Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Matthijs van Muijen (Divosa) over de reïntegratie van bijstandsmoeders op de arbeidsmarkt: ‘Inschakeling in de kinderopvang is flauwekul’

Bijstandsmoeders mogen best ingezet worden voor de kinderopvang mits zij hiervoor de professionele kwaliteiten hebben én er duurzame banen voor hen in de kinderopvang zijn. Dit stelt de landelijke vereniging Divosa in een reactie op plannen van staatssecretaris Van Hoof (Sociale Zaken). ‘Maar het belangrijkste is te achterhalen waar de wensen en kwaliteiten van deze vrouwen liggen, zodat ze in meerdere sectoren van de arbeidsmarkt inzetbaar zijn,’ aldus Matthijs van Muijen, procesmanager van de vereniging.

Door Anke Sprakel - Staatssecretaris Van Hoof stelt dat bijstandsmoeders met behoud van uitkering moeten worden ingezet in de voor- en naschoolse kinderopvang. Op zich is Divosa, vereniging van leidinggevenden bij Nederlandse overheidsorganisaties op het terrein van werk, inkomen en zorg, verheugd dat de landelijke politiek meedenkt over hoe sociale diensten mensen aan het werk kunnen krijgen. Maar de organisatie is kritisch over de trend dat telkens wanneer de overheid problemen bij de invulling van banen signaleert - zoals nu bij de kinderopvang - zij haar oog laat vallen op mensen met een bijstandsuitkering, in dit geval de bijstandsmoeders.

Van Muijen: ‘Van Hoof heeft aandacht voor de circa negentigduizend bijstandsmoeders. Het is belangrijk dat deze groep weer aan het werk gaat. Alleen de opvatting van Van Hoof is te beperkt. Hij stelt dat deze groep de kinderopvang moet gaan regelen. Dat doet geen recht aan de beroepsgroep. Immers: wil je zoiets gaan doen, dan zul je op zijn minst een opleiding moeten hebben gehad. Het is natuurlijk flauwekul te denken dat moederschap wil zeggen dat alle bijstandsmoeders ook professionele kinderopvang kunnen en willen bieden. Het is een aparte groep die in de bijstand zit. Sommige moeders hebben gezinsondersteuning nodig, sommigen zijn geschoold, anderen doen vrijwilligerswerk en weer anderen hebben dit allemaal niet.

De groep is veel te divers, die kun je niet zo maar voor de kinderopvang laten opdraaien?’
‘Sinds 2004 is iedereen die in de bijstand zit verplicht te solliciteren en algemeen geaccepteerd werk te aanvaarden. Dat betekent dus ook dat je moet werken als het enigszins mee zit. Maar het is een vreemde manier van beleidsvoering die Van Hoof er op na houdt. Hij stelt dat deze groep vrouwen verplicht kan worden dit werk te gaan doen. Maar als je kijkt naar de wetgeving, dan zijn zij verplicht te solliciteren. Als kwaliteiten en kwalificaties overeenkomen met die van de betreffende functie, dan pas mag sprake zijn van geschiktheid voor het werk dus ook van verplichte invulling van de vacature. Maar daar is hier helemaal geen sprake van. Het merendeel van de vrouwen heeft helemaal geen scholing gehad in de richting van kinderopvang of is onvoldoende gekwalificeerd. Van verplichting mag en kan dan geen sprake zijn.’

Wat moet er dan met deze groep gebeuren?‘Bijstandsmoeders moeten positief geactiveerd worden. Bijvoorbeeld door middel van scholing en andersoortig werk. Belangrijk is dat je een goede voorwaarden schept om arbeid en zorg te kunnen combineren. Juist als je de groep bijstandsmoeders kansen wilt bieden. Vaak zijn deze aangewezen op vrienden, kennissen en buren wat betreft de opvang van hun kinderen, als ze willen gaan werken. Een voorbeeld waar de vrouwen zouden kunnen werken, is bij TPG Post. Daar zoeken ze mensen die 15 uur per week kunnen werken, ’s ochtends of ’s middags. Deeltijdwerk is ideaal voor deze vrouwen. Een paar uur per dag werken. Als je eenmaal in de bijstand zit, kom je daar maar moeizaam en zeer langzaam uit. Vaak is voor veel vrouwen vrijwilligerswer een eerste stap, voordat de stap naar betaald werk in deeltijd wordt gezet.’

Hoe kun je daar als organisatie op inspringen?‘De werkgever moet ontvankelijk zijn voor deze doelgroep. Begin met het aanpassen van de werk- en vergadertijden. Dus niet nog eens na vier uur ’s middags een vergadering plannen. Daarnaast neemt een werkgever veel rompslomp en kopzorgen bij de vrouwen weg als zij zorg draagt voor de financiële afhandeling van de kinderopvang. Nu is het zo dat vrouwen het geld wel terugkrijgen, maar alleen als zij een berg papieren hebben ingevuld die vaak zeer ondoorzichtig is. Je hoort regelmatig van vrouwen dat het financieel regelen van opvang een belemmering is om aan de slag te gaan. En zorg als werkgever dat er per direct een kinderopvangplek geregeld kan worden. In feite moet je werken aan een cultuurverandering binnen de bedrijven. Werkgevers moeten zorgen voor een goede combinatie van arbeid en zorg. Dan komen de bijstandsmoeders makkelijker aan een baan en dat zal ook een positief effect hebben bij de ander werknemers.’

Welke rol is er voor de gemeente weggelegd?‘Gemeenten en overheid moeten het goede voorbeeld geven. Scholing is belangrijk, vooral voor laaggeschoolden. De sociale dienst heeft geld om aan reïntegratie en scholing te werken. Er zijn speciale Work First-trajecten. Dit zijn verkorte trajecten die gericht zijn op het vinden van een baan. Daarnaast moet de gemeente er voor zorgen dat er scholingsmogelijkheden zijn voor lager opgeleide vrouwen. Want ook die zitten in deze diverse doelgroep. En je hebt natuurlijk nog de groep vrouwen die liever bij hun kinderen blijven omdat die een zorgbehoefte hebben.’

Is er in het verleden te weinig aandacht geweest voor de bijstandsmoeders?‘Ja. Bijstandsmoeders zijn vaak krachtige vrouwen. Er ligt helaas een negatief stempel op hen. En dat ervaren zij zelf ook zo. Het is de moeilijkst bemiddelbare groep op de arbeidsmarkt. Sociale diensten zeiden zelfs tegen deze groep vrouwen “blijf lekker thuis”. Als je als sociale dienst door de overheid wordt afgerekend op je succes, dan zul je je eerst storten op groepen die het makkelijkst aan een baan te helpen zijn. En dan komt deze groep vrouwen pas als laatste aan de beurt.’

Wat moet er concreet gebeuren om deze groep aan de bak te krijgen?‘De caseloads van de consulent moeten drastisch naar beneden, waardoor de individuele aandacht voorop komt te staan. Hierdoor kun je achterhalen wat iemands competenties en kwaliteiten zijn. Heel simpel, tijd en aandacht geven. Niet wat je nu ziet - dossiervorming. Veel sociale diensten zetten daarvoor ook methodieken en instrumenten in als Work First of werk met behoud van uitkering. Dat kan alleen wanneer de competenties en vaardigheden aansluiten bij dat werk en er perspectief is op een professionele baan op de reguliere markt.’

Verlaging van de caseloads kost extra geld. ‘Als het kabinet dit echt belangrijk vindt, dan zal ze er geld in moeten steken. Tijd en aandacht geven aan de mensen in de bijstand kost geld. Niet alleen de sociale diensten zouden meer geld moeten krijgen - ook het verruimen van de mogelijkheden voor kinderopvang. Maar in plaats van meer geld, geeft het kabinet minder geld uit aan de gemeenten. Hierdoor frustreert zij het beleid van de gemeente en geeft zij een onduidelijk signaal. Je roept op om te gaan werken, maar je past de mogelijkheden daarvoor niet aan.’ ■

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden