Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Over de grens: 'Onze rapportages zijn tweetalig'

Op de grens tussen het Nederlandse Dinxperlo en het Duitse Suderwick staat een woonzorgcentrum. Ouderen van beide nationaliteiten kunnen er zorg ontvangen. Maar voor het ‘grensoverschrijdende’ project een feit was, moesten eerst heel wat hobbels worden genomen.
Over de grens: 'Onze rapportages zijn tweetalig'

Door Maria van Rooijen - Het Europroject Dinxperlo-Suderwick is helemaal te danken aan Tante Trude, vertelt Inge te Winkel, locatiemanager van Dr. Jenny, een woonzorgcentrum van stichting Careaz in Gelderland. Tante Trude woonde haar hele leven in Suderwick. Dit Duitse dorpje grenst direct aan het Nederlandse Dinxperlo. Tante Trude kocht haar brood bij de Konditorei aan de oostkant van de Hellweg, een hoofdweg die de dorpjes van elkaar scheidt, haar vlees bij de slager aan de westkant. Zij wilde, vertelde ze aan iedereen, als ze hulpbehoevend werd, haar laatste levensjaren slijten in het Dr. Jenny woonzorgcentrum dat aan de westkant van de Hellweg ligt. Maar dat kon niet. Duitsers kunnen geen zorg afnemen van een Nederlandse zorginstelling. Zij moest naar het Käthe-Kollwitz-Haus, een verzorgingscentrum van het Evangelisches Johanneswerk, in het tien kilometer verderop gelegen Bocholt.

Bultenhaus
Dat zou toch niet moeten, vonden het Johanneswerk, Careaz en de Vrijwillige Intensieve Thuiszorg Oost-Gelderland. Eind 2003 richtten ze daarom een stichting op om een grensoverschrijdende woon-zorgzone te verwezenlijken, waarin Duitse en Nederlandse ouderen naar believen van Duitse of Nederlandse voorzieningen kunnen gebruikmaken. Begin dit jaar werd de de zone officieel geopend. Careaz Dr. Jenny, met 69 zorgplaatsen en een verpleegunit voor dertig ouderen is met een brug over de Hellweg verbonden aan het nieuw gebouwde Bultenhaus, met twaalf woningen voor ouderen. Bovenop de brug bevindt zich een taverne waar ouderen elkaar kunnen ontmoeten. Ook is er een woongroep met negen plaatsen voor Duitse en Nederlandse ouderen. De brug vormt in heel Europa het eerste grensoverschrijdende woongebouw. De woongroep is bedoeld voor ouderen die vanwege lichamelijke beperkingen verzorging en verpleging nodig hebben en is zowel vanuit het Duitse Bultenhaus als het Nederlandse Dr. Jenny bereikbaar. De bewoners hebben een eigen kamer, keukentje en badkamer. Ze delen een grote woonkamer waarin ze overdag verblijven en een woonkeuken waarin ze gezamenlijk eten.
In het Bultenhaus is het zorgloket Dinxperlo/Suderwick, waar inwoners van beide plaatsen terechtkunnen met vragen over professionele en vrijwillige zorg, mantelzorgondersteuning, wonen en welzijn. Dit zorgloket wordt om beurten bemenst door vertegenwoordigers van Duitse en Nederlandse organisaties en gemeenten.

Pflegeversicherung
De realisatie van dit project, dat onder meer met Europese subsidie is totstandgekomen, duurde vijf jaar. Er moesten namelijk nogal wat hobbels worden genomen. Zo was er een oplossing nodig voor de verschillende wijzen van zorgfinanciering en indicatiestelling in beide landen. Inge te Winkel: ‘De Nederlandse AWBZ werkt anders dan de Duitse Pflegeversicherung. Het belangrijkste verschil is dat Duitse cliënten per verrichting betalen. Ze kunnen veel meer schuiven met de soorten hulp die ze willen afnemen.Uiteindelijk is afgesproken dat als wij een Duitse cliënt helpen, wij onze uren declareren bij het Johanneswerk. Dat dient de rekening dan weer in bij de Duitse zorgverzekeraar. Andersom kan het Johanneswerk bij ons declareren als zij aan Nederlandse bewoners zorg verlenen.’ Voor sommige zaken waren heel gekunstelde oplossingen nodig. Zo was het onduidelijk wie de zorg voor de bewoners van de woongroep, die precies op de grens woont, moest betalen. Te Winkel: ‘Daarvoor bedachten we het Briefkastensysteem. De brievenbussen van de Nederlandse bewoners staan op Nederlands gebied, de Briefkasten van de Duitse bewoners op Duits gebied. Zo kreeg formeel toch ieder de zorg – en de rekening daarvoor – op zijn eigen grondgebied.’

Wet BIG
Een ander probleem waren de verschillende kwalificaties van de hulpverleners. Duitsland kent het beroep verzorgende niet, alleen dat van helpenden en verpleegkundigen. Het land kent ook geen regels voor beroepenregistratie vergelijkbaar met die uit de Nederlandse Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG). Duitse verpleegkundigen die bij Nederlandse cliënten verpleegtechnische handelingen zouden uitvoeren, moesten geregistreerd staan in het Nederlandse BIG-register. Daarom volgde een aantal Duitse en Nederlandse verzorgenden en verpleegkundigen speciale cursussen om de juiste kwalificaties te behalen, zodat ze zowel Duitse als Nederlandse ouderen mogen verplegen.
De bouw van het Bultenhaus leverde ook de nodige hoofdbrekens op. Te Winkel: ‘De Nederlandse woningbouwstichting had het pand gekocht met het doel daarin Nederlandse en Duitse zorg te laten verlenen. Maar dat kon niet, want het leek schier onmogelijk dat Duitse verzorgenden aan Nederlandse ouderen en Nederlandse verzorgenden aan Duitse ouderen zorg zouden leveren. Toen moest Johanneswerk het pand weer overkopen.’

Een niet onbelangrijke vraag was hoe het met de taal moest. Lang niet alle Nederlandse verzorgenden spreken Duits, en andersom ook niet. In welke taal wordt er gerapporteerd? En waren er welbeschouwd niet al te grote cultuurverschillen, bijvoorbeeld op het gebied van de zorgverlening? Ada Boland, afdelingshoofd in Dr. Jenny: ‘Verzorgenden die in het kader van de extra cursus stage liepen in Duitse zorginstellingen, merkten opvallende verschillen. De zorg is er hiërarchischer georganiseerd, minder vraaggericht zoals bij ons. Bewoners werden bijvoorbeeld heel vroeg gewekt, omdat dat in de planning beter uitkwam. Ook delen bewoners, die wel op een eigen appartement wonen, nogal eens met zijn drieën één toilet. Dat zouden Nederlanders niet prettig vinden, die hechten sterk aan hun privacy.’

Vrijwilligerswerk
Een ander cultuurverschil hangt samen met vrijwilligerswerk. In Duitsland kent men dat nauwelijks. Te Winkel: ‘In Duitsland bestaat een zorgplicht. Iedereen moet voor de eigen familie zorgen. Als je dat zelf niet kan, koop je de zorg in. Dat een instelling als Careaz 220 vrijwilligers kent, was voor het Johanneswerk ongelooflijk. Met veel moeite is het ons gelukt een aantal Duitse vrijwilligers te werven.’
Bij een rondgang door de woon-zorgzone blijken twee Duitse vrijwilligers in de taverne achter de bar te staan. Ze zijn enorm blij dat ze dit werk, na hun pensionering, kunnen doen. Maar ze weten ook heel goed waarom andere Duitsers daar niet zo happig op zijn. ‘Je verdient er niets mee. Duitsers vinden het vreemd dat je je dan toch zo zou inzetten.’

Oorlogsverleden
In het Bultenhaus blijkt nog een ander cultuurverschil: de sfeer doet nogal kil aan, met de geelroze muren en pastelkleurige schilderijtjes van vaasjes met bloemen. Toch vallen de cultuurverschillen, nu het project eenmaal loopt, reuze mee. Dat komt ook omdat er van het grensoverschrijdende zorgverleningsverkeer toch niet zo heel veel sprake is. De mogelijkheden zijn er wel, maar er wordt maar beperkt gebruik van gemaakt. Zo bestaat de woongroep vooralsnog alleen uit Duitse ouderen. Te Winkel: ‘We hebben Nederlandse ouderen er actief voor benaderd. Hun kinderen zijn er vaak erg enthousiast over, maar de ouderen zelf schrikken ervoor terug. Bij sommigen speelt het oorlogsverleden mee. Zo zei een vrouw: “Je denkt toch niet dat ik met een Duitser ga samenwonen.” Een Nederlandse vrouw heeft er een poosje gewoond om een periode te overbruggen waarin ze zorg nodig had. Ze wilde er niet blijven. Ze ervaarde de Duitse zorg als te strak, te veel Ordnung. Maar zij was ook niet iemand die zich gemakkelijk kon aanpassen aan een groep. Je moet er echt voor kiezen om alles met elkaar te willen delen.’

Het gebrek aan animo voor de woongroep onder Nederlanders heeft volgens Boland ook te maken met het feit dat Nederlandse ouderen meer keuzemogelijkheden hebben dan Duitse ouderen. ‘Er zijn allerlei goede alternatieven voor een woongroep’.
De zes Duitste leden van de woongroep – drie plaatsen blijven vooralsnog open voor Nederlandse gegadigden – ontvangen zorg van het Johanneswerk, dat een kantoortje heeft in het Bultenhaus. Alleen ’s nachts zijn ze aangewezen op Nederlandse verzorgenden van het Dr. Jenny-huis. Dat verzorgt altijd de nachtdiensten voor beide huizen. En naast een aantal andere vormen van ondersteuning, zoals maaltijdverstrekking aan sommige in het Bultenhaus wonende ouderen, is dat het enige contact dat de Nederlandse zorgverleners met Duitse cliënten hebben.

Verzorgende Mieke ter Horst: ‘Ik spreek geen Duits. Maar als een bewoner om de Bedpanne vraagt, begrijp ik wel dat hij een ondersteek nodig heeft. Met wat handen- en voetenwerk kom je er altijd wel uit.’ Ook de overdracht verloopt soepel. ‘Ik praat Nederlands, de Duitse verpleegkundige Duits. We begrijpen elkaar altijd. Rapporteren doen wij in het Nederlands, zij in het
Duits. Met die tweetalige rapportages is prima te werken.’

Rust
De Duitse en Nederlandse ouderen ontmoeten elkaar wel in de taverne. Die blijkt een enorm succes. Niet alleen voor de ouderen die verzorging nodig hebben, maar voor alle ouderen in het 10.000 inwoners tellende Dinxperlo/Suderwick. Een 65-jarige inwoner van Dinxperlo vertelt in het Nederlands-Duits dialect: ‘Ik kom hier zo vaak als maar kan. Je realiseert je niet eens of je met een Duitse of Nederlandse persoon praat. Mijn tante is zelf Duits’, vertelt de man terwijl hij een slok koffie neemt. ‘Ik zou zelf best met Duitsers samen in een woongroep willen wonen.’
Een gesprek met de Duitse bewoners van de woongroep, om hen te vragen hoe zij de zorg ervaren, zit er echter niet in. Hij weet precies waarom. ‘Tijdens de opening is er zoveel belangstelling van de pers geweest, dat de bewoners even rust willen hebben.’

Dit artikel staat in het dubbele Zorg + Welzijn zomermagazine nummer 7/8, juli/augustus 2009

Bron: Foto: ANP/Frank van Beek

Maria van Rooijen

Gerelateerde tags

Eén reactie

  • no-profile-image

    J.Guichelaar

    Geachte heer/mevrouw


    Ik heb eigenlijk geen reaktie.maar ik zit met een vraag.Mijn vrouw en ik zijn beiden 66 jaar.Wij zijn verzekerd via CVZ in Diemen.En hebben ons gemeld bij een krankkenkase in duitsland.


    Mijn vraag is deze: De kosten voor een verpleeghuis is erg duur.maar hoe kan ik mij verzekeren zodat ik en mijn vrouw als wij er gebruik van moeten maken geen kosten meer toe hoeven te betalen.Als wij een pflegeverzekering nemen in duitsland een tagesgeld zodat er per dag wordt uitbetaald.Als ik in duitsland naar een verpleeghuis ga is er niets aan de hand.maar als wij nu naar een tehuis in nederland willen betaald die vezekering dan ook het tagesgeld uit.
    Wat kunnen wij het beste doen.Ik denk dat wij een pflegeverzekering nodig hebben.Maar voor welk bedrag voor elke stufe want er is stufe 1 en 2 en 3.Bij wie kunnen wij dan het beste een verzekering nemen enz

    Heeft iemand raad voor mij.

    Vriendelijke groeten

    J.Guichelaar

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden