Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Criminoloog Henk Ferwerda over de Amsterdamse Diamantbuurt: ‘Ketenaanpak? Dat blijft vaak een papieren tijger’

Bert en Marja verhuisden in oktober uit de Amsterdamse Diamantbuurt, nadat ze een jaar lang door Marokkaanse jongeren waren gepest. Hoewel de situatie in werkelijkheid veel minder zwart-wit lag, ontstond er een ongekende mediahype. Burgemeester Cohen gaf criminoloog Henk Ferwerda (Advies- en Onderzoeksgroep Beke in Arnhem) de opdracht een plan van aanpak te ontwikkelen. ‘Er zit al veel professionaliteit in die wijk. Die aanpak willen wij bundelen.’

Henk Ferwerda was niet bepaald geshockeerd toen hij voor het eerst door de Diamantbuurt in de Amsterdamse Pijp liep. ‘Ik dacht: dit is absoluut een mooi wijkje. Wel klein, dicht bebouwd, maar zeker niet verloederd. Ik ken hier in Arnhem wel mindere wijken. Maar vanuit de krant had ik het idee dat het een gribusbuurt was met dichtgetimmerde woningen. De Diamantbuurt is een gewone wijk, met wat grootstedelijke problematiek waar ook jongeren op straat bijhoren.’

De zogeheten Diamantgroep was minder groot dan in de media gesuggereerd werd, stelde Ferwerda vast in zijn onderzoek. Geen zestig, maar 31 jongeren veroorzaakten overlast. Op een enkeling na allemaal van Marokkaanse afkomst.‘Het is een gemiddelde groep. Geen gewone hanggroep, maar ook geen zwaar criminele groep. Als je op individueel niveau kijkt, heeft een aantal jongens wel het nodige op zijn kerfstok. Als groep geven ze overlast en een aantal moet je in persoonsgerichte strafrechtelijke trajecten zetten. Maar er zijn ook jongetjes die alleen meer zorg nodig hebben rond opvoedings- en schoolproblemen. Ik schrok er niet van.’

Onlangs presenteerde Ferwerda zijn plan aan de Diamantbuurt, bestaande uit een combinatie van een groepsgerichte, een situatiegerichte en persoonsgerichte aanpakken. Instellingen en politie werken samen in een integrale aanpak. Concreet gaat het om 22 actiepunten als: betrekken van ouders door het jongerenwerk, een eenduidige bejegening door de politie en het in beeld brengen van de nieuwe aanwas aan moeilijke jongeren. ‘Ik kijk altijd welke initiatieven er al zijn. Ik bedenk niet alleen nieuwe dingen, want er zit al veel professionaliteit in zo’n wijk. Die aanpak willen wij bundelen, en dit is dan ook helemaal geen wereldschokkend rapport.’

De Diamantbuurt werd een hype dankzij een Volkskrant-journalist die een huisvriend schijnt te zijn van Bert en Marja. Er komt een hele batterij hulpverleners per jongere, schrijft hij nu.

‘Die journalist schrijft alleen op wat hij er zelf van vindt. In oktober schrijft hij dat het zo’n groot probleem is en nu roept hij dat de overheid overdreven uitpakt. Ik begrijp het totaal niet. Wat ik hem kwalijk neem, is dat hij niet met de buren van Bert en Marja heeft gesproken.  ‘Twee oudere dames die vlak naast het echtpaar woonden, heb ik gevraagd: hoe erg is het nou? Eén van die dames zei: natuurlijk staan ze daar wel eens, maar we kunnen ze gewoon aanspreken. En als je ze vraagt de vuilniszak naar beneden te dragen, dan doen ze dat ook. In de pers hoorden we maar één kant van het verhaal.’

De sociale cohesie in de buurt is niet goed, schrijft u.


‘Instellingen hameren erop dat ze juist met de hele buurt aan de slag willen, niet met één groep. Als zich zo’n incident voordoet met al die media-aandacht erbij, dan komt de buurt onder een vergrootglas te liggen. Jongerenwerkers zeggen terecht: die Diamantgroep is er één, maar we hebben nog wel drie van die groepen. Dat is het vervelende van zo’n onderzoeksopdracht die zich beperkt tot één groep.

‘Het blijft wel een lastige buurt, met ik weet niet hoeveel nationaliteiten die het samen moeten zien te rooien. Maar er zijn veel betrokken bewoners. En een wildwest, zoals het in oktober leek, is het al helemaal niet.’

Het ontbrak aan coördinatie tussen welzijnsinstellingen en politie.

‘Daar heb ik mijn zorgen over uitgesproken. Die structuur was er gewoon niet. Essentieel is dat er iemand de regie mag voeren van de anderen. Dat er iemand de lijnen mag uitzetten. Vervolgens moet je ook gaan doen wat je met elkaar afspreekt. Dat laatste is erg lastig.’

Wat vindt u van het pleidooi vanuit het jongerenwerk voor een ketenaanpak?

‘Dat blijft vaak een papieren tijger. Prachtige woorden, maar wat is die ketenaanpak en integrale jeugdbeleid dan? Ik vind de termen prachtig, maar laat het zien. Per saldo heb je een gemeenschappelijk startpunt en een gemeenschappelijke analyse, en vervolgens hebben we 22 actiepunten binnen een methodiek. Maak dat maar waar. Je zit met een veelheid van organisaties met elk hun eigen methode en die moeten samenwerken. Denk maar niet dat het appeltje-eitje is.’

Werkten het straathoekwerk en het jongerenwerk dan niet goed samen?

‘Dat kon nog wel beter. Dat gebeurt nu ook. Er zou wat minder competentiestrijd moeten zijn. Streetcornerwork is in grote delen van Nederland al uitgestorven. Prijs je gelukkig dat je het hebt, dat is toch geweldig. Ze doen het nog goed ook. Ze zijn op straat, hebben contact met de doelgroep, en er zit een visie achter. Ze kijken naar de achtergrond van die jongeren, maar ze zijn ook heel straight. Jongeren die fout willen, gaan ze niet mee dealen.’

U waarschuwt nu voor stroperigheid in de samenwerking tussen instellingen.

‘Neem heel simpele dingen als de voetbalkooi op het Smaragdplein, daar wordt ’s avonds gevoetbald. Dat geeft herrie en overlast. Dan kun je bedenken dat je dat ding ’s avonds om acht uur afsluit. Maar hoe organiseer je dat? Welke organisatie moet dat doen? Daar moeten ze dan eerst over vergaderen en dan ben je weer vier maanden verder.

‘Ik ken een stad waar jongeren op een plek ontzettend veel rotzooi maakten. Er was helemaal niets voor ze. Daarom stelde ik voor dat ze een bankje krijgen met een prullenbak. Dat moet dan eerst door de schoonheidscommissie en de gemeentelijke molen. Het duurt een half jaar voordat er een prullenbak komt. Dat is Nederland, het is van een gekte waar je niet goed van wordt.’

Martin Zuithof

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden