Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Wim Kuiper, lid van de directieraad van de VNG: ‘De WMO is geen gelopen race’

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft het overleg met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de Wet Maatschappelijke Ondersteuning vorige maand opgeschort. Wim Kuiper, lid van de directieraad van de VNG: ‘De kans is aanwezig dat het hele schip van de WMO strandt. Dat is zorgwekkend.’

De Wet Maatschappelijke Ondersteuning moet per 1 januari 2006 worden ingevoerd. Uitgangspunt van de wet is dat mensen zolang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Gemeenten zijn de eerst aangewezenen om dat mogelijk te maken. Maar het vertegenwoordigend orgaan van de gemeenten, de VNG, heeft het overleg met het ministerie van VWS over invoering van de WMO half september opgeschort. Het vertrouwen is zoek. Met de gedeeltelijke afschaffing van de onroerende zaak belasting en de bezuinigingen van 475 miljoen euro op de gemeentelijke budgetten dit jaar ziet de VNG de financiële risico’s van de invoering van de WMO als te riskant. Staatssecretaris Ross van VWS maakt zich niet al te grote zorgen over het opschorten van het overleg door de VNG.

Zestig gemeenten hebben zich immers aangemeld voor experimenten met de WMO. Wim Kuiper, lid van de directieraad van de VNG, stoort zich aan deze laconieke houding. ‘De staatssecretaris zal zich onze kritiekpunten meer dan tot nu toe moeten aantrekken, wil het nog goed komen. Ze zal de VNG hard nodig hebben.’

De VNG was in eerste instantie positief over de WMO. Waarom dan toch zo’n drastische stap?

‘We zijn positief over de mogelijkheden die de WMO biedt om lokaal maatwerk te leveren. Het is beter zaken vlak bij de mensen te regelen dan alles centraal vanuit Den Haag te besturen. En het is iedereen wel duidelijk dat er iets moet gebeuren aan de enorm toegenomen kosten van de AWBZ. Dus moet je op zoek naar maatregelen om de uitvoering zo te organiseren dat je dat als samenleving kunt opbrengen. Dat er dan naar de gemeenten wordt gekeken, is een logische stap. Maar we hebben er onvoldoende vertrouwen in dat het op financieel gebied met de WMO goed gaat komen. We vermoeden ook sterk dat er grote druk vanuit het ministerie van financiën wordt uitgeoefend om het financieel risico bij de gemeenten te leggen in plaats van bij het rijk. Maar zo zou je het niet met elkaar moeten opzetten. De drijfveer moet zijn: hoe kunnen we er gezamenlijk voor zorgen dat de voorzieningen in de toekomst op een goede, efficiënte en effectieve manier bij de doelgroep terechtkomen. Nu staat de financiële discussie op de voorgrond.

‘Vanaf het begin hebben we gezegd dat de WMO een specifieke uitkering moet zijn. De financiële risico’s zijn anders veel te groot voor gemeenten. Zeker met de gedeeltelijke afschaffing van de ozb. Daardoor kunnen gemeenten tegenvallers veel minder zelf opvangen. Terwijl de kosten door de vergrijzing, de vermaatschappelijking van zorg en het feit dat mensen steeds langer thuis blijven wonen sterk zullen stijgen. Op compensatie daarvan hebben we geen zicht. Al met al is het gewoon veel te riskant. Iedereen buiten het kabinet vindt dat er een specifieke uitkering voor de WMO moet komen. Maar het kabinet houdt vast aan een algemene uitkering met allerlei toeters en bellen eromheen, waardoor het wel een beetje in de buurt van een specifieke uitkering komt, maar niet helemaal.

Volgens de staatssecretaris is het een misvatting dat de WMO er toe leidt dat gemeenten allerlei nieuwe taken krijgen. Het gaat voornamelijk om taken die zij al zouden moeten doen.

‘Dat is niet waar. Een deel van het pakket dat nu onder de AWBZ valt, komt op de gemeenten af, zoals de huishoudelijke hulp, de thuiszorg. Gemeenten hebben nu al veel taken voor dezelfde doelgroep. Dus is het logisch dat pakket compleet te maken. De richting is goed, maar qua volume is het een enorme uitbreiding van het pakket. Zaken als het welzijnswerk vallen nu onder de gemeentelijke autonomie. Als dat onder de WMO wordt gebracht, krijg je toch een ander regime. Meer regeltjes, meer prestatieafspraken. Nu maken gemeenten daar vrij hun keuzes in. Als het rijk die keuzevrijheid wil beperken, dan zal ze daarvoor een deel van de rekening gepresenteerd krijgen. De VNG wil vooralsnog de welzijnstaken niet onder de WMO brengen.’

De grootste angst van welzijnskoepels is dat het gemeentelijk welzijnsbudget straks voornamelijk gaat naar ondersteuning van zelfstandig wonende zorgcliënten en dat er voor andere welzijnstaken weinig overblijft.

‘Als er onvoldoende financiële zekerheid rondom de WMO is, zal er op andere taken bezuinigd moeten worden. Die klap kan overal vallen, zeker in de welzijnshoek. Want op kosten die vanwege rijksregelingen al vast liggen, kun je niet bezuinigen. Dat speelt ook een belangrijke rol in onze opstelling. We hebben net de invoering van de Wet Werk en Bijstand (WWB) achter de rug. Er is behoorlijk op het bijstandsbudget bezuinigd voordat het naar de gemeenten ging. Dat zit ons nog steeds niet lekker. Het heeft veel risico’s voor de gemeentelijke budgetten met zich meegebracht. Maar bij de WWB kun je nog aardig voorspellen wat het volume is, hoeveel bijstandsgerechtigden er zijn. Bij de WMO is dat allemaal veel moeilijker. Als er daarbij ook eerst fors wordt bezuinigd en er allerlei voor de burger vervelende maatregelen in de sfeer van de AWBZ worden genomen, dan krijg je toch die burger op de stoep met allerlei, waarschijnlijk terechte, verlangens. Als gemeente heb je een maatschappelijke zorgplicht, dus je zult aan die verlangens tegemoet moeten komen. Het risico bestaat dat andere gemeentelijke taken dan onder druk komen te staan. Ik begrijp die angst van de welzijnskoepels heel goed.’
De VNG heeft het overleg met VWS stopgezet. Maar de staatssecretaris wijst erop dat zestig gemeenten zich hebben aangemeld voor experimenten met de WMO.

‘Het is erg jammer dat ze het zo oppakt. Ze zou de signalen namens de 483 gemeenten toch echt wel serieus moeten nemen. Natuurlijk is er een aantal gemeenten dat zich meldt als het gaat om het binnenhalen van stimuleringsgelden. Maar uiteindelijk zal de staatssecretaris de steun van de VNG hard nodig hebben. Het zou heel onverstandig zijn als zij daar wat laconiek over doet en zegt: ach, ik heb wel een groepje gemeenten die wél willen. Het gaat hier wel om de meest kwetsbare burgers. Dan is het ontzettend belangrijk dat ze een breed draagvlak heeft bij diegenen die de wet moeten uitvoeren. De staatssecretaris moet zich onze kritiekpunten meer dan tot nu toe aantrekken, wil het nog goed komen. Het is sowieso de vraag of de invoeringsdatum van 1 januari 2006 gehaald zal worden. We hebben het over een ingrijpende wet, die grote gevolgen heeft voor ongeveer drie miljoen mensen en waar miljarden aan geld mee is gemoeid. Zoiets moet je uitermate zorgvuldig doen. Maar de manier waarop VWS ermee omspringt, blinkt niet uit in slagvaardigheid en helderheid.’

Organisaties van gehandicapten en ouderen vrezen dat ze veel rechten kwijtraken en straks met de pet in de hand een beroep moeten doen op de goedwillendheid van gemeenteambtenaren. Terecht?

‘Als je alle voorzieningen in dit land als rechten wilt vastleggen, dan heeft het geen enkele zin die bij de gemeenten neer te leggen. Dan moet je die hele wet echt niet meer willen. Lokaal maatwerk betekent dat er verschillen zullen zijn. Accepteer je dat niet, dan moet je alles in de sfeer van de AWBZ houden en dan moeten we daar met z’n allen de premie voor opbrengen. Voor de doelgroepen is dat misschien het meest wenselijk, maar de rest van de bevolking moet wel de solidariteit willen opbrengen om dat te financieren.

‘Het beeld dat mensen met de pet in de hand naar het gemeentelijk loket moeten komen, vind ik echt een karikatuur. Bij de Wet Voorzieningen Gehandicapten is dat ook niet het geval. Aanvragen worden door deskundigen beoordeeld, die mensgericht kijken wat er nodig is, maar ook de opdracht hebben om dat te doen op een manier die voor de maatschappij zo min mogelijk kosten met zich meebrengt. Als de WMO er komt, is het wel zaak dat gemeenten de betrokkenheid van en de beleidsbeïnvloeding door de burger goed vormgeven. Wat dat betreft vind ik het opmerkelijk dat de cliëntenorganisaties blijkbaar geen enkel vertrouwen hebben in hun eigen lokale achterban.’

U zegt: Als de WMO er komt….. Dat is wat de VNG betreft niet zeker?

‘Het is geen gelopen race. De WMO staat niet in het regeerakkoord. Dat betekent dat de Tweede Kamer er een vrij oordeel over kan vormen. Dan komt het erop aan of het kabinet de betrokken partijen - binnen en buiten de Kamer - weet te overtuigen. Met name de partijen die ervoor moeten zorgen dat het een succesverhaal wordt. Wij zijn nog niet overtuigd. Het vertrouwen is laag. De kans is aanwezig dat het hele schip strandt. Dat is zorgwekkend.’

Eric de Kluis

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden