Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Help ouderen door inzet van vrijwilliger

Ouderen moeten langer thuis blijven wonen, maar als daar voorzieningen voor nodig zijn, geven veel gemeenten niet thuis. Dat stelt Manon Vanderkaa, directeur van KBO-PCOB. Hierdoor kunnen schrijnende situaties ontstaan.
Oudere-Fotolia.jpg
Ouderen moeten langer thuis blijven wonen, maar als daar voorzieningen voor nodig zijn, geven veel gemeenten niet thuis. - Foto: Fotolia

Vanderkaa: 'Ouderen die na bijna vijftig jaar samen niet meer bij elkaar kunnen slapen. Een oude man die beide onderbenen mist en tree voor tree omhoog en naar beneden moet klauteren. Mensen die niet meer boven kunnen douchen. Je hart breekt als je dit soort verhalen hoort.' Die verhalen verzamelde de KBO-PCOB nadat de organisatie mensen die wel een traplift nodig hadden maar deze niet kregen, vroeg van zich te laten horen.

Langer thuis wonen

Vanderkaa: 'Bij de aanvraag voor een traplift hanteert iedere gemeente zijn eigen spelregels. Dus het is mogelijk dat je in gemeente A geen traplift krijgt, maar dat je er in de buurtgemeente wel één zou hebben gekregen. Bovendien doen veel gemeenten er alles aan om mensen te ontmoedigen een aanvraag in te dienen. Ze krijgen vaak bij het eerste telefoontje al te horen dat een aanvraag geen zin heeft.'

Het ministerie van VWS en de VNG hebben afgesproken dat per 2017 de budgetten voor de Wmo en Jeugd naar beneden gaan. Marijke Vos, bestuursvoorzitter van Sociaal Werk Nederland: ‘Dit is een verkeerd besluit.’ Lees meer >>

Netwerk

“Gaat u maar verhuizen naar een gelijkvloerse woning”, is volgens Vanderkaa de meest gehoorde afwijzing van de gemeente. 'Oftewel: lost u het zelf maar op. Maar verhuizen is ingrijpend, financieel én emotioneel. Als er al gelijkvloerse woningen beschikbaar zijn, want die zijn dun gezaaid en vaak onbetaalbaar. En de meeste ouderen willen ook helemaal niet verhuizen. Hun hele verleden zit in dat huis. En, nog belangrijker, ze hebben in de buurt een netwerk opgebouwd van mensen die hen helpen als iets gedaan moet worden.' Een andere veel gehoorde reden tot afwijzing is de 'voorzienbaarheids-regel': als je had kunnen voorzien dat er problemen zouden komen, krijg je geen hulpmiddel.

Wees alert

Hoe kunnen dergelijke situaties voorkomen worden? En wat kunnen sociaal werkers daarin betekenen? Vanderkaa: ‘Het is vooral belangrijk dat sociaal werkers alert zijn. Achteruitgang gaat vaak geleidelijk. Gaandeweg slepen ouderen zich meer en meer de trap op met alle gevolgen van dien.’ Het is dus van belang dat sociaal werkers scherp zijn. ‘Soms ben je er niet op bedacht hoe slecht het eigenlijk al gaat. Zet al je voelsprieten uit om kleine signalen op te pakken. Ziet een bed er bijvoorbeeld onbeslapen uit? Dan kan het zijn dat het bed netjes opgemaakt is, maar het kan ook betekenen dat iemand op de bank heeft geslapen.’

Blijverslening

Merk je als sociaal werker dat een cliënt achteruit gaat? Wijs hem of haar dan op de mogelijkheden die er zijn. Vanderkaa: ‘Vanuit hun kennis en ervaring hebben sociaal werkers vaak goed zicht op mogelijkheden om langer thuis te wonen. Zo weten ze vaak hoe iemand aanspraak kan maken op de blijverslening. En is de aanvraag voor een traplift van een cliënt afgewezen? Dan kan een sociaal werker hem of haar helpen om in beroep te gaan of meedenken over andere opties. Bijvoorbeeld easy steps of het verplaatsen van de slaapkamer of badkamer naar de begane grond. Kijk hierbij altijd naar de oplossing die in die specifieke situatie het beste past.’

Vrijwillige ouderenadviseur

Het allerbelangrijkste is volgens Vanderkaa echter dat sociaal werkers de samenwerking zoeken met vrijwillige ouderenadviseurs. ‘Voor ouderen is de drempel om met een vrijwillige ouderenadviseur openhartig te praten vaak lager dan met een professional. De vrijwilliger is immers ook een oudere en in sommige gevallen zelfs een bekende. Een goede samenwerking tussen vrijwillige ouderenadviseurs en professionals kan dan ook veel opleveren: krijgt een vrijwilliger te maken met een complexe vraag kan hij een beroep doen op de professional en aan de andere kant kan de professional een vrijwilliger inzetten die bijvoorbeeld extra tijd kan nemen om alles nog een keer uit te leggen of af en toe eens langs te gaan om te zien of alles goed gaat. Een professional heeft daar immers niet altijd voldoende uren voor.’

Sophie van Hogendorp

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden