Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Huub Isendoorn, voorzitter Stichting VraagWijzer Eén-loket: ‘Zonder ondersteuning komt het beleid van Ross in gevaar’

Met de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning krijgen gemeenten meer de regie en verantwoordelijkheid voor wonen, zorg en welzijn aan burgers. Gemeenten zouden er volgens staatssecretaris Ross goed aan doen één loket in te richten voor deze diensten. Tegelijkertijd is het project VraagWijzer, dat hierbij ondersteuning bood, beëindigd. Reden voor twee wethouders om dit zelf te organiseren.

Burgers worden nog te vaak van het kastje naar de muur gestuurd met vragen over zorg en ondersteuning. Gemeenten kunnen dat voorkomen door één loket in te richten voor wonen, zorg en welzijn. In de beleidsbrief over de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), die per 1 januari 2006 van kracht moet worden, benadrukt staatssecretaris Ross het belang van zo’n loket nog eens extra. Tegelijkertijd heeft het ministerie van VWS per 1 januari dit jaar het project VraagWijzer gestopt. VraagWijzer was het enige project binnen de rijksoverheid dat zich - sinds begin 2000 - met succes heeft gespecialiseerd in de één loketontwikkeling van gemeenten op het terrein van wonen, zorg en welzijn. Met de invoering van de WMO in het vooruitzicht had de staatssecretaris geen slechter moment kunnen kiezen, meent de Almelose wethouder Huub Isendoorn. Samen met Leo Suijker, wethouder in Pijnacker-Nootdorp, nam hij het initiatief tot de oprichting van de Stichting VraagWijzer Eén-loket. ‘Als gemeenten niet worden ondersteund bij de één loketontwikkeling, komt het beleid van Ross in gevaar,’ aldus Isendoorn.

Wat is het doel van uw stichting?
‘Vasthouden wat in gang is gezet met het project VraagWijzer van VWS. Het is onbegrijpelijk dat juist nu dit project is gestopt. Net nu de Wet Maatschappelijke Ondersteuning eraan zit te komen en gemeenten verantwoordelijk worden voor veel nieuwe taken op dit gebied. In de beleidsbrief over deze nieuwe wet staat zelfs dat één loket voor deze diensten een onontbeerlijk instrument is voor gemeenten. Om te voorkomen dat mensen steeds van het kastje naar de muur worden gestuurd, zoals volgens een onderzoek van de consumentenbond nog dikwijls het geval is.’

Er wordt al jaren gepraat over één loket voor wonen, zorg en welzijn. Pas een handvol gemeenten heeft zo’n loket. Is het dan niet logisch dat het ministerie tegen gemeenten zegt: zoek het nu zelf maar uit?

‘Nee, daar ben ik het absoluut niet mee eens. Een aantal gemeenten hebben hun zaakjes goed op orde. Maar het is niet zo dat er elders niets is gebeurd. Nog zo’n 250 tot 300 van hen zijn volop bezig met het opzetten van zo’n loket of het verbeteren ervan. Dat enthousiasme moet je vasthouden. Vergeet niet dat gemeenten met forse bezuinigingen te maken hebben. Ze moeten snijden in personeel. Uitbreiding van deze loketten komt daardoor in het gedrang. Als je nu de ondersteuning laat versloffen moet straks overal opnieuw het wiel worden uitgevonden. Dat kost kapitalen. Dat zou zonde zijn van al het werk. Zeker met de invoering van de WMO kunnen gemeenten niet zonder één loket voor wonen, zorg en welzijn. Het is nog volstrekt onduidelijk wat die wet voor gemeenten gaat betekenen. Het ministerie zegt dat het niet om een bezuinigingsoperatie gaat, maar een belangrijk motief voor de invoering van deze nieuwe wet is dat de kosten voor de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) te pan uit rijzen. VWS wil die ontwikkeling drastisch een halt toeroepen. Met als gevolg dat gemeenten dat allemaal mooi op hun bordje krijgen. Als stichting geven wij geen oordeel over de WMO, dat laten we aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten over. Maar we willen er wel voor waken dat het kind niet met het badwater wordt weggegooid.’

Geen oordeel, wel twijfels?
‘Ja, dat wel. Het begint een gewoonte te worden om alles dat eerst op rijksniveau lag op de stoep van gemeenten te gooien. De WMO zorgt ervoor dat zaken waar mensen recht op hadden een gunst worden, en gemeenten moeten bepalen waar het plafond ligt voor de uitgaven voor deze diensten. Je moet die taken als gemeente wel kunnen uitvoeren.’

Kan uw stichting het aan wanneer driehonderd gemeenten een beroep op haar doen?

‘Ja. Wij hebben eind vorig jaar de Nederlandse gemeenten een rondschrijven gestuurd waarin we bekend maakten dat we een stichting hebben opgericht om de één loketontwikkelingen vast te houden. Tevens hebben we gevraagd lid of abonnee te worden. Als voldoende gemeenten zich aanmelden kunnen we veel voor ze doen.’

Zoals?
‘Een elektronische nieuwsbrief, een vraagbaak, een helpdesk, toegang tot de website met best practices, workshops en bijeenkomsten. Gemeenten moeten in staat worden gesteld te kopiëren wat in andere gemeenten al is ontwikkeld. Ons eigen loket is daarbij een voorbeeld. Almelo is een van de koplopers. Van meet af aan deden we mee met het project VraagWijzer. En met duidelijk resultaat. De wachtlijsten voor de RIO’s zijn verdwenen, de wachtlijsten voor verpleeg- en verzorgingshuizen zijn met 15 procent gedaald, de AWBZ-kosten zijn stevig verminderd en de werkdruk van huisartsen is verlaagd. Ook in Haarlem, een andere koploper, is goed resultaat geboekt. Negentig procent van de aanvragen voor zorg en ondersteuning wordt daar direct afgehandeld. En dit is pas het begin van het proces. Je vraagt je af wat iemand bezielt om nu met de ondersteuning hiervan te stoppen.’

Dat is duidelijk. Als het ministerie stopt neemt de markt of de samenleving het vanzelf wel over. Zoals u ook laat zien.

‘De noodzaak is er nu eenmaal. Elke Nederlander is aandeelhouder in de staat, maar ook consument, met een bepaalde vraag naar diensten. Door zaken bij één loket te organiseren kun je heel veel bureaucratie voorkomen. Het is toch zot dat iemand die levenslang invalide is steeds opnieuw een parkeerkaart moet aanvragen. En daar iedere keer weer een onderzoek voor moet doorstaan. Dat hele circus is nergens voor nodig.’

Eric de Kluis

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden