Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Meisjesbesnijdenis: Eerst dialoog, dan aangifte

Minister Hoogervorst (Volksgezondheid) wil meisjesbesnijdenis bestrijden via preventie, controle en registratie. Verschillende deskundigen betwijfelen of zo’n sluitende aanpak snel effect heeft. Volgens Willibrord Weijmar Schultz, hoogleraar Obstetrie en Gynaecologie, verdient vrouwenbesnijdenis nog een paar generaties respijt. ‘Als je mensen te dicht op hun huid zit, kun je ze juist in hun oude gedragspatroon terugduwen.’

Nog deze maand moet de commissie ‘Bestrijding Vrouwelijke Genitale Verminking’ minister Hoogervorst adviseren over een sluitende aanpak. Meisjesbesnijdenis valt vanwege de aantasting van de lichamelijke integriteit onder het strafrecht. Hoogervorst verwacht een integraal advies dat aangeeft of en hoe de overheid die strafbaarheid kan handhaven. Hoe kom je besnijdenis op het spoor en hoe is vervolging mogelijk? Moet er een registratiesysteem komen? En hoeveel gevallen komen er eigenlijk voor in Nederland?

Op dit soort kwesties zijn op dit moment nog nauwelijks antwoorden. Volgens de website meisjesbesnijdenis.nl treft besnijdenis meer dan tachtig miljoen meisjes en vrouwen in de wereld, andere bronnen spreken van meer dan 120 miljoen. In twintig Afrikaanse landen komt het voor, evenals in sommige landen in het Midden-Oosten en in Azië. In landen als Somalië, Noord-Soedan en Mali worden meer dan tachtig procent van alle meisjes besneden. Vaak wordt nog de meest ingrijpende vorm van besnijden toegepast - infibulatie, het volledig wegsnijden van de clitoris en schaamlippen.

Over meisjesbesnijdenis in Nederland bestaan geen cijfers. De Somalische gemeenschap telt in Nederland zo’n 29.000 mensen, voor het merendeel vluchtelingen die hier kwamen als gevolg van de Somalische burgeroorlog die al sinds 1991 woedt. Er zijn aanwijzingen dat Somalische families geregeld meisjes naar het buitenland sturen om daar de ingreep te ondergaan. Sinds vorig jaar zijn deze elders uitgevoerde ingrepen door een wetswijziging van minister Donner (Justitie) ook in Nederland strafbaar. Sindsdien prevaleert de Nederlandse rechtsopvatting boven die van het land waar het feit is gepleegd.

Respijt
Toch stelt bijvoorbeeld Willibrord Weijmar Schultz, hoogleraar Obstetrie en Gynaecologie in Groningen, dat vrouwenbesnijdenis respijt verdient. Bij zijn inauguratie eind januari brak hij een lans voor voorlichting. Allochtonen moeten in zijn ogen een aantal generaties de tijd krijgen om het diepgewortelde cultuurgoed achter zich te laten. Maar dat kun je die meisjes van nu toch niet aandoen? ‘Het fenomeen op zich is niet acceptabel, geen misverstand daarover. Maar als je het wil veranderen, dan kost dat tijd,’ reageert Weijmar Schultz. ‘De allochtonen die hier komen, moet je de ruimte geven. Vergelijk het met de slavernij, we deden er eeuwen over om het af te leren. Dat is een soort tanker die langzaam van koers moet veranderen. Het zijn vaak jonge vrouwen, je moet met ze praten. Als je gedragsverandering wil, dan kost dat tijd. Als je ze te dicht op hun huid zit, kun je ze juist in hun oude gedragspatroon terugduwen. Je moet de ruimte nemen, de dialoog aangaan.’ Weijmar Schultz, van huis uit gynaecoloog, verwijst naar een onderzoek onder 432 Somalische vrouwen die in een Canadees ziekenhuis bevielen. ‘Daar staan de ervaringen van die vrouwen beschreven, die door ondoordachte opmerkingen onheus of verkeerd benaderd worden. Dan stopt de dialoog en dat is jammer. Mensen trekken zich dan terug en zeggen: "die dokter begrijpt ons niet". Dat is een gemiste kans.’

Een behandelend arts mag niet in een controlerende rol worden gedrukt, vindt Weijmar Schultz. Hij zal als gynaecoloog in voorkomende gevallen dan ook geen aangifte doen. ‘Dat mag u van mij niet verwachten, dat staat haaks op mijn rol als behandelend geneesheer. Er mag wel een apart controleapparaat komen, maar mij kun je dat niet vragen. Juist dat vertrouwen is de basis van de voorlichting die ik geef aan de vrouw die besneden is. Dan houd ik haar letterlijk een spiegel voor. Ik laat zien wat er gebeurd is en wat het betekent voor haar seksualiteit. Dat is voorlichting. Als je dat goed doet, heb je een basis gelegd voor later als die vrouw weer kinderen krijgt.’

Weijmar Schultz pleit voor de terugkeer van laagdrempelige eerstelijnsvoorzieningen die goede voorlichting kunnen geven, zoals de vroegere Rutgershuizen. Hij is enthousiast over de Journaal-reportage over de ‘Dag tegen genitale verminking’ (van 6 februari jongstleden). ‘Ik zag daar allemaal Somalische vrouwen staan. Dat is precies wat er nodig is, het moet van binnenuit komen. De regering moet die bijeenkomsten faciliteren en subsidiëren. Onlangs zag ik ook een verslag van een symposium van Marokkaanse vrouwen over uitgehuwelijkt worden. Fantastisch, dat is verandering. Dat is wat ik bedoel met respijt gunnen. Als je daar te hard op ingaat, denk ik dat je het hele proces een slechte dienst bewijst. Een Somaliër zei: "Als wij met respect benaderd worden, benaderen wij de Nederlanders ook met respect". Besnijdenis mag niet in Nederland, maar je moet niet een heksenjacht beginnen.’

Bespreekbaar
Voorlopig is meisjesbesnijdenis nog een taaie traditie, zegt Zahra Siad Naleie. Ze is sociologe en werkt bij Pharos (kenniscentrum voor vluchtelingen en gezondheid). Naleie coördineerde ook de campagnes tegen besnijdenis van de Federatie van Somalische Associaties in Nederland (FSAN). De druk van de Somalische families is onverminderd groot. De generatie van haar moeder wil per se blijven vasthouden aan de traditie. Naleie vermoedt dat het nog wel een decennium aan voorlichting kost om het fenomeen uit te bannen. ‘Ik heb vier meiden, die heb ik niet laten besnijden. Maar elke keer dat ik naar Somalië terugging, wilde mijn moeder dat ik het wel deed. Zij denkt dat het een voorschrift van de Koran is. Maar volgens mij heeft het helemaal niets met religie te maken. Ze schaamt zich ervoor dat haar kleindochters niet besneden zijn. Ik mag het van haar niet aan anderen vertellen.’

Vorig jaar maart ontving Naleie de Avicenna-prijs, voor haar strijd tegen besnijdenis. Naleie zet zich af tegen jaarlijkse controle, zoals Ayaan Hirsi Ali (VVD) die voorstelde. ‘Als je bij meisjes gaat controleren of ze besneden zijn, gaan heel veel mensen zich verzetten en is ons werk voor niets geweest. Een meisje steeds onderzoeken is voor haar ook traumatisch.’ Ook is ze het oneens met Mulki Hassan, verpleegkundige van Somalische komaf, die stelt dat artsen niet moeten schromen hun beroepsgeheim te schenden en aangifte te doen. Naleie vindt juist dat een hulpverlener niet meteen de politie moet inschakelen als deze constateert dat een meisje is besneden.

Hulpverleners moeten het onderwerp wel zoveel mogelijk ter sprake brengen. ‘Stel je voor dat een familie haar dochters wil laten besnijden, schakel dan een deskundige in. Praat met de familie. Het is vaak gewoon onwetendheid. Ze weten bijvoorbeeld niet dat het enorme gezondheidsproblemen kan opleveren. Moeders denken dat het goed is voor hun dochters, dat het nodig is voor de huwbaarheid. Stel dat een meisje net is besneden. Dan help je eerst dat meisje. Zij heeft een trauma, bescherming is belangrijk. Vervolgens moet je met de familie praten. Waarom hebben ze dat gedaan, wat is hun situatie? Uiteindelijk moeten de personen die er achter zitten wel straf krijgen.’

Sinds 1993 is besnijdenis in Nederland expliciet verboden, maar goede voorlichting bleef achterwege, vindt Naleie. Het voorlichtingsproject ‘Vrouwenbesnijdenis in Nederland. Van beleid naar praktijk’, dat FSAN en Pharos in 2000 startten, werd weer wegbezuinigd. Naleie zette het project op, met training van voorlichters en sleutelfiguren in de eigen taal en deskundigheidsbevordering van professionals. ‘Wetgeving is belangrijk, maar zonder voorlichting gaat het niet. Verbieden is simpel, maar je kunt die meisjes niet door repressie beschermen. Dat kan alleen door voorlichten van de ouders. Je kunt wel ouders in de gevangenis stoppen, maar volgens hun traditie hebben ze juist gehandeld.’

Het onderwerp ligt voor Somaliërs nog uiterst gevoelig. ‘Twintig jaar geleden was het alleen bespreekbaar binnen de familie, nu kun je er voorlichtingsbijeenkomsten over organiseren. Onder Somaliërs in Nederland groeit de twijfel. Ze beginnen in te zien dat de islam geen besnijdenis voorschrijft. Anderen zeggen: het is een soenna, een advies van de profeet. Dat is minder verplichtend. Islamgeleerden wijzen erop dat besnijdenis niets te maken heeft met de religie, maar een puur culturele gewoonte is. Een paar jaren geleden kon je die discussie niet voeren. Dat mannen en vrouwen er nu over praten is vooruitgang.’


Bron: Zorg + Welzijn, 29 maart 2005

Martin Zuithof

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden