als hij de lijst weglegt. ‘Verder zijn we compleet.’ In de ruimte zitten elf jongens en een meisje. Ze staan in de buurt te boek staan als probleemjeugd. ‘Ze hebben meervoudige politiecontacten, veroorzaken overlast op straat of dreigen kopje onder te gaan door slechte schoolresultaten,’ zegt Cock Smeulders, politiecoördinator en initiatiefnemer. ‘Op advies van ouders, schoolbestuurders of politie hebben ze zich aangemeld bij het Jongerenteam.’

Met zinvolle dagbesteding proberen de begeleiders van het team jongeren uit het criminele circuit te halen en te houden. Deelname is vrijwillig of gaat via welzijnsorganisatie Portes in Utrecht of Bureau Jeugdzorg. Eenmaal ‘binnen’ gelden afspraken die strikt moeten worden nageleefd. Zo is er drie keer per week ‘meldingsplicht’. Op dinsdagavond voor themabesprekingen over bijvoorbeeld omgangsvormen, normen en waarden, criminaliteit, seksualiteit of geweld. En op donderdag en zaterdag voor surveillancewerk in Utrechtse winkelcentra. Jongeren die eerst zelf overlast veroorzaakten, bewaken daar als lid van het Jongerenteam nu zelf de openbare orde.

Smeulders: ‘Met straattoezicht willen we moeilijke jongeren positieve ervaringen laten opdoen. Dat gebeurt bijvoorbeeld als een winkelier een jongere complimenteert. Op die manier ervaren ze een andere identiteit. Dat kan positief uitpakken.’

Taken variëren van het aanspreken van fietsers en foutparkeerders tot het vinden van zoekgeraakte kinderen. Om tijdens surveillancewerk enig gezag te kunnen uitoefenen worden de jongeren professioneel uitgedost. Onder hun groene regenjassen met logo dragen de teamleden een identificatiepasje met politiestempel die ze op aanvraag tonen. En ieder koppel krijgt een portofoon uitgereikt.

‘Iedereen klaar voor vertrek?,’ maant groepsleider Youssef aan het einde van de plichtplegingen in buurthuis Ons Ondiep. ‘Mooi, let’s go’. Onder toezicht van twee agenten en twee welzijnswerkers loopt de groep naar buiten en stapt als herkenbare eenheid in een antieke ME-bus met bestemming winkelcentrum Overvecht.

Erkenning

In het kantoor van de particuliere winkelcentrumbeveiliging volgt een briefing. Beroepskracht Emin deelt instructies uit. ‘Wil iedereen zijn telefoon uitdoen en inleveren?’ Dan krijgt ieder surveillancekoppel een ‘straatnummer’. Naast de standaard surveillanceopdracht krijgen de jongeren een dagtaak toebedeeld. De voorzitter en vice-voorzitter zamelen bij de leden een ‘eurootje’ in voor het avondeten. Anderen gaan met dat geld naar de supermarkt voor inkopen. Ook de tafel dekken, opruimen en afwassen zijn onderdeel van het programma.

Sommige jongeren hebben vandaag dispensatie. Tarik en Richard halen hun schoolboeken uit hun tassen en gaan aan de slag met huiswerk. ‘We hebben morgen tentamen,’ zegt Tarik. ‘Dat is vandaag belangrijker voor ze dan de straat op gaan,’ verklaart Smeulders. ‘Straattoezicht is een middel, geen doel op zich. School gaat altijd voor. Maar ook als de jongens huiswerk hebben vinden we het wel belangrijk dat ze present zijn.’

Emin en Roel van welzijnorganisatie Portes voeren individuele gesprekken met de ‘achterblijvers’. Vaak gaan die gesprekken over doelen die de jongeren zichzelf hebben gesteld. Smeulders: ‘Als jongeren lid worden van het team vragen we ze kritisch naar zichzelf te kijken. Daarna kunnen ze zelf hun doelen verwoorden. Zo kunnen ze zich voornemen minder agressief te zijn of de schoolresultaten te verbeteren. Om deze persoonlijke doelen haalbaar te maken, knippen we ze op in weekdoelen.

Wie vooruitgang boekt en zijn dagtaken gedurende langere tijd goed uitvoert, kan een ‘level-gesprek’ aanvragen. Daarmee solliciteert een lid van het jongerenteam naar promotie. Leden stromen in op ‘level 1’. Na twaalf maanden lidmaatschap kunnen ze uitstromen op level 4. Naarmate het niveau stijgt, neemt het aantal taken en verantwoordelijkheden toe. ‘Vooral jongens die het maatschappelijk gezien het moeilijkst hebben, proberen we veel verantwoordelijkheid te geven,’ zegt Smeulders.

Groepsleider Youssef heeft ‘level 3’ bereikt. ‘Als voorzitter verdeel ik de dagtaken,’ vertelt Youssef. ‘En ik ben verantwoordelijk voor het groepsproces. Tijdens het toezicht in Overvecht fungeer ik als schakel tussen de surveillanceteams op straat en de politie. Ik ben Centrale Post, of CP. Meldingen over ongeregeldheden komen via de portofoon eerst bij mij binnen. Ik besluit of we assistentie inroepen bij de politie. Ook regel ik op deze manier de aflossing van teams op straat.’

Smeulders: ‘We geven jongeren verantwoordelijkheid zodat ze aan hun zelfvertrouwen kunnen werken. Bij de meeste jongeren merk je dat ze zich na verloop van tijd bewust worden van hun eigen kracht. Ze zien dat ze succesvol kunnen zijn en erkenning krijgen door de juiste keuzes te maken. Daarmee stellen wij de positieve impulsen van het jongerenteam tegenover de negatieve impulsen van de straatcultuur.’

Levenslessen

Voor de drie Jongerenteams in Utrecht is inmiddels een wachtlijst. Sinds de eerste opzet in 2002 zijn met inzet van gemeente Utrecht, welzijn, politie en Bureau Jeugdzorg in drie van de vier Utrechtse politiedistricten jongerenteams actief. Tientallen jongeren die crimineel gedrag vertoonden, zijn met goed gevolg uitgestroomd. ‘Vijftig procent valt niet in herhaling. Tachtig procent wordt er beter van. Zo gaan de schoolresultaten aanmerkelijk vooruit,’ zegt Smeulders.

Ook is volgens hem de overlast op straat afgenomen en heeft het toezicht in winkelcentra effect. Het Jongerenteam voldoet volgens hem aan de verwachtingen van de jongeren die thuis, op school of op straat problemen hebben. ‘Het is uitdagend en lidmaatschap dwingt zo langzamerhand respect af bij leeftijdgenoten. Ook levert deelname aan het Jongerenteam zakgeld op. Per uur aanwezigheid wordt, afhankelijk van het bereikte niveau, tussen de een en drie euro, uitgekeerd.

‘Het verschil met Glen Mills of Den Engh,’ legt de initiatiefnemer uit, ‘is dat wij een opvoedingsproject in de wijk zijn. De meeste heropvoedingprojecten die in de belangstelling staan, spelen zich af op afstand van de directe leefomgeving. Wij proberen de jongeren in hun eigen wereld levenslessen bij te brengen. Een ander verschil is natuurlijk dat veel jongeren zich vrijwillig bij ons aanmelden en dat er overleg en samenwerking is met de ouders. Bij projecten als Glen Mills worden jongeren na een veroordeling geplaatst en is er afstand tot de thuissituatie.’

Ook mogen de Utrechtse jongeren niet al te zeer zijn afgegleden. Smeulders: ‘voor alcohol- of drugsverslaafden, of jongeren die zware delicten als moord op hun geweten hebben, is bij ons geen plaats. Daarvoor ontbreekt eenvoudigweg de kennis. Wij zijn er voor de veelplegers, raddraaiers en notoire zittenblijvers met kans op bijsturing.’

Michel Verschoor

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden