Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Indicatoren voor de sfeer in verpleeg- en verzorgingshuizen: De aai van de zuster

Op geen enkele afdeling van demente bewoners in verzorgings- en verpleeghuizen is de sfeer goed. Dit bleek althans op de 37 afdelingen die door het Nivel onderzocht werden op de kwaliteit van de zorg. Oorzaken en mogelijkheden voor de sfeer in het verpleeghuis vanuit drie verschillende visies: de directeur, de verzorgende en de vrijwilligster.

Hoge werkdruk heeft een directe relatie met de sfeer op de verpleegafdeling. Op afdelingen waar medewerkers een hoge werkdruk ervaren, is de sfeer minder goed. Daar staat echter tegenover dat meer verzorgenden en vrijwilligers op de afdeling niet per se de sfeer verbeteren. ‘Wij denken dat de activiteiten die op een afdeling worden georganiseerd, bijdragen aan een goede sfeer. Dat kunnen heel eenvoudige dingen zijn als samen koffie drinken of uitgebreid ontbijten.’Dat concludeert onderzoekster Sandra van Beek van het Nivel (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg). In juli publiceerde het Nivel twee rapportages over de kwaliteit van de zorg. Opmerkelijk was de constatering van de onderzoekers dat op geen van de 37 onderzochte afdelingen voor ouderen met dementie de sfeer erg goed was.

Belangrijk is vooral de communicatie over hoe de verzorgende de tijd doorbrengt met de bewoners, constateert Sandra van Beek. ‘Als de medewerkers vooral bezig zijn met zorgen, hebben ze weinig tijd voor directe communicatie. Bij kleinschalige wooneenheden zijn veel huiselijke activiteiten impliciet in de zorgverlening opgenomen, zoals samen koken en samen eten. Dat is heel bepalend voor de sfeer.’ Ook in traditionele verpleeghuizen kunnen meer huiselijke activiteiten bijdragen aan een betere sfeer in de huiskamer, door de zorg anders in te zetten.
Voor de bewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen zijn zelfstandigheid, contact met familie en een zinvolle dagbesteding essentieel voor de kwaliteit van leven, zo blijkt uit het onderzoek. Hoe kan de instelling de voorwaarden scheppen om aan deze wensen te voldoen? Het zorgplan, waarin afspraken staan met de bewoners omtrent de zorg, maar waarin ook de wensen voor de leefwijze kunnen zijn opgenomen, vormt een goede basis. Daarnaast is het contact met de familie voor de verpleeghuisbewoner van levensbelang. Instellingen kunnen een gastvrije omgeving bieden waar bewoners met het bezoek kunnen zitten, meent Van Beek, bijvoorbeeld in een gezellig restaurant en in een aangeklede huiskamer.
Bewoners van vooral verzorgingshuizen, en in mindere mate verpleeghuizen, blijken zeer te hechten aan voortzetting van een nuttige maatschappelijke rol, die zij gewend zijn te hebben. Een instelling kan proberen daarop te anticiperen door bewoners bijvoorbeeld actief te betrekken bij het zorgproces en bij de organisatie van activiteiten.Cliënten gaven in het onderzoek aan veel behoefte te hebben aan ‘het praatje met de zuster’ en ‘de aai over de bol’. Instellingen kunnen gezamenlijke activiteiten tussen bewoner en hulpverlener bevorderen die het contact stimuleren, bijvoorbeeld samen eten. ‘Maar het gaat ook om aandacht voor de leefomgeving,’ oppert Van Beek. ‘Om een plekje op de afdeling waar bewoners zich even terug kunnen trekken. Om de tafel te dekken met een tafellaken en mooi servies.’
Kwaliteit van leven is meer dan enkel het gezondheidsaspect, betoogt Van Beek. In verpleeghuizen wonen mensen die ernstig ziek zijn en daar langdurig verblijven. ‘Dan moet je meer aandacht aan het welbevinden geven. Als je alleen op gezondheid inzet, doe je mensen tekort.’

De directeur
‘We moeten de uitstraling van het verpleeghuis veranderen van de traditionele ziekenhuisambiance naar een omgeving die is gericht op de woonbeleving van bewoners. Essentieel is daarvoor de attitude van de medewerkers. Het gaat niet om zo goed mogelijk de dagplanning rond te krijgen, maar om te kijken naar het individu, waar hij of zij vandaan komt, wat zij zegt, hoe ze heeft geleefd. Dat staat echter op gespannen voet met zo doelmatig mogelijk te werk te gaan.’
Het eerste wat aangepakt moet worden om de sfeer te verbeteren is de woonvorm, vindt Florent Vlak, lid van de raad van bestuur van een zorgkoepel van elf zorgcentra. Kleinschalig wonen, privacy en verbetering van de leefkwaliteit – in tegenstelling tot zorgkwaliteit – moet volgens Vlak de focus zijn in de verpleeghuiszorg. ‘Je kunt je afvragen of je een bewoner fysiek moet blijven activeren om te lopen, als ze liever in een rolstoel nog allerlei sociale activiteiten wil doen.’
Het welbevinden hangt nauw samen met de wijze waarop mensen wonen, de invloed van het gebouw en de voorzieningen. ‘Als contact met familie belangrijk is, maak bezoek dan aantrekkelijk. Het maakt nogal verschil of je een uur tegenover je demente moeder in een stoel tussen alle andere demente bewoners zit, of dat je moeder mee kunt nemen naar een gezellig restaurant beneden om een hapje te eten. De familie draait in zo’n open sfeer ook gemakkelijker mee op de afdeling.’
Het werkdrukprobleem is Florent Vlak maar al te goed bekend. Een oplossing heeft hij er niet direct voor. ‘Jarenlang is het budget bevroren, hebben we ingeleverd terwijl de zwaarte van de zorg steeds groter is geworden. Langzamerhand is er roofbouw gepleegd op de medewerkers, die steeds meer werk op hun bord krijgen.’
Vlak erkent dat er meer aandacht moet zijn voor de sociale context van bewoners. ‘Door leefstijldifferentiatie, mensen in groepen te plaatsen met dezelfde sociale achtergrond, bijvoorbeeld agrarisch, stedelijk, geloofsgebonden, proberen we aan te sluiten bij hun leefwijze en het bijhorende dagritme. Het is toch iets anders als je gewend bent klassieke muziek te beluisteren en je komt in een huiskamer waar André Hazes uit de radio schalt.’


De verzorgende
Openheid is heel bepalend voor de sfeer op de afdeling, zegt Riny Zandbergen. Zij werkt 32 jaar in de ouderenzorg. ‘Ik ben als zorgcoördinator altijd bezig met observeren en signaleren wat er op de afdeling gebeurt. Als er iets is, moet je daar direct wat mee doen.’ Riny werkt op een afdeling met 29 bewoners, verdeeld over twee huiskamers. ‘Wij willen het zo gezellig mogelijk maken, dat is ons stokpaardje. Elke dag gaan de mensen onder de douche. Het zijn psychogeriatrische bewoners. De mensen zijn lekker schoon, dat knuffelt makkelijker en je ontdekt ook eerder afwijkingen en wondjes.’
Er gaat geen dag voorbij dat mensen geen aandacht krijgen. ‘We drinken koffie in de huiskamer, nemen een bewoners mee voor een sigaretje buiten, we eten samen. Vooral bij de dames merk je dat ze het vervelend vinden dat hun haar niet goed zit. Nou, dan zetten we gewoon de krulspelden in. Het zijn kleine dingetjes, die doe je gewoon.’
Belangrijk is dat medewerkers meedenken over wat er op de afdeling kan gebeuren, vindt Zandbergen. Dat er gelachen wordt, de verzorgende de tijd neemt om de familie op te vangen als moeder is overleden. ‘Wij zijn pas op vakantie geweest met een paar bewoners. We hebben gegourmet, ze vonden het heerlijk. Ik ga dus volgende weer een gourmetstel kopen voor de afdeling.’
Werkdruk is er natuurlijk ook. Maar dat zijn op te lossen problemen. ‘Het is ook maar hoe je daar mee om gaat. We stonden deze zomer door omstandigheden met veel te weinig mensen op de afdeling. Dan betrekken we familie en vrijwilligers er meer bij om te helpen. Het is ook een kwestie van schouders eronder, even ertegenaan en we zien elkaar straks bij de koffie weer. Mijn maatstaf is: als ik dement zou zijn, dan zou ik willen wonen op de afdeling waar ik werk.’


De vrijwilligster
‘Het liefst zou je de bewoners als ’t zonnetje schijnt allemaal buiten neerzetten. Daar hebben ze behoefte aan. Maar je hebt geen 240 mensen om achter die rolstoelen te lopen.’ Riet Lelieveld, 69 jaar, is al bijna tien jaar vrijwilligster bij Humanitas in Rotterdam. De gezellige sfeer in het verpleeghuis is volgens haar de belangrijkste oorzaak dat bewoners, hun familie, het personeel en de vrijwilligers zich er thuis voelen. De familie kan lekker in het restaurant koffie drinken en dineren, ‘Je krijgt nog korting ook’.

Buiten de huiskamers worden elke dag activiteiten georganiseerd voor de bewoners. En er staan veel vrijwilligers klaar om met de mensen samen iets te doen. ‘We gaan met de bus uit, we maken plezier, moet je zien hoe dat busje dan heen en weer gaat als we beginnen te zingen. Als een bewoner naar een winkel wil, dan gáán we gewoon. Als je ziet hoe dankbaar die mensen dan zijn, dat maakt het gezellig, dat maakt het goed.’ Op de afdelingen zelf is het vaak te druk voor veel aandacht voor de bewoners, weet Riet. Vooral op de psychogeriatrische afdelingen. ‘Het verzorgend personeel heeft het veel te druk en met al die bezuinigingen wordt dat steeds erger. Aandacht geven is ook individueel bepaald, de een kan liefdevolle aandacht geven, de ander werkt alleen voor het geld.’

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden