Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Jongerenwerk maakt na lange tijd stormachtige ontwikkeling door: ‘Jan, maak jij er een jongerenwerker van?’

Het jongerenwerk beleeft een enorme herwaardering. De erfenis van een jarenlange uitholling van het beroep daargelaten, zorgen onder meer opleidingen en congressen voor nieuw elan. Vooral door de problemen met overlast veroorzakende risicojongeren is er weer een behoefte aan professionals die met hen weten om te gaan. ‘Jongerenwerkers zijn nog vaak veredelde ID’ers.’

‘Probleemjongeren zijn moeilijker geworden, ongrijpbaar, geniepiger dan twintig jaar geleden. Dankzij de media, internet, mobieltjes zijn ze overal van op de hoogte. Iedere keer lopen ze een stapje voor de jongerenwerker,’ zegt Rachid Laghzaoui. In de tijd dat Laghzaoui (43) in het jongerenwerk begon, begin jaren tachtig, was dat wel anders. Als vrijwilliger regelde hij een ontmoetingsruimte voor jonge Marokkanen in Nieuwkerk aan de IJssel (bij Gouda) en die maakten daar braaf gebruik van.

Lagzhaoui studeerde sociale dienstverlening en maatschappelijk werk en is tegenwoordig coördinator jongerenwerk en ambulant werker bij stichting Welzijn Gouda. ‘Jongerenwerkers zijn bijna niet meer te krijgen. De theorie loopt achter op de praktijk. Veel jongerenwerkers hebben het werk verlaten vanwege bezuinigingen, lage salarissen en de hoge eisen die het werk stelt. Afgestudeerden met een opleiding cultureel maatschappelijke vorming weten vaak niet wat er onder jongeren leeft.’

Laghzaoui heeft gemengde gevoelens over de huidige opleidingen en de trend dat jongeren uit de doelgroep opgeleid worden tot assistent- jongerenwerker. ‘Met niveau 2 of 4 ben je er niet. Basale vaardigheden als het observeren van groepsprocessen ontbreken dan vaak nog. Je moet minstens HBO hebben wil je dit werk zelfstandig aankunnen en dan nog kun je beter doorstuderen. Doe bijvoorbeeld maatschappelijk werk, dan heb je een breder loopbaanperspectief.’

Houdbaarheid

Momenteel staat het jongerenwerk volop in de aandacht. Op de Landelijke Dag van het Jongerenwerk op 11 november in Utrecht namen zo’n zevenhonderd jongerenwerkers deel aan debatten en workshops. In 2002 ging het Landelijk Ontwikkelingsproject Jongeren Innovatie en Kwaliteit (LOJIK) van start, met trajecten rond methodiekontwikkeling, opleiding en scholing, imagoverbetering en de opzet van een beroepsorganisatie. Instellingen, werkers en opleidingen overleggen overal in den lande over het beroepsprofiel, de opleidingsinhoud en methodieken. Het LOJIK en docenten van Regionale Opleidingcentra (ROC) namen de afgelopen jaren het initiatief tot ontwikkeling van nieuwe jongerenwerkopleidingen. Aan deze impulsen tot professionalisering gingen jaren vooraf van bezuinigingen, uitholling van de professie en leegloop van de beroepsgroep. Het opleidingsniveau daalde, ondersteuningsinstituten verdwenen en op werkbegeleiding, onmisbaar voor de broodnodige reflectie, werd binnen opleidingen en instellingen bezuinigd. Volgens onderzoeker Jaap Noorda (Instituut Jeugd en Welzijn, Vrije Universiteit) is de houdbaarheid van een jongerenwerker in het veld inmiddels teruggelopen tot anderhalf jaar.

Jaap Antheunisse en Jan Schellekens, consulenten bij PJ Partners (steunfunctie Zuid-Holland), schetsen in de meest zwarte tinten hoe het jongerenwerk sinds eind jaren tachtig in een vrije val terechtkwam. ‘Het grote probleem met de beroepsgroep is dat ze eigenlijk geen professionaliteit kent. Jongerenwerkers hebben vaak de “eigen lijfmethode”. Iets is gelukt en dan doen ze het nog een keer. Trial and error in de praktijk. Onderwijs, subsidiënten en instellingen droegen alle hun steentje bij aan de ondermijning van de professionaliteit,’ vindt consulent en werkbegeleider Schellekens. De verbreding van het onderwijs van cultureel werk naar cultureel maatschappelijke vorming (CMV) pakte nadelig uit voor het jongerenwerk. ´Docenten staan ver af van de praktijk. Studenten leren algemene vaardigheden, maar weinig over de huidige problemen van jongeren. Bij CMV krijg je allerlei vakken aangeboden, maar die worden niet toegepast op de praktijk. Coaching on the job, supervisie, werkbegeleiding ontbreken. Het is een ramp.´

Gemeentes op hun beurt hadden steeds minder geld over voor jeugdwelzijn en instellingen van hun kant protesteerden daar nauwelijks tegen. Antheunisse: ´De eisen aan de professionals werden steeds lager. Jongerenwerkers zijn nu vaak veredelde ID’ers. Een directeur van een welzijnsinstelling zei: “Een jongerenwerker is jong en weet wat van muziek”.’

Instellingen werken hun beroepskrachten nog steeds vaak niet in, investeren weinig in bijscholing en werkbegeleiding. Sommige organisaties werven jongerenwerkers via het uitzendbureau. ´Dan zeggen ze tegen mij: "We hebben iemand aangenomen, maak jij er een jongerenwerker van?" Even later vliegt zo iemand er weer uit. Het jongerenwerk haalt zijn doelen niet en iemand van 21 zit met een burn-out. Zo’n Marokkaanse jongere voldoet niet meer en die zet je bij het grofvuil. Waar blijven die, denk jij?’

Status

Vanuit een vergelijkbare onvrede namen docenten sociaal-cultureel werk Joos Dirven en Pauline Klap het initiatief tot het project ‘Jongerenwerk voor het MBO’ (niveaus 2 en 4). Samen met anderen ontwikkelden ze de opleiding assistent-jongerenwerker op niveau 2 die sinds twee jaar op het ROC Albeda Rotterdam wordt gegeven en een jaar op het ROC van Amsterdam. Het programma is opgezet via de beroepsbegeleidende leerweg: de leerlingen gaan een dag naar school en werken de rest van de week in de praktijk. De opleiding is vormgegeven rond de acht leefgebieden van jongeren: wonen, gezondheid, financiën, justitie en politie, scholing, arbeid, vrije tijd en sociale omgeving. De initiatiefnemers overlegden met het werkveld en vertaalden de bestaande methodieken van het jongerenwerk naar niveau 2.

Het lesprogramma is afgestemd op een doelgroep die constant wisselt, namelijk jongeren, vertelt Klap. Vaardigheden voor het cultureel werk hebben we vertaald naar jongeren. PR maken kun je leren, maar jongeren op straat krijg je vaak niet makkelijk te pakken, daar moet je anders mee omgaan. De PR kan straattaal zijn of mond-tot-mond reclame. In het jongerenwerk moet je op alles voorbereid zijn, bijvoorbeeld qua veiligheid. Hoe motiveer je jongeren, hoe leer je incasseren, hoe krijg je een olifantenhuid? Het vak heeft nooit status gehad. Ga jij maar eens aan je vader uitleggen dat je jongerenwerker wil worden. Maar een jongerenwerker moet wel van alle markten thuis zijn. De groep wisselt constant. Morgen kan alles anders zijn. Dat vergt stressbestendigheid, flexibiliteit. Jongerenwerkers zijn nooit klaar.'

Waarom kozen ze voor een opleiding op niveau 2 en 4? Omdat dat aansluit bij de ID’ers die tegenwoordig in groten getale het jongerenwerk bevolken, vertelt Dirven. Als stichtingsbestuurder was hij medeverantwoordelijk voor het jongerenwerk in Etten-Leur. ‘We werden gedwongen door de gemeente om kostte wat kost met ID-banen te werken. Of die man of vrouw het aankon, mochten we van de gemeente niet vragen. Daar worstelden we als bestuur mee: we eisen heel veel, maar worden gedwongen om ondeskundigen aan te nemen.’ HBO’ers zijn ook niet meer bereid het zware vak in te gaan, vult Klap aan. ´Niemand wil op die ongeregelde tijden werken of in het weekend komen opdraven. Er is echt een leegte gekomen vanuit het HBO. De enigen die tegenwoordig belangstelling hebben voor jongerenwerk zijn mensen uit de doelgroep zelf.’

Heeft dat geen grote nadelen, zoals gebrek aan overwicht en mogelijke loyaliteitsproblemen tegenover de doelgroep? De assistent-jongerenwerkers zijn bij uitstek geschikt voor ambulant werk met overlastgevende jongeren, vinden Dirven en Klap. ´Die hebben betere ingangen. Ze kunnen het niet oplossen, maar wel signalen doorgeven. Een assistent-jongerenwerker voert alle taken van een jongerenwerker uit, onder begeleiding van een hoger opgeleide.’

Intussen stelt de praktijk nog steeds hoge eisen aan de professionals en dan ben je er niet met niveau 2. Joos Dirven: ‘Je zit in een spanning aan twee kanten: hoe bereik ik mijn doelgroep en hoe beweeg ik mijn bestuur en de gemeente om gelden beschikbaar te stellen. Je bent met tien verschillende dingen tegelijk bezig en dan moet je ook je tijd leren beheren. Dat leer je door een project uit te voeren waar druk op staat. Dan moet je iets weten van de arbeidssituatie van jongeren, van inkomen, wet en regelgeving.’ Voor opleidingen op de niveaus 4 en 5 (MBO en HBO) zien de beide docenten meer in een bredere opleiding vanwege het loopbaanperspectief. ‘Binnen het sociaal-cultureel werk moet je streven naar differentiaties als entertainment, kunst en cultuur, jongerenwerk en opbouwwerk.’

Martin Zuithof

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden