Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Gemeenten keren zich tegen aankomende bezuinigingen: Snijden in heilige huisjes

Sinds de bekendmaking van forse kortingen op de gemeentefondsen zijn de gemeenten in rep en roer. Waarin kunnen ze nog snijden? Vooral middelgrote gemeenten luiden de noodklok. ‘Kleine gemeenten krijgen extra geld voor plattelandsbeleid. En de grote steden krijgen forse bedragen via het Grotestedenbeleid. Wij vallen tussen wal en schip.’

Het zijn economisch barre tijden in Nederland. Niet alleen voor de burgers die de recessie in hun portemonnee voelen, maar ook voor de overheid die veel minder heeft te besteden. Rijk en gemeenten hanteren sinds jaar en dag het principe: samen de trap op, dan ook samen de trap af. Dus als de rijksoverheid meer te besteden heeft, gaat er meer geld in het fonds dat gemeenten voedt. Krimpen de uitgaven van de rijksoverheid, dan lijden de gemeenten ook pijn. En dat is wat er nu aan de hand is. Ongeveer 850 miljoen euro zal de komende jaren minder in het gemeentefonds stromen. En dat is niet alles. Want de rijksoverheid treft gemeenten nog veel harder. Ze moeten miljoenen ophoesten aan kortingen op allerhande voorzieningen. Bovendien verliezen ze voor een groot deel de mogelijkheid om via lokale belastingen zelf inkomen in de wacht te slepen. De klap komt zo hard aan dat zelfs een keurige en bezadigde organisatie als de Nederlandse Vereniging van Gemeenten zich heeft gewaagd aan een fors protest. De VNG dreigt zelfs met actie. De gemeenten willen het overleg met het rijk opschorten als de maatregelen niet worden afgezwakt.

Kleine marges

Voorzitter Jan Wigboldus van de Vereniging van Kleine Dorpen in Groningen ziet de bui al hangen. ‘De klappen vallen altijd onderop.’ Veel concreets heeft hij nog niet vernomen. ‘Maar volgens de geruchten worden de kleine gemeenten het meest gedupeerd.’ En dat zou wel eens gevolgen kunnen hebben voor de leefbaarheid van kleine dorpjes op het platteland. ‘Want wat gebeurt er bijvoorbeeld met de dorpshuizen. We voeren nu al jaren strijd om ze open te houden, en ze zo efficiënt mogelijk te gebruiken: in de ochtend de fysiotherapeut erin, ’s middags de dokter en misschien ’s avonds weer een ander. Maar als gemeenten moeten bezuinigen? We houden ons hart vast.’
Vertegenwoordigers van de grotere gemeenten zijn net zo bang voor de bezuinigingen, zo niet banger. Neem bijvoorbeeld Zeist, of Roermond, Den Helder en Gouda. Vijfendertig middelgrote gemeenten, met inwonersaantallen die schommelen tussen de dertig en vijfentachtigduizend personen, hebben zich al sinds een aantal jaar verenigd in een heuse belangenorganisatie: Het Platform van Middelgrote Gemeenten (MGG). Ze hadden altijd al het gevoel te groot te zijn voor servet en te klein voor tafellaken. ‘De kleine gemeenten krijgen extra geld voor het voeren van een plattelandsbeleid,’ zegt woordvoerder Johan Boomgaardt, in het dagelijks leven gemeentesecretaris van Zeist. ‘En de grote steden krijgen forse bedragen via het Grotestedenbeleid. Maar wij vallen net tussen wal en schip.’

Boomgaardt weet zeker dat de middelgrote steden extra worden gedupeerd als er nieuwe bezuinigingen worden doorgevoerd. ‘De marges zijn bij ons nu al veel kleiner. De middelgrote gemeenten moeten niet alleen voor zichzelf voorzieningen overeind houden, maar ook voor de omliggende regio. Zonder dat daar extra geld tegenover staat. Dus als er moet worden bezuinigd, kun je je afvragen wat er met het theater gebeurt waar mensen vanuit de omtrek gebruik van maken, of met de scholen voor voortgezet onderwijs die een streekfunctie hebben, of met de bibliotheek.’’
Hij weet dat het mensen moeilijk aan het verstand te peuteren is dat Zeist er financieel gezien bekaaid van af komt. ‘Iedereen zegt: Zeist? Dat is toch die mooie plaats in de bossen met al die villa’s? Ze hebben gelijk. Maar daarbij hebben we ook een grote categorie allochtone bewoners, en achterstandsgebieden. We kunnen niet, zoals Almere, gemakkelijk uitbreiden. Om ons heen is geen vrije ruimte meer. Als we nieuwbouw willen, moet er eerst worden gesloopt. En dat is veel duurder. Over twintig jaar zegt iedereen: “Waarom is er niet eerder ingegrepen”. Dus moeten we ons nu roeren.’

Autonomie

De gemeenten reageren niet voor niets heel woedend, zegt onderzoeker Maarten Allers van het Coelo, het Centrum voor Onderzoek van de Economie van Lagere Overheden, verbonden aan de Rijksuniversiteit van Groningen. ‘Het kabinet tornt aan de hoeksteen van de gemeentelijke autonomie, namelijk de vrijheid om zelf belastingen te heffen. Dat gaat heel ver.’
De gemeenten hebben de laatste jaren veel over zich heen gehad, vindt hij. Na de rampen in Enschede en Volendam zijn veel burgers het vertrouwen in het lokale bestuur kwijtgeraakt. Wethouders zijn veel meer in het schootsveld van het publieke debat terecht gekomen. ‘Ze realiseren zich dat zij voor de camera’s moeten uitleggen wat er is misgegaan bij een eventuele ramp. Dat motiveert om veel aan handhaving te doen. Maar dat kost geld.’
Daarnaast is door de opkomst van de Leefbaar-partijen in veel gemeenten de politieke rust verdwenen. ‘Er moet nu veel meer zichtbaar worden gepresteerd. De burger is ongeduldig. Hij wil resultaat zien van beleid.’ Als er daar bovenop nog eens fors bezuinigd moet worden op de uitgaven, is Leiden in last, betoogt Allers. Want waar haal je het geld vandaan om de gaten in de begroting te dichten. Uit je reserves? Dat houd je nooit lang vol. ‘Normaal gesproken zou je de lokale belastingen kunnen verhogen. Maar je haalt daar gemiddeld nooit meer dan tien procent van je inkomsten mee binnen. Dus dat zet weinig zoden aan de dijk. Bovendien grijpt het rijk daar nu juist in.’ Personeel ontslaan, dan maar? Het lijkt voor de hand liggend, maar de winst is niet zo groot. ‘Je bent veel kwijt aan wachtgeld. Bovendien is het erg pijnlijk.’ Je komt volgens de gemeentedeskundige al snel uit bij het snijden in voorzieningen. ‘Stel dat je elk jaar een cultureel festival houdt. Zoiets kost handen vol geld. Dat schrap je dan. Of misschien moet je bezuinigen op schoolzwemmen, of op de bibliotheek. Je kunt niet en de kool en de geit sparen.’

CDA-wethouder Ton Kwakkel uit IJsselstein (34.000 inwoners) ziet de toekomst niet zo somber in. Ook het gemeentebestuur van zijn gemeente moet de broekriem aanhalen. Besloten is al dat de lokale welzijnsstichting volgend jaar vijftigduizend euro moet inleveren. Op welke taken, is nog niet bekend. De stichting riep in de lokale krant al het failliet over zichzelf uit. Maar daar kan volgens Kwakkel geen sprake van zijn. ‘Er moet worden gesneden, dat is duidelijk. Maar er blijft genoeg over.’
Volgens de CDA-wethouder moet er in de toekomst met een ander oog naar welzijnswerk worden gekeken. ‘Misschien moet je personeel minder snel een vast contract geven. Je kunt snijden in de overhead. Bijvoorbeeld de personeelsadministratie samen doen met andere organisaties. Ik heb gehoord dat een ouderenadviseur in mijn gemeente negen uur per cliënt besteedt. Daar zitten veel zogenoemde “thee-contacten” bij. Ik begrijp dat je bij een eenzaam iemand geen schop tegen de tafel kunt geven, maar je kunt voor het sociale contact toch ook vrijwilligers inschakelen. Als die er niet zijn, moet je die tak ontwikkelen. De ouderenadviseur houdt zich dan meer bezig met zijn eigenlijke werk: Het doorverwijzen naar andere instanties.’
Kwakkel vertelt over een bezoek aan een gemeenschapscentrum waar hij vier echtparen de hele middag koersbal zag spelen. ‘Hartstikke leuk, hoor. Maar kun je zo’n gebouw niet efficiënter exploiteren. Misschien moet de huur omhoog.’ Ook weet hij dat veel gezonde ouderen met een goed gevulde beurs toch gezellig gaan koffiedrinken bij inloopbijeenkomsten. ‘Ze laten zich dan ook nog ophalen met het busje. Want dat is er immers voor.’ Ook daarin zou je selectiever moeten zijn, vindt hij. ‘Die ouderen kunnen best naar het restaurant van de V & D voor een kopje koffie. Dat hoeven wij niet voor hen te regelen.’ Dan is er nog de traditie van het welzijnswerk. De werkers bieden activiteiten aan vanuit een centrum. Busjes halen de bezoekers op en brengen hen na afloop weer naar huis. ‘Misschien moeten we veel meer de wijken in. Waarom organiseren we geen activiteiten in bijvoorbeeld een gymzaal. Die staan in daluren vaak leeg. Je kunt bestaande gebouwen veel efficiënter benutten. Daar ben ik van overtuigd.’ De bakens zullen moeten worden verzet zegt de wethouder. ‘Dat is geen leuke boodschap. Ik speel liever voor Sinterklaas. Maar het is niet anders.’’
Onderzoeker Maarten Allers van het Coelo ziet evenmin alleen negatieve kanten aan het bezuinigen. Gemeenten moeten een stapje terug doen. Maar dat kan soms ook voordelen hebben, vindt hij. ‘Je houdt de dingen dan weer eens scherp tegen het licht, en kijkt of alles niet wat anders kan. Als je altijd geld genoeg hebt, kom je daar niet toe.’

Annet van Eenennaam

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden