Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Positie AMW blijft na visiestuk van MO Groep een bron van discussie: De Januskop in zorg en welzijn

Helt het algemeen maatschappelijk werk te veel over naar de zorg of welzijn? Of is het een perfect scharnierpunt tussen beide sectoren? Ruim een half jaar na het visiestuk van de MO Groep voor de beroepsgroep blijft de discussie gevoerd worden. Zo gebruikt maatschappelijk werker een internetsite om zijn zorgen kenbaar te maken. ‘Als de zorg daadwerkelijk de prioriteit krijgt, blijft het welzijnswerk liggen.’

‘Aan beide zijden van de voordeur’, zo luidde de titel van de visie op het Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW) van de 21e eeuw. Ruim een half jaar geleden werd deze door de MO Groep gepresenteerd. Het AMW moet zich volgens de visie profileren als een schakel tussen zorg en welzijn. Zo neutraal lijkt de positie van het AMW echter niet te liggen. In de landelijk campagne Welzijn Versterkt, die onder meer leidde tot een toekomstagenda voor de welzijnssector, bleek al dat AMW-instellingen zich niet aangesproken voelden door termen als welzijn, veiligheid en leefbaarheid.

Concurrentie

Zeno Roos, maatschappelijk werker bij Stichting AMW in Coevorden, is bang dat de welzijnsfunctie ondergesneeuwd dreigt te raken. Hij constateert een verschuiving in het algemeen maatschappelijk werk richting de zorg. In 1989 maakte men zich er nog zorgen over dat door de decentralisatie naar gemeenten de functie van het AMW in de eerstelijns ggz zou wijken voor buurt- en opbouwwerk. Nu is Roos juist bang dat het de andere kant op gaat. Hij is op het forum van de website een discussie gestart over de verschuiving van het AMW richting gezondheidscentra. ‘De organisatie van het maatschappelijk werk lijkt steeds meer op een wittejassenmodel te worden, met een eigen beroepsvereniging, een tuchtraad, enzovoort. Alleen al door dit soort ontwikkelingen lijkt het AMW richting de zorg te gaan. Die geluiden hoor ik ook van anderen. Volgens mij heeft dat ook te maken met status, de zorgsector klinkt blijkbaar beter. Maar het is geen logische ontwikkeling dat steeds vaker de nadruk komt te liggen op het werken in de eerstelijns ggz. Een voordeel van ons werk is juist de goede samenwerking in welzijn én zorg. Daar ligt onze expertise.’


Zeno Roos vermoedt dat veel maatschappelijk werkers zich meer als een therapeut zien dan soort welzijnswerker. ‘Het AMW moet niet zover integreren dat het niet meer herkenbaar is, zoals in sommige welzijnsorganisaties. Maar samenwerking met welzijn zorgt er wel voor dat je weet wat er op straat gebeurt. Veiligheid en leefbaarheid zijn actuele thema’s waar we als AMW veel in kunnen betekenen. Als je je te veel richt op de zorgkant, dan blijft het welzijnswerk liggen en vice versa.’
Roos denkt dat het AMW nu een inhaalslag bezig is in de zorg, doordat het zich er te weinig heeft geprofileerd. Hij spreekt over een concurrentiestrijd. ‘De concurrentie zit met name in de zorg, niet binnen het opbouwwerk. De ggz gaat zich steeds meer bemoeien met psychosociale hulpverlening. Maar dan denk ik: schoenmaker, houd je bij je leest. Wij zijn er juist voor om naar de sociale omgeving van mensen te kijken. Niet de ggz. Het AMW is veel gespecialiseerder in het bereikbaar en laagdrempelig zijn, de wijk ingaan. Dat is niet los van elkaar te zien als het gaat om hulp bij psychosociale problematiek. Daarnaast zijn we ook een informatie- en adviespunt. Samenwerking in de eerstelijns ggz gaat op uitvoerend niveau goed. Op beleidsniveau is dat een ander verhaal. Daar is de concurrentie groot en is er ook een competentiestrijd gaande. Dat het AMW nu beter wordt neergezet in de eerstelijns ggz is daarom niet vreemd. Maar het moet niet de overhand nemen.’ Zeno Roos denkt dat het geld in de zorgsector lonkt. ‘De discussie die Elco Brinkman jaren geleden opende over het eventueel overbrengen van het AMW naar de AWBZ, komt nu weer wat terug onder druk van eventuele bezuinigingen. Dat moeten we echt niet doen. Je bent nu afhankelijk van de gemeenten en dat kan verkeerd uitpakken. Als het AMW weer terug gaat naar de landelijke overheid, dan is er tenminste wel meer een garantie. Maar niet via de AWBZ.’

Expertise

Hilda van der Lee, werkzaam bij de MO Groep, is niet bang voor een overheveling naar de AWBZ. ‘Dat is helemaal niet aan de orde. Uit het visiedocument blijkt dat het AMW zich inzet op veel terreinen: schuldhulpverlening, schoolmaatschappelijk werk, veiligheid, en eerstelijns ggz. De welzijnskant is net zo belangrijk.’ Dat nu landelijk wordt geïnvesteerd in de samenwerking tussen huisartsen, eerstelijns psychologen en maatschappelijk werkers komt voort uit de beleidsvisie uit 1998 van VWS en het convenant dat de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), Landelijke Vereniging voor Eerstelijns Psychologen (LVE) en de MO Groep daarop aansluitend hebben gesloten voor een versterking van de eerstelijns ggz.
Van der Lee leidt het project ‘AMW, partner in de eerstelijns ggz’ dat voortgekomen is uit het convenant. Het project loopt van 2001 tot 2004. Van der Lee vindt niet dat extra aandacht voor de eerstelijns ggz ervoor zorgt dat de taken die het AMW in het welzijnswerk blijven liggen. ‘Al langer is bekend dat de werkdruk van huisartsen onder meer wordt veroorzaakt door patiënten met psychosociale problematiek. Ook de gevolgen van de vermaatschappelijking van de zorg is merkbaar in de eerstelijns ggz. Een goede samenwerkingstructuur is dus noodzakelijk om de cliënten op de juiste plek te krijgen. Het AMW heeft veel te bieden in deze samenwerkingsrelatie, omdat het ingebed is in de lokale structuur en kijkt naar de context van de hulpvrager. De eerstelijns ggz krijgt nu alleen een extra impuls. Ik merk eigenlijk ook niet dat hier weerstand tegen is. De kracht van het AMW is juist de expertise op meerdere terreinen. Bij de ontwikkeling van de visie op het AMW heeft niemand aangegeven dat de welzijnskant er wat bij blijft liggen. Het AMW zal zich blijven inzetten voor de psychosociale problematiek op verschillende terreinen.’

Kracht

Een discussie over een eventuele verschuiving richting zorg vindt Jaap Buitink, van oorsprong maatschappelijk werker en nu beleidsadviseur in zorg en welzijn, onzin. ‘Het gaat erom dat de cliënt geholpen wordt. Dan maakt het toch niet uit hoe en binnen welke instelling dat gebeurt? Het gaat erom waar je kracht ligt. Dat moet altijd voorop blijven staan en niet de positie van het maatschappelijk werk zelf. Samenwerking met anderen is altijd al een expertise van het maatschappelijk werk geweest. Bij een goede maatschappelijk werker zal de samenwerking met zorg en welzijn in evenwicht zijn, maar het lijkt me ook niet zo’n punt als de verhouding zorg-welzijn niet helemaal fifty-fifty is. Bij psychosociale problemen kun je niet om de zorgkant heen. Maatschappelijk werkers weten psychische problemen aan te pakken door ze te plaatsen in een sociale context. Proberen het leven voor cliënten zo leefbaar mogelijk te maken. Dat kan soms het beste vanuit een gezondheidscentrum, omdat daar korte lijnen tussen samenwerkingspartners zijn. In andere situaties moet dat dicht op welzijnswerk. Als de cliënt maar wordt geholpen om weer goed te functioneren.’

Ester Mijnheer

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden