Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Brede inzet bepleit na tien jaar ontmoetingscentra voor dementen en hun verzorgers: Een klankbord voor verscheurde gevoelens

Eind november presenteerden drie organisaties in Amsterdam de resultaten van tien jaar ontmoetingscentra voor demente ouderen en hun verzorgers. Volgens betrokkenen is het de hoogste tijd om de opzet hiervan landelijk in te voeren. ‘Het is moeilijk te accepteren dat je bepaalde dingen niet meer kunt,’ zegt meneer Van Duin, één van de bezoekers van een dergelijk centrum in De Pijp in Amsterdam.

Eén voor één druppelen ze binnen. De ouderen die aan dementie lijden, worden hartelijk bij naam verwelkomd door de activiteitenbegeleidster. Iedereen neemt plaats in een grote kring en wordt voorzien van koffie. De activiteitenbegeleidster pakt de krant en begint hardop te lezen. Af en toe stelt ze de aanwezigen een vraag en worden er grapjes gemaakt. De leeftijd van de deelnemers ligt tussen de vijftig en tachtig jaar. Thea is de jongste, zij is 53. Ze laat een schriftje zien waarin de begeleiders opschrijven wat ze die dag heeft gedaan. ‘Dat is voor Jaap, mijn man,’ zegt ze. ‘Dan weet hij wat ik hier doe. Iedereen heeft zo'n boekje.’ Na de koffie gaat de groep naar boven om te zingen.

Laagdrempelig

In Nederland lijden ongeveer 175.000 mensen aan dementie. Dertig procent van hen wordt verzorgd in verzorgings- en verpleeghuizen. Zeventig procent woont nog thuis, bijgestaan door familie en anderen in hun directe omgeving, de zogenaamde mantelzorg. Het overheidsbeleid is erop gericht mensen met dementie zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Vaak is dat ook hun eigen wens. Voor mensen met dementie kan dat alleen als er thuis opvang voor hen is en als er steun gegeven wordt aan de verzorgers, die zelf ook de kans lopen op lichamelijke en geestelijke problemen wanneer de belasting te zwaar wordt.

Onderzoek in verpleeghuizen onder dementerende ouderen wees uit dat met activiteitenprogramma's zoals bewegingstherapie, opvallende resultaten bereikt kunnen worden. Het bleek dat zij veel meer kunnen dan werd gedacht.

Met deze wetenschap ontwikkelde in 1993 dr. Rose-Marie Dröes van het VU medisch centrum en GGZ Buitenamstel in Amsterdam, op initiatief van Stichting Valerius, een model voor ondersteuning van mensen met dementie en hun verzorgers. Een speciaal programma moest zorgen dat mensen met dementie drie dagen werden opgevangen waarbij ook aandacht en tijd werd vrijgemaakt voor de mantelzorger. Daarnaast moest het centrum laagdrempelig zijn, gesitueerd in de wijk of buurt en moest er een direct contact zijn met andere zorg- en welzijnsinstellingen in de buurt.

Dr. Franka Meiland van het VU medisch centrum: ‘De ontmoetingscentra onderscheidden zich van het bestaande reguliere aanbod, de psychogeriatrische dagbehandeling, doordat ze zowel voor verzorgers als patiënten ondersteuning boden. Men is toen van start gegaan met twee centra in Amsterdam. Het model sloeg aan. Doordat de centra onderdeel van de stadswijk of buurt zijn, houden de verzorgers en de patiënten contact met buurtbewoners en blijven ze betrokken bij wat er in hun eigen omgeving speelt. Een zeer belangrijk punt, want je moet voorkomen dat mantelzorgers en patiënten in een sociaal isolement raken. Daarnaast zorgt de laagdrempeligheid van de centra er voor dat verzorgers en patiënten eerder aan de bel trekken en naar buitentreden met hun probleem. We voorkomen zo dat mensen thuis te lang de verzorging op zich nemen en zelf er lichamelijk en geestelijk aan onder doorgaan.’

Emotionele belasting

Buurthuis Quellijn in De Pijp in Amsterdam is zo'n centrum van het eerste uur. Drie keer in de week komen ouderen met dementie in het ontmoetingscentrum om gebruik te maken van een dagsociëteit. Zij kunnen individueel of in groepsverband, deelnemen aan allerlei (re)creatieve activiteiten. Ook zijn er activiteiten samen met de mantelzorgers, zoals feestelijke bijeenkomsten en uitstapjes. Daarnaast biedt het centrum een spreekuur en voor de mantelzorgers doorlopende gespreksgroepen en informatieve bijeenkomsten met onderwerpen rond het thema dementie. Deze informatieve bijeenkomsten staan ook open voor andere geïnteresseerden in de wijk.

Uit onderzoek is gebleken dat deelname aan de activiteiten in de ontmoetingscentra leidt tot een vermindering van gedrags- en stemmingsproblemen bij de deelnemers. De mantelzorgers voelen zich meer competent om zorg te verlenen, minder belast en beter ondersteund. Ze zijn daardoor in staat hun naasten langer thuis te verzorgen en opname in een verpleeghuis uit te stellen.

Joke Bos, programmacoördinator van het ontmoetingscentrum De Pijp: ‘De emotionele belasting voor iemand die in aanraking komt met een dementerende geliefde is erg groot. Iemand verandert. Je rouwt omdat je degene die je kende bent verloren, terwijl iemand gewoon nog leeft. Het geeft hele verscheurde gevoelens. Je kunt boos op iemand zijn en je daar tegelijk schuldig over voelen omdat je weet dat iemand er niets aan kan doen. Vaak lijden de sociale contacten ook onder de ziekte. Mensen weten zich niet zo goed raad met een oudere die dementeert. Je wordt gemeden, terwijl mensen juist moeten vragen hoe het gaat. Voor de ouderen met dementie zelf is het eveneens akelig. Je voelt dat er langs je heen wordt gepraat. Dat je aanwezigheid ontkend wordt. Dat zijn hele pijnlijke dingen. Je wilt er toch altijd bij blijven horen. Bij ons project voelen de mensen zich veilig en weten ze dat ze gewaardeerd worden om wie ze zijn.’

‘Wanneer iemand bij ons binnen komt krijgen ze eerst een gesprek en wordt een psychosociale diagnose gesteld met daaraan gekoppeld een activiteitenplan. We werken met het zogenaamde stressmodel. Het geeft stress als je minder kunt dan je gewend was. Je moet leren je aan te passen en je te concentreren op dingen die je nog wel kunt. Ook voor de partner van de oudere met dementie kijken we waar behoefte aan is. Voor hen hebben we eens in de twee weken een gespreksgroep waarbij we verschillende thema's bespreken zoals; hoe accepteer je de ingetreden dementie, wat doe je met de vakantie, hoe ga je om met eenzaamheid of met een dementerende partner die je heel erg claimt.’

De ouderen met dementie komen drie dagen per week van tien uur ’s ochtends tot vier uur ’s middags naar het buurthuis. Elke dag heeft zijn eigen gestructureerde programma. Een dag begint met een kopje koffie en het samen lezen van de krant. Dan is er een activiteit, zoals wandelen, zingen, sjoelen, sporten of een quiz. Daarna eten ze samen en wordt de middag opnieuw gevuld met een activiteit zoals schilderen, geheugenclub of dansen. Wanneer iemand geen zin heeft in een activiteit kan hij of zij ook gewoon beneden een boek gaan lezen of naar muziek luisteren. Bij de afsluitende thee schrijft de activiteitenbegeleidster in een persoonlijk schriftje een verslag van de dag, bestemd voor de verzorger.

Acceptatie

Aan de lange tafel in de kantine van het buurtcentrum zit meneer Van Duin. Hij is net nieuw in de groep. Tijdens het krant lezen worden hem verschillende vragen gesteld door de activiteitenbegeleidster. Hij is zichtbaar enthousiast. ‘Dit is pas mijn vierde keer dat ik hier ben. Ik heb er lang over gedaan om toe te geven dat dit misschien iets voor mij zou kunnen zijn. Het is moeilijk om te accepteren dat je bepaalde dingen niet meer zo kunt zoals je zou willen. Maar dan komt er een moment dat je merkt dat het tijdloze thuis zitten ook niet echt goed is. Ik ben heel blij dat ik de stap gezet heb. Het is toch fijn om onder de mensen te zijn. Het geeft afleiding en je voelt je beter. Vooral ook omdat het mensen zijn die begrijpen wat er aan de hand is.’

Op basis van de resultaten in Amsterdam zijn ook elders in het land ontmoetingscentra van start gegaan. Momenteel zijn er 17 actief. Op 25 november presenteerde prof. dr. Willem van Tilburg de resultaten van het onderzoek dat de afdeling Psychiatrie en het EMGO-instituut van het VU medisch centrum in samenwerking met het Trimbos Instituut en het UMC St. Radboud heeft uitgevoerd onder 11 ontmoetingscentra in Nederland. Hierin werden voorwaarden voor succesvolle implementatie van ontmoetingscentra onderzocht. De volgende stap is de landelijke implementatie van ontmoetingscentra. Meiland: ‘Op grond van de resultaten en de tien jaar ervaring die de ontmoetingscentra hebben, is er een draaiboek ontworpen voor het opzetten van een ontmoetingscentrum. Ook is er een cursus ontwikkeld voor de medewerkers van de centra. Toch zijn we er nog niet. Bij de implementatie van meer landelijke centra hebben we extra geld nodig voor een helpdesk, een website en extra p.r.-activiteiten. Ons streven is veertig tot vijftig centra verspreid over het hele land.’

Marjolijn Onvlee

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden