Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

De huiskamer van het dorp

Het begon als een herberg, werd vervolgens een dorpshuis en gaat wellicht in de toekomst op in een multifunctioneel centrum. Dorpshuizen vormen op het platteland nog steeds het centrum van het dorp. ‘Zonder dorpshuis was Appeltern al lang als los zand uit elkaar gevallen.’

Door Mariëlle van Bussel - In de grote zaal beweegt een groep ouderen zich op aanwijzingen van de gymleraar. Een paar deuren verder zitten anderen te kaarten in de foyer. Op de toegangsdeur van het pand een pamflet van de toneelvereniging ‘Kom maar op’. In het keukentje hangt de geur nog van de lekkernijen die tijdens de Tiroler-avond geserveerd werden een paar dagen eerder.
Dorpshuis ‘De Schuur’, voorheen een boerderij, ligt aan de rand van het Appeltern, met 830 inwoners een kerkdorp in het land van Maas en Waal (Gelderland). Aan de ene kant het uitzicht op de dorpskern, aan de andere kant de dijk met daarachter de Maas. Deze dinsdagmiddag staan er een tiental auto’s op het parkeerterrein en leunen er een aantal fietsen tegen de muur.
‘Bijna elke dag is er wel iets te doen in het dorpshuis,’ vertelt Mari Sengers, voorzitter van Vereniging Ontmoetings-centrum de Schuur (VOS), zoals het officieel heet. Hij somt op: ‘Vanmiddag kaarten en gymmen de leden van de ouderenbond, vanavond oefenen de dansmariekes, daarna de muziekvereniging. Zo is elke dag minstens één dagdeel bezet en wordt er elk weekend een feest georganiseerd door één van de gebruikers.’
Sengers schat dat ‘minstens 750 van de 830’ inwoners wel eens in ‘De Schuur’ komen. Als lid van de tennisvereniging, het zangkoor of de ouderenbond, om een cursus te volgen bij het Rode Kruis, therapie bij de logopediste of om te leren vissen in de Maas. Daarnaast is het dorpshuis elk jaar dé plek waar carnaval gevierd wordt.
‘Zonder dorpshuis was Appeltern al lang als los zand uit elkaar gevallen,’ denkt Sengers. ‘Omdat verenigingen nu een dak boven hun hoofd hebben, houdt het de dorpsgemeenschap bij elkaar. Het dorpshuis is hier echt de huiskamer van het dorp. Het zorgt er ook voor dat jonge mensen in Appeltern blijven wonen en dat het dus niet vergrijst.’
‘De Schuur’ werd in 1970 geopend. ‘De dorpsbewoners hebben met z’n allen de kosten bij elkaar gespaard om de oude boerderij te kopen,’ aldus Sengers. ‘Daarna zijn we met subsidies het pand gaan verbouwen en aanpassen aan de eisen die gesteld werden aan een dorpshuis.’

Tegenwicht
Voor de komst van het dorpshuis was er slechts het parochiehuis, een donkere ruimte ‘onder de kerk’. Lang-zamerhand onstond behoefte aan een ontmoetings-centrum. ‘Met de komst van het dorpshuis werden overal nieuwe verenigingen opgericht,’ weet Sengers. ‘De muziek-, carnavals- en toneelverenigingen bloeiden op omdat ze nu ruimtes konden huren in ‘De Schuur’.

Inmiddels zijn er 22 verenigingen lid van de VOS en maken talloze andere instanties, waaronder de logopediste bijvoorbeeld, gebruik van het pand dat na een verbouwing in 1980 nu vier zalen telt en een foyer.
De voorzitter laat trots zien hoeveel trucjes ‘De Schuur’ telt om de zalen en kleedkamers aan te passen aan de wensen van de gebruikers. Ruimtes kunnen groter en kleiner worden gemaakt, het podium kan aangepast worden en kleedkamers kunnen van buitenaf ook door de tennisvereniging gebruikt worden. Daarnaast is er buiten een jeu de boulesbaan aangelegd evenals een paardrijdbak waar alle dorpsbewoners gebruik van kunnen maken.
Het dorpshuis is sinds 1915 de opvolger van de herberg waar men elkaar ontmoette na de kerkdienst. Maar de mogelijkheid van alcoholgebruik - en een enquête die uitwees dat de plattelandsbevolking eenderde van het weekloon besteedde aan drank - zorgde ervoor dat de predikantsvrouw uit het Drentse Paterswolde het eerste dorpshuis oprichtte. Het doel: mensen die aan de zelfkant van de samenleving verkeren meer perspectief bieden. Of zoals men het toen omschreef: ‘Het dorpshuis moet het tegenwicht zijn van de ontreddering die onvermijdelijk volgt op elke revolutie...’ Pas na de Tweede Wereldoorlog werd het dorpshuis een onderkomen voor onder meer het verenigingsleven dat zonder goede accommodatie niet kon blijven bestaan. Dat de noodzaak groot was, is te lezen in de publicatie ‘Hart van het platteland, driekwart eeuw dorpshuizen in Friesland’ (2003). In een periode van twintig jaar werden in Friesland meer dan veertig nieuwe dorpshuizen gebouwd, alle bedoeld voor verenigings- en sociaal-culturele activiteiten.
Ook in Appeltern is het dorpshuis, in het bezit van alle horecavergunningen, een voorwaarde scheppende organisatie. Sengers: ‘We organiseren zelf geen activiteiten, maar creëren alle voorwaarden voor de gebruikers om de dingen te doen die ze willen doen. Anders zouden we in het vlees van de verenigingen snijden.’
In ‘De Schuur’ wordt dat principe doorgetrokken tot en met de omzet van de bar. Volgens Sengers in de beginperiode een revolutionaire aanpak. Verenigingen kunnen tegen gereduceerd tarief drank inslaan en het met winst doorverkopen. De voorwaarde is dat ze zelf zorgen voor personeel, inrichting van de zaal en de ruimte in de oorspronkelijk staat achterlaten. ‘Als wij dat zelf gaan doen, halen we de winst bij de verenigingen weg die het zo goed kunnen gebruiken. Daarbij stimuleren we de zelfwerkzaamheid van zo’n vereniging.’
De VOS zelf draait op negen vrijwilligers die het bestuur vormen. Behalve de beheerder, die als enige op de loonlijst staat, is een groep vrijwilligers actief voor hand- en spandiensten.
Tijdgeest
Vanaf de jaren tachtig krijgen de dorpshuizen vooral in de grotere dorpen steeds meer een multifunctioneel karakter. Er worden cursussen voor werklozen gegeven, jongerenwerk krijgt een plek evenals peuterspeelzalen, en er wordt gecombineerd met buitensportterreinen. In Appeltern liggen bijvoorbeeld de tennisbanen op het terrein bij het dorpshuis. Dat het dorpshuis meegaat met de tijd bewijst het komen en gaan van activiteiten. Postkantoren, ruilverkavelingkantoren en zittingsuren van de bank hebben anno 2006 plaatsgemaakt voor internetcafe’s en het bestellen van boodschappen of bibliotheekboeken via een draadloos breedbandintranet.
In Appeltern zijn ze nog niet zo ver. Wel vreest Mari Sengers de ontwikkeling van het nieuwe ‘Kulturhus’ in naburige gemeenten. Multifunctionele centra waar zowel het dorpshuis en de school als de dokterspost en bijvoorbeeld het Rode Kruis zich gaan bevinden. ‘Ik ben bang dat het een bureaucratisch geheel wordt. Verenigingen raken ingeklemd tussen logge instanties. Het huiskamergevoel van een dorpshuis verdwijnt sowieso.’
Maar hij beseft ook dat een aantal dorpshuizen moeite heeft om te overleven. Zonder zogenaamde commerciële activiteiten als een verjaardagsfeest, een bruiloft of een koffietafel bij een begrafenis zou ‘De Schuur’ ook problemen hebben om het hoofd boven water te houden, weet hij. De gemeente wilde de horecavergunning al eens afnemen, maar zag ervan af omdat ze het tekort van twintigduizend euro bij zou moeten betalen. ‘Als het dorpshuis verdwijnt, dan gaat het verenigingsleven ook ter ziele. Omdat we het verenigingsleven willen stimuleren, houden we zelf geen geld over. Met de steeds strengere regels en wetten wordt het steeds moeilijker om daaraan te voldoen.’
‘Maar,’ voegt hij lachend toe, ‘mensen willen hun feest ook liever hier vieren dan in een café. Hier kaarten ze, hier gymmen ze, hier komen ze muziek maken. Hier zijn ze thuis.’

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden