Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Herinneringsmuseum maakt tongen los

Oudere mensen worden niet gelukkiger van een nieuwe televisie, wel van familiebezoek. Maar om het voor de familie aantrekkelijk te maken moet je ergens anders over kunnen praten dan je mankementen. Het Herinneringsmuseum van Stichting Humanitas biedt vele aanknopingspunten.

Door Maria van Rooijen - Aan de zijkant van de hal van het verzorgingscentrum Akropolis van Stichting Humanitas in Rotterdam staat een lange rij antieke rolstoelen. De oudste dateert van 150 jaar terug. In de gang op weg naar het vergaderzaaltje staan vitrines met verschillende thema’s - Kerstmis, Koningin Juliana, Van Nelle -, een vogelkooi, de muren zijn beschilderd en de ramen van de beautysalon, de kapper, de fitnessruimte en het internetcafé zijn van glas-in-lood.

In het vergaderzaaltje zelf heerst chaos. De tafel en vloer liggen bezaaid met borstbeelden, houten hobbelpaardjes, oude tabaksdozen, Afrikaanse beeldjes, Friese doorlopers. Schilderijen, een ingelijste jodenster en oude ingelijste schooldiploma’s hangen aan de muur en staan rijendik op de grond tegen de wand. Een deel van de spullen is de opbrengst van het afgelopen weekend en moet zijn weg nog vinden naar het Herinneringsmuseum.

Filosofie
De chaos is opzettelijk en heeft alles te maken met de zorgfilosofie van Humanitas, de filosofie waaruit ook het museum is voortgekomen. ‘Mensen voelen zich gelukkiger in een warme, wat rommelige omgeving’, zegt de voorzitter van de raad van bestuur van Stichting Humanitas Hans Becker (67), initiatiefnemer van het nu een jaar draaiende museum. En oude mensen in hun laatste levensjaren gelukkig maken is de core business van Humanitas. Dat doe je niet met hulpverleners in witte jassen die bewoners er voortdurend op wijzen dat ze voldoende vitaminen moeten binnen krijgen, maar door bewoners maximale zelfstandigheid te geven, ze zoveel mogelijk dingen zelf te laten doen, in principe altijd ‘ja’ zeggen op hun wensen ervoor zorgen dat ze veel familiebezoek krijgen.

Becker: ‘Wat willen ouderen het liefst? Niet een nieuwe televisie of nieuwe jas, maar bezoek van familie. Dan moet je die familie iets te bieden hebben. Met alleen geklaag over hun trillende handen en andere mankementen is de familie blij na anderhalf uur weer te kunnen vertrekken. Dus je moet ervoor zorgen dat bewoners met de familie ergens over kunnen praten: over het heerlijke eten in het restaurant, de wisselende tentoonstellingen in de vitrines en het naaktschilderij aan de muur. Ze mogen het afschuwelijk vinden, als het maar gesprekstof oplevert.’

Reminiscentietherapie
Met die filosofie was Becker al langer bezig – hij is er zelfs op gepromoveerd – toen hij drie jaar geleden in contact kwam met een reminiscentietherapeut. ‘Zij bezoekt patiënten met Alzheimer en toont hen dingen van vroeger. Via het praten over de voorwerpen, ze te laten aanraken, soms het geluid en de geur eraan toe te voegen, probeert ze herinneringen op te wekken en zo patiënten te activeren. Toen dacht ik: bij mijn ouders staan nog oude strijkijzers op zolder, en een oude Singer-naaimachine. Ik heb ze hier gebracht en ogenblikkelijk gingen ouderen erover praten. Tegen elkaar en tegen hun familie. Samen met mijn zus, die museumconservator is, hebben we toen het museum opgericht.

Wasdag
Hoewel het voor dementerenden wel een therapeutische werking heeft, is het niet alleen voor hen bedoeld, maar om alle ouderen gesprekstof te bieden.’ Werkt het zo mooi als Becker vertelt en maakt het museum inderdaad de tongen los? Ja. Het Herinneringsmuseum bevindt zich in de kelder en beslaat een oppervlakte van 800 m2. De veertien in elkaar overlopende ruimtes, waaronder een huiskamer, zitkamer, keuken, slaapkamer, kinderkamer, schooltje, ademen de sfeer van ‘toen was geluk nog gewoon’. De meubels, vitrinekasten en andere voorwerpen zijn zo opgesteld dat rolstoelen er makkelijk in kunnen bewegen. En rolstoelpatiënten zijn er deze middag volop: individueel onder begeleiding van zoon of dochter, samen met vriendinnen of in groepen, afkomstig van zorgcentra elders die van het museumbezoek een uitje hebben gemaakt. De enthousiast geslaakte kreten ‘ach-wat-leuk’ en ‘dat-hadden-wij-vroeger-ook’ zijn voortdurend te horen.

In de keuken, die naar Sunlightzeep ruikt, staan twee dames bij de wastobbe. Een van hen, 86 jaar, vertelt hoe ze daar vroeger al ’s morgens om zes uur achter stond. ‘Mijn moeder’, zegt ze, ‘moest nog heet water halen bij de waterstoker.’ Haar vriendin weet er alles van. ‘En dan maar met de stok in de was stampen.’ Twee andere dames voegen zich erbij. Een van hen zwaait met haar armen van links naar rechts. ‘Zo draaide die tobbe heen en weer. En altijd op maandag wassen.’ ‘En op dinsdag strijken’, vult de ander aan. ‘Nee’, verbetert de eerste, ‘strijken deed ik op dezelfde dag.’ ‘Maar dan was de was toch nog niet droog?’ Nou, bij haar wel.

Pastor
In de huiskamer liggen op het pluche tafelkleed Libelle’s en Katholieke Illustraties uit de jaren vijftig. In de kast staan gezelschapspelletjes als Mens-erger-je-niet en Zwarte Pieten en een verzameling koekblikken. Een dame ziet de kachel. ‘De salamanderkachel’, roept ze verrukt. De suppoost, een van de dertig vrijwilligers van het museum, vertelt dat de huiskamer stamt uit 1930. Als ze naar de belendende zitkamer wijst, reageert een bezoekster: ‘Die was er voor als de pastoor op visite kwam.’

In de zitkamer laat de oude radio het programma ‘Ochtendgymnastiek’ horen, gevolgd door ‘cha, cha, cha, de groenteman’. De begeleidster van een demente dame in een rolstoel vraagt of ze het programma herkent. Het antwoord is een lieve glimlach. Als een bezoekster wijst op de twee fauteuils naast de kachel – ‘daar mochten alleen vader en moeder in zitten’ – en aan de demente dame gevraagd wordt of ze dat nog weet, zegt ze: ‘Ach, je bent er weer eens even uit, hè.’ Ook in de slaapkamer ontlokken het gehaakte sprei, de lampetkan, de po onder het bed en de linnenkast bij haar geen andere reactie dan een bezorgde blik op haar horloge. ‘We moeten wel op tijd thuis zijn.’ Maar dan haalt de suppoost een roze corset uit de kledingkast. ‘Dat is een echt oud corset!’, roept ze. En als ze in de badkamer de Delftsblauwe wc-pot ziet, stelt ze vast: ‘Als ik een nieuwe koop, koop ik er zo een.’

Vrijwilligerswerk
Op de toonbank van de bakkerij ligt een huishoudboekje. Een 85-jarige bezoekster bladert erin en zegt tegen haar 78-jarige vriendin: ‘Toen ik bij Unilever ging werken verdiende ik vijftien gulden per maand.’ ‘Tja, dat was crisis’, beaamt haar vriendin. ‘Wij hebben nog van het maatschappelijk hulpbetoon getrokken.’ Enkele andere bezoekers bemoeien zich met het gesprek en er ontvouwt zich een discussie over het geluksgehalte van vroeger en nu. ‘Bij het zien van die wastobbe denk ik niet meteen aan die goede oude tijd. Maar je wist niet beter en eigenlijk was je wel tevredener. Ik kon zo gelukkig zijn met mijn zelfgemaakte gordijnen.’

John Goewie is de restaurateur van het museum. ‘Prachtig werk’, vindt hij het. ‘Laatst ging een mevrouw zitten en zei: “Ik ben thuis”. Daar kreeg ik echt kippenvel van.’ Zelf al enige jaren gepensioneerd, is hij als vrijwilliger dagelijks bezig met het opknappen van binnengebrachte spullen. Dat kunnen afgebladderde schilderijen zijn, maar ook oude Solexxen, legerfietsen, voetbalspellen, of kolenkitten. De hoeveelheid spullen die doorlopend via familie van bewoners, mensen uit de buurt of veilingen binnenkomen is gigantisch. Ze staan opgeslagen in de overige kelderruimtes. Behalve voor het eigen museum zijn ze bestemd voor de herinneringsmusea die Humanitas recent heeft geopend in twee van haar andere zorgcomplexen, en voor de zes die, zo is het plan, nog komen gaan.

Voor zorgcentra die ook iets dergelijks willen beginnen heeft Becker een boek geschreven waarin staat hoe ze dat kunnen doen. ‘Duur is het niet. Alleen de vitrines zijn prijzig, voor het overige is het allemaal vrijwilligerswerk.’

Dit artikel staat in Zorg + Welzijn Magazine nummer 2, februari 2009.


Alexandra Sweers

Gerelateerde tags

2 reacties

  • no-profile-image

    H.J.Bal

    Leuk artikel vooral voor de oudere mens.Wil graag een bezoek brengen aan dit museum met een groepje bewoners van een verzorgingshuis.Mis een telefoonnummer en adres plus entree prijs mevr. Bal

  • no-profile-image

    H.J.Bal

    Leuk artikel vooral voor de oudere mens.Wil graag een bezoek brengen aan dit museum met een groepje bewoners van een verzorgingshuis.Mis een telefoonnummer en adres plus entree prijs mevr. Bal

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden