Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Twee visies over de verpleeghuiszorg in tijden van zorgverschraling: Tussen pyjamadagen en goede wijnen

Terwijl verpleeghuis De Egmontshof worstelde met ‘pyjamadagen’, stond een lekkere Franse Sancerre op het menu van verpleeghuis Humanitas-Akropolis in Rotterdam. Directeur Den Uil van De Egmontshof deed openlijk zijn beklag over zorgverschraling na de opgelegde efficiencykorting. Directeur Becker van Humanitas hangt een filosofie aan die zowel het welzijn en de gezondheid van de cliënten bevordert als de kosten drukt. Twee verpleeghuizen, twee visies.

Humanitas

Biedt huisvesting, verzorging, verpleging en medische behandeling voor ouderen in de regio Rijnmond. De stichting heeft 25 vestigingen, van levensloopbestendige woningen tot verpleeg- en verzorgingshuisplaatsen. De vestiging Humanitas-Akropolis heeft 200 levensloopbestendige woningen, 64 servicewoningen en 249 verpleeghuisplaatsen. De zelfstandigheid en eigen keuzes van de cliënten zijn het uitgangspunt. ‘Het gaat er vooral om het leuk te maken voor cliënten, familie en medewerkers, en daar de mogelijkheden voor te bieden’. Hans Becker, voorzitter van de raad van bestuur, is de drijvende kracht achter de geluksfilosofie van Humanitas. De bezuinigingen stellen hem niet voor problemen: ‘Alles verandert, je kan altijd efficiënter werken en bezuinigen.’

De Egmontshof

Een ‘traditioneel’ protestants-christelijk verpleeghuis met 191 bedden. De bewoners leven in twee tot vierpersoonskamers - er zijn enkele eenpersoonskamers - en in de huiskamer, waarvan er twee per afdeling van ruim dertig bedden zijn. De zorg is strak gestructureerd: douchen, eten, medische zorg volgens een vast tijdschema. Directeur Piet den Uil voerde een open discussie met de cliënten van De Egmontshof over de ‘pyjamadagen’ (cliënten een dag in bed laten liggen). Het verpleeghuis nam drastische maatregelen als gevolg van opgelegde bezuinigingen.

De allure van een luxe Van de Valk-restaurant overvalt je bij binnenkomst van Humanitas-Akropolis waar het verpleeghuis een onderdeel van is. Een verpleeghuis met allure? Het wordt nog erger: het restaurant markeert het begin van het Atrium, het overdekte Dorpsplein, waar 105 levensloopbestendige flatjes van vierhoog aan grenzen. Mensen, oud en iets minder oud, zitten te eten in het restaurant, te kletsen op het pleintje, te drinken aan de bar… het is gezellig! Gezellig in een verpleeghuis? Het Atrium is het tastbare deel van de kern van de visie van Humanitas: zorg dat cliënten, familie, medewerkers en vrijwilligers zich goed voelen en dat levert alleen maar iets op: gezondere, blijde en gemotiveerde mensen. En niet te vergeten: geld.

Opvallend is de rust op de 12de etage, het gerenoveerde pronkstuk van Humanitas-Akropolis. De meeste mensen zitten op hun kamer. De gezamenlijke ruimte is prachtig aangekleed, compleet met Aziatische fontein. Het meubilair is van hout, met zachte sfeervolle verlichting. Verzorgenden lopen rond en zijn slechts door de heupgedragen mobiele telefoon - waarmee de bewoners de verzorgende oproepen - van het bezoek te onderscheiden. Ze dragen geen witte schorten.

De allure van het gebouw straalt af op de verschillende afdelingen, dus ook de verpleeghuisafdeling. Want louter een blik op bijvoorbeeld de pg-afdeling, vier etages lager en nog niet verbouwd, laat weer de oude vertrouwde verpleeghuissfeer zien van fletse aankleding van de huiskamer met de lelijke oerdegelijke skaileren stoelen.

Visie op zorg

Humanitas. Zorgt dat mensen voor zichzelf kunnen zorgen. Verpleeghuiscliënten van Humanitas moeten hun eigen keuzes kunnen maken. Wat en waar ze willen eten, hoe laat ze opstaan en naar bed willen gaan, of ze een poes of een hond willen hebben. Maar ook: welke zorg ze nodig hebben. ‘Cliënten zijn de beste ervaringsdeskundigen voor hun eigen zorgbehoefte,’ stelt Hans Becker. ‘Je hoeft iemand die al tien jaar reuma heeft echt niet te vertellen welke zorg hij nodig heeft, dat weet hij zelf veel beter.’ Uitgangspunt moet zijn wat cliënten willen. ‘We kunnen het traditionele pakket bieden van eten, vitaminen, afsoppen en een beetje veiligheid. Maar worden mensen daar gelukkig van?’ Becker heeft zijn eigen gelukstheorie - en is daar recent op gepromoveerd: “Levenskunst op leeftijd, gelukbevorderende zorg in een vergrijzende wereld”. Je moet mensen een uitdaging geven op hun eigen niveau. De filosofie van een open samenleving komt onder meer tot uiting in het omvangrijke Atrium: het overdekte dorpsplein dat verpleeghuis en levensloopbestendige woningen met elkaar verbindt. Daar ontmoeten bewoners, familie en medewerkers elkaar. ‘Als een cliënt naar beneden wil, dan doet de verzorgende dat.’

De Egmontshof. Maakt transparant wat het doet, zodat mensen reële keuzes kunnen maken. Directeur Piet den Uil wil zich kunnen verantwoorden voor de cliënten en voor de maatschappij over wat hij met het ‘collectieve AWBZ-geld’ doet. Den Uil is getroffen door de dalende kwaliteit van de zorg in zijn huis. ‘We zitten nu aan het absolute minimum. Als ik dan moet bezuinigen, kan ik niet anders dan mijn cliëntenraad voorleggen welke mogelijkheden en onmogelijkheden er zijn.’ Volgens Den Uil haalt zijn collega Becker het bewijs dat het bij Humanitas goed gaat uit het feit dat hij geen klachten krijgt. ‘Maar kunnen de cliënten echte keuzes maken? Hij legt een directe relatie tussen geluk en medische zorg: “Geef ze lekker eten en een fijn wijntje, en er zijn minder medische klachten.” Maar is dat bewezen? Is dat voldoende ethisch doordacht?’ Den Uil geeft het voorbeeld van de cliënt die een dieet nodig heeft. ‘De cliënt eet zonder dieet, maar krijgt eerder klachten. Kan je zo’n keuze voorleggen?’

Welzijn bewoner

Humanitas. Het idee achter de gelukstheorie is dat mensen die zich amuseren en blij zijn veel minder last hebben van kwaaltjes en ziekten. ‘Als mensen hier niks te doen hebben en steeds bij elkaar aan tafel hangen, praten ze alleen maar over hun kwaaltjes en pijntjes. Dan voelen ze zich steeds beroerder.’ Daarom staat er bijvoorbeeld ook zoveel Aziatische kunst in Humanitas-Akropolis: ‘Dan hebben ze iets om naar te kijken en over te praten.’ Dat geldt vooral voor de cliënten op de psycho-geriatrische (pg) afdelingen, waar dementerenden verblijven. Daar ligt de zelfstandigheid ingewikkelder, erkent Hans Becker. Kan een demente bijvoorbeeld zonder toezicht op zijn eigen kamer blijven? ‘Dan kijk je vooral naar de individuele ontwikkeling. Met name bij pg-cliënten is het contact met familie belangrijk. Daar moeten we het van hebben. Dus moet je de mogelijkheid bieden dat contact te houden. Door een gezellig dorpsplein te creëren, waar iedereen kan komen. Door een restaurant te exploiteren, waar je van lekker eten met een wijntje erbij kunt genieten. Dan komen mensen ook op bezoek, omdat het prettig is hier te komen.’

De Egmontshof. De kamers lijken op ziekenhuiskamers. De meeste zijn twee- tot vierpersoons en dat is niet bepaald comfortabel. Den Uil is de eerste om dat toe te geven. De ‘oudbouw’ is de belangrijkste beperking, vindt Den Uil. ‘Uiteraard hebben wij ook de nodige activiteiten, zoals een honden-aai-project en een zangkoor. De familie wordt zoveel mogelijk ingeschakeld. Maar wij kunnen de individuele wens van de cliënt niet in diezelfde mate als uitgangspunt nemen, al zouden we dat willen. Als de ene cliënt graag vroeg uit bed wil, zijn de andere drie kamergenoten ook wakker. En probeer maar eens twee mensen die op een kamer liggen niet te douchen en de andere twee wel. Dat werkt zo dus niet.’ Den Uil vraagt zich bovendien af of de wens van de individuele bewoner ook werkelijk zijn eigen wens is. Vooral bij pg-cliënten is dat moeilijk te traceren. ‘Als een bewoner spartelt met wassen omdat hij of zij dat naar vindt, moet je haar dan maar minder vaak wassen? Er zijn ook nog hygiënevoorschriften.’

Eén van de voorwaarden om de individuele wensen als uitgangspunt te nemen, is een modern en op de individuele behoefte aangepast gebouw. Die uitdaging kan De Egmontshof binnenkort aan. Want vanaf dit jaar zullen alle bewoners langzamerhand in geheel nieuwgebouwde panden ondergebracht worden.

Management

Humanitas. De organisatie is plat: directeur (één directeur voor drie locaties), afdelingshoofd, verzorgenden. ‘Arbeid is de grootste kostenpost,’ zegt Becker. ‘Als je dat terug kunt brengen door te snijden in het aantal leidinggevenden, vergaderingen en beleidsnota’s, dan levert dat enorm veel geld op. Mensen, cliënten en verzorgenden zijn wijs genoeg om zelf beslissingen te nemen.’ Het multidisciplinair overleg tussen verzorgende en medische staf is bij Humanitas afgeschaft. Dat levert volgens bestuursvoorzitter Becker een hoop mensuren op die aan de zorg voor de cliënt besteed kunnen worden. ‘Als acht mensen iedere dag anderhalf uur met elkaar overleggen, kom je op 120 uur per week, dat zijn vier fulltime equivalenten.’ Cliënt dan wel familie, verzorgende en arts overleggen met elkaar als iemand dat nodig vindt, in ieder geval twee keer per jaar. ‘Dat riep in het begin, toen we dat overleg in 1996 afschaften, veel weerstand op bij de behandelaars. Er ontstond achterkamertjesoverleg en we hebben ’t gewoon verboden.’

In het aanbieden van nieuwe diensten en producten zit niet de winst, volgens Hans Becker: ‘Over het algemeen kost het meer dan het opbrengt. De winst zit in het welzijn van de cliënten en medewerkers. ‘Alles wat cliënten zelf kunnen doen en wat hun familie doet, levert geld op.’ Iedereen is tevreden en dat bespaart op de financiën. We hebben hier een heel laag ziekteverzuim van rond de drie procent.’

De Egmontshof. Een platte organisatie heeft meer voordelen, vindt ook Den Uil. ‘Het communiceert beter en mensen zijn meer betrokken.’ Nu zijn er in De Egmontshof nog vier lagen: directeur, sectorhoofd, teamleider en verzorgenden. ‘Maar dat staat ter discussie.’ Hij wijst verder op de fusie met Zorgcentrum Sabina en de schaalvoordelen van een grotere organisatie, alleen al wat betreft de centrale administratie. Niettemin is het onmogelijk alle communicatie op het niveau van de ziekenverzorgende te houden, vindt Den Uil. ‘Elke locatie zal een manager moeten hebben die zich met de specifieke problemen daar bezighoudt.’ Nieuwe diensten en producten genereren is wat Den Uil betreft geen mogelijkheid om geld te verdienen: ‘AWBZ-geld is er niet om op te verdienen. Voor Wozoco-bewoners (eigen appartement binnen een zorgcomplex, red.) kun je een budget krijgen dat veel hoger is dan deze mensen aan zorg gebruiken. Daar hebben veel collega’s hun reserves mee aangevuld. Dat hebben ze me zelf verteld. Dan kreeg ik te horen: “Jij hoort tot de preciezen, al je wat ruimer gebruik had gemaakt van het zorgvernieuwingsbudget, had je het krappe budget op kunnen krikken.” Dan zeg ik: “Dat heeft dus niets met efficiency te maken, de overheid steekt daar gewoon te veel geld in”.’

Bezuinigingen

Humanitas. ‘Er zijn altijd mogelijkheden om efficiënter te werken,’ meent bestuursvoorzitter Becker. ‘Als ik een receptionist kan vervangen door een elektronisch meldsysteem, zal ik het niet laten.’ Mensen worden niet ontslagen, verzekert hij, ze worden anders ingezet. Humanitas heeft een lijst met mogelijke bezuinigingen opgesteld. Het aantal ‘poolkrachten’ (reservepersoneel dat overal ingezet kan worden ter vervanging van bijvoorbeeld zieke medewerkers) wordt minder, evenals de inzet van uitzendkrachten. Dat heeft wel gevolgen voor de constante inzet van het vaste personeel, dat in piekuren efficiënter zal worden ingezet. Voor het restaurant worden goedkopere studenten geworven. En de personenalarmering zal voortaan via de eigen receptie gaan.

Volgens Becker is het nodig creatief met de regels om te gaan. Bijvoorbeeld voor registratie. Vanaf 2004 wordt de zorg vanuit de AWBZ naar functie gefinancierd. ‘Als een verzorgende een bewoner tien minuten naar het Atrium begeleidt, zullen wij dat registreren als begeleiding. Dat levert meer geld op dan verzorging. Dat doen we ook voor het wassen van een cliënt.’

De Egmontshof. ‘Het ziet er naar uit dat we een kleine miljoen euro krijgen, van het zorgkantoor,’ weet Piet den Uil nu te melden. Niet dat hij dit niet al eerder aanhangig had gemaakt. ‘Maar het zei toen tegen mij: “Andere verpleeghuizen kunnen wel rondkomen”. Maar waren de geleverde kwaliteiten dan vergeleken? Het zorgkantoor heeft geen instrumenten om op inhoudelijke gronden te bekijken wat je presteert. Ik ben blij dat de Tweede Kamer nu een motie heeft aangenomen om die kwaliteitscriteria wel te gaan gebruiken.’

De voorzitter van de verzekeringsgigant Agis schreef in een column dat het ongehoord was dat Den Uil “over de rug van de cliënten wilde bezuinigen.” Daar waren toch andere creatieve oplossingen voor te bedenken. Welke dan, wilde Den Uil weten. Na één telefoontje kwam de aap uit de mouw: ‘Als er problemen zijn kun je naar het zorgkantoor gaan.’ En zo krijgt De Egmontshof geld om haar reserve op te krikken en geld voor twee extra bedden en - waarschijnlijk - een toeslag voor speciale zorg op de afdeling psychiatrisch-somatische zorg. Den Uil: ‘Ik geloof niet dat het de kwaliteit van de zorg op het gewenste niveau brengt. Wel dat de verzorgenden meer cliënten kunnen douchen, of sneller op de bel kunnen reageren.’

Carolien Stam

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden