Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Aantal huurders met problemen neemt snel toe: Rakkers en stakkers op de woningmarkt

Kwetsbare groepen vormen een ruime meerderheid van de huurders van woningcorporaties. Ouderen, verstandelijk en lichamelijk gehandicapten, illegalen, mensen met psychiatrische problematiek. Mensen die problemen hebben, of veroorzaken. ‘Het probleem is dat deze mensen niet met een hulpvraag komen.’

Onder probleemhuurders heb je rakkers en stakkers. Rakkers zijn de asocialen, de Tokkies, de mensen die overlast voor hun omgeving veroorzaken. Stakkers zijn mensen die geen woonvaardigheden hebben, door verslaving of psychiatrische achtergrond.

Het aantal probleemhuurders stijgt. Met name doordat er steeds meer mensen zijn met forse huurschulden. Door de vermaatschappelijking van zorg is er een toename van het aantal mensen met psychiatrische problemen die moeite hebben met wonen, overlast veroorzaken en hun huur niet betalen. Het ministerie van Volkshuisvesting gaat uit van vijftig- tot negentigduizend probleemhuurders. ‘Dat lijkt me een lage schatting,’ zegt Sylvia Berghoef, adviseur bij Het Vierde Huis in Utrecht, een regionale organisatie die gemeenten, woningcorporaties en welzijnsinstellingen ondersteunt bij de aanpak van ‘onalledaagse woonproblemen’.

Levensvoorwaarde

Het Vierde Huis wordt door instanties ingeschakeld om deze mensen ‘woonvaardig’ te maken. Bijvoorbeeld via het zogenoemde Laatste Kansbeleid. Met de stok van een mogelijke uitzetting achter de deur tekenen probleemhuurders een contract, waarin staat aan welke voorwaarden ze zich een bepaalde periode moeten houden om uiteindelijk een vast huurcontract te krijgen. Berghoef: ‘Voorop staat dat het probleemgedrag moet stoppen. We zullen niet direct als voorwaarde stellen dat een verslaafde moet ophouden met drugsgebruik, maar bijvoorbeeld wel dat iemand moet toestaan dat wekelijks een hulpverlener van het consultatiebureau voor alcohol en drugs over de vloer komt. We dwingen mensen soms in het contract hun medicatie regelmatig te nemen. We beschrijven alles tot in detail. Bijvoorbeeld dat 29 van de 30 katten de deur uit moeten. Vervolgens controleren we samen met het welzijnswerk, de woningcorporatie en de gemeente of de afspraken worden nagekomen. Als de klachten toch voortduren, scherpen we de eisen aan. Of we stoppen met het traject.’ Vervolgens ontruimt de woningcorporatie de woning van de probleemhuurder zodat deze met zijn gezin dakloos wordt.

Wonen, een dak boven je hoofd, is een basisrecht, een primaire levensvoorwaarde net als eten en drinken, vindt Het Vierde Huis. ‘Maar,’ zo vult Berghoef direct aan, ‘sommigen dreigen dat recht te verliezen.’ Het Vierde Huis deinst er niet voor terug om dat woonrecht in te zetten als chantagemiddel om mensen te dwingen zich te gedragen. ‘Je moet mensen dwingen met zaken waar je ze mee raakt. Hun kinderen of hun woning.’ Het Vierde Huis vindt dwang en drang bij uitstek middelen die voor probleemhuurders ingezet moeten worden. ‘Deze mensen vinden nooit van zichzelf dat ze probleemhuurders zijn,’ zegt Berghoef. ‘Ze komen niet met een hulpvraag. Wij gaan dan ook niet uit van de hulpvraag van deze huurders, maar van die van de woningcorporatie en de gemeente. Die hebben wel of niet een probleem met de huurder en kunnen ons inschakelen om daar iets aan te doen. Wij proberen alle partijen om de tafel te krijgen die een rol kunnen spelen bij het aanpakken van de problematiek. Het welzijnswerk verleent de daadwerkelijke hulp. De corporaties willen gewoon een nette huurder in hun pand, zodat het woongenot van de buren kan worden gewaarborgd. De gemeente wil voorkomen dat probleemhuurders op straat komen te staan. Dat brengt hoge maatschappelijke kosten met zich mee. ‘Kom tot een gezamenlijke aanpak,’ zegt Berghoef. ‘Vaak spreken de instanties verschillende talen.’

Onveilig

Naast de rakkers en stakkers is er nog een heel andere groep die woningcorporaties en gemeenten voor toenemende problemen stelt: de illegalen op de woningmarkt. Deze groep levert op het oog weinig problemen op. De huur van de panden waarin zij wonen, wordt keurig betaald. Dat wil echter niet zeggen dat deze mensen niet voor problemen zorgen voor hun woonomgeving en, vooral, voor henzelf. Uit het onderzoek ‘Wijken voor illegalen’ van de Erasmus Universiteit in Rotterdam blijkt dat een wijk met veel illegalen nauwelijks meer criminaliteit of slachtofferschap heeft dan andere wijken. Wel is het aantal illegalen in een wijk van invloed of de subjectieve beleving van onveiligheid en leefbaarheid. Criminologe en sociologe Marion van San, een van de onderzoekers, constateert dat wijken met veel illegalen snel verloederen. ‘Buurtbewoners zien niet wie legaal of illegaal is. Ze zien wel dat er ’s morgens in alle vroegte groepen mensen op straat rondhangen, die door busjes worden opgehaald om te gaan werken in het Westland. Ze zien veel vreemden in hun wijk, huizen die voortdurend van bewoners wisselen, mensen die in auto’s slapen, urineflessen die ’s morgens op de stoeprand achterblijven. Daardoor voelen ze zich onveiliger.’

Tijdens het onderzoek werd Van San door de politie, het welzijnswerk en de woningcorporaties dikwijls gewezen op de mensonterende omstandigheden waarin veel illegalen wonen. Panden waar tientallen mensen wonen, die soms bij toerbeurt van de bedden gebruik maken, zodat die 24 uur per dag verhuurd kunnen worden. Slecht sanitair, gevaarlijke elektriciteitsvoorzieningen. Toch bleek uit het onderzoek dat de bewoners van deze panden vaak tevreden zijn over de woonomstandigheden.

Veel van hen willen slechts een goedkope plek om te slapen en zoveel mogelijk geld overhouden om naar hun familie in het land van herkomst te sturen. Van San vindt dit geen reden om niets aan deze omstandigheden te doen. ‘Je moet je afvragen wat de effecten voor de gezondheid van deze mensen zijn. Illegalen die in deze panden wonen, hebben vaak met veel psychosociale klachten en depressies te maken. Het dicht op elkaar samenleven van mensen uit verschillende culturen, met verschillende opvattingen over hygiëne, levert stress op.’

Buurtbeheerbedrijven

Volgens de onderzoekster bestaat er in Nederland een parallelle samenleving. Een samenleving met een eigen arbeidsmarkt, via koppelbazen en loonbedrijven, een eigen huisvestingsmarkt en een eigen gezondheidsmarkt. ‘Bij controles in de horeca heeft de politie complete artsensetten in koffiehuizen aangetroffen, abortuskamertjes bij kappers, winkels waar afgekeurde medicijnen uit Frankrijk en Duitsland werden verhandeld. Ook kan de parallelle huisvestingsmarkt tot verdringing leiden. Het komt regelmatig voor dat allochtone gezinnen vier, vijf kinderen op de wachtlijst van de woningcorporatie zetten zodra ze 18 jaar zijn. Die kinderen blijven gewoon thuis wonen en de huizen worden verhuurd aan illegalen.’

Wie moet er nu precies iets met deze groep illegalen? Woningcorporaties doen weinig zolang de huur wordt betaald. Welzijnsinstellingen komen nauwelijks met illegalen in aanraking, omdat ze geen hulpvraag hebben. Gemeenten willen ze niet uit de huizen zetten, omdat ze weinig behoefte hebben aan rondzwervende illegalen die nu voor weinig overlast zorgen.

Gewoon dan maar laten zo? ‘Nee,’ zegt Van San. ‘Het is naïef te doen alsof ze er niet zijn. Er bestaat wel degelijk gevaar voor verloedering, zowel van de wijken als van de gezondheid van deze mensen. Een deel van de naar schatting 125.000 tot 225.000 illegalen blijft hier, ook als ze het bevel krijgen het land te verlaten. Woningcorporaties zouden meer controles moeten uitvoeren om ze op te sporen en samen met zorginstellingen en welzijnsorganisaties kijken hoe ze geholpen kunnen worden.’

Van San stelt voor illegalen via een soort buurtbeheerbedrijven, zoals die bestaan voor langdurig werklozen, aan het werk te helpen. Ze zouden tegen betaling de panden kunnen opknappen waarin ze nu wonen. ‘Je moet een regeling maken voor tijdelijke arbeidsmigratie. Via een buurtbeheerbedrijf kunnen deze illegalen dan bijvoorbeeld seizoensarbeid verrichten. Tegelijkertijd staan ze dan onder controle van welzijns- en gezondheidsdiensten.’

De onderzoekster erkent dat daarmee een semi-legale status aan illegalen wordt verleend. ‘Daar ontkom je toch niet aan,’ meent ze. ‘Je moet wel uitkijken voor een aanzuigende werking. Maar ook onder ogen zien dat deze mensen er zijn en blijven. De parallelle samenleving is er al. Die kun je dan maar het best incorporeren binnen de reguliere samenleving.’

Eric de Kluis

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden