Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Thuiszorg reïntegreert forensisch psychiatrische patiënten: Nazorg in een ellendig leven

Ze kampen met een psychiatrische stoornis, hebben een delict op hun naam staan en komen opeens weer in de samenleving terecht. In het noorden van het land helpt de forensisch psychiatrische thuiszorg om het recidivegevaar te verminderen. Een dag op pad met verpleegkundige Saskia Fremouw.

10.30 uur, ergens in een Gronings dorp.Een sober ingerichte keuken en een kleine slaapkamer. In het achtergedeelte van de boerderij, met uitzicht op weilanden en akkers, woont Renate. De boer heeft de rest van het pand onder z’n hoede. Ze hebben een haat-liefdeverhouding, Renate en de boer. Eigenlijk zou het beter zijn om te vertrekken, weet ze.

‘Ik heb vanochtend mijn pompoenplantjes vermoord,’ begint ze als Saskia Fremouw binnenkomt. De boer had haar getreiterd, zoals hij wel vaker doet. Net zolang totdat Renate door het lint ging, wat de laatste jaren al vaker was gebeurd. Het huisraad ging toen aan diggelen, ramen werden ingegooid en een auto in elkaar getrapt. Soms was ze geneigd om zichzelf iets aan te doen.

‘Het molesteren van de pompoenplanten is eigenlijk een vooruitgang,’ lacht Saskia. Drie jaar lang krijgt Renate - borderliner - al bezoek van Fremouw. Voorheen meerdere malen, nu nog eens per week. Renates leven is een opeenstapeling van ellende: seksueel misbruik, kindertehuizen, tienermoeder, stukgelopen huwelijken, dakloos, schulden. Vijf jaar geleden stak ze haar eigen huis in brand. Poging tot doodslag, oordeelde de rechter. Na een verblijf in de forensisch psychiatrische kliniek (FPK) is ze verplicht om mee te werken aan de forensisch psychiatrische thuiszorg (FPTZ).

‘Ik heb nooit de hulp gehad die ik nodig had,’ vertelt Renate. ‘Als er iets was, kon ik de ggz of de reclassering niet bereiken. Nu heb ik het mobiel nummer van Saskia, alleen dat is al een geruststelling. Als ik de boer dreig aan te vallen of mezelf iets wil aandoen, bel ik haar en zakt mijn woede.’

De hulp strekt zich uit op alle terreinen. Zo is Saskia niet alleen op emotioneel vlak een steun- en toeverlaat, ze helpt haar ook met het zoeken van woonruimte en het regelen van schuldsanering. De verpleegkundige vliegt van het GAK naar de Kredietbank en de Sociale dienst om potjes geld bijeen te sprokkelen waar Renate recht op heeft. Ze hebben het ook over de grenzen die Renate duidelijker moet afbakenen, de noodzaak van verhuizen en de emotionele voorbereiding van een tripje naar Renates moeder waar ze geconfronteerd zal worden met haar verleden. ‘Ik ben rustiger geworden,’ aldus Renate. ‘Saskia geeft me een vertrouwd gevoel. Door haar ben ik een training gaan volgen waardoor ik mijn heftige emoties nu beter herken. Ik hoop dat ik het ooit zal redden zonder haar hulp.’

Sinds 2001 is de forensisch psychiatrische thuiszorg, onderdeel van de Ambulante Forensische Psychiatrie Noord-Nederland (AFPN), actief in Groningen, Assen en Leeuwarden. Acht thuiszorgverpleegkundigen houden een vinger aan de pols bij ruim honderd cliënten in de drie Noordelijke provincies. ‘Een aantal mensen die een tbs-kliniek of een forensisch psychiatrische kliniek verlaat, heeft behoefte aan langdurige nazorg. De thuissituatie is de beste plek om die te bieden, omdat voor deze groep de drempel naar een poli te hoog is,’ aldus Alex Hooijschuur, behandelcoördinator FPTZ. De cliënten worden doorverwezen door de reclassering - meestal als voorwaarde bij een juridische maatregel - of komen via een penitentiaire inrichting of de verslavingszorg binnen. Hooijschuur hoopt op het ingeslagen pad door te kunnen. ‘Wanneer er bijvoorbeeld een juridische maatregel nodig is om in aanmerking te komen voor onze zorg, valt er een grote groep af. Uiteindelijk werkt zestig procent van onze cliënten op vrijwillige basis mee.’

Het doel van FPTZ is het voorkomen van recidive en het verlenen van psychiatrische zorg. De intensieve begeleiding - zo vaak als nodig worden cliënten bezocht - leidt ertoe dat signalen die erop wijzen dat het fout dreigt te gaan tijdig worden opgepikt. Daarnaast wordt gewerkt men aan verbetering van het psychisch welbevinden van de cliënt en worden oplossingen gezocht voor materiele en praktische problemen. Bij een aantal van de cliënten lukt het na verloop van tijd te starten met andere vormen van behandeling.

13.00 uur, een flat in Assen. Na een paar telefoontjes in haar auto - ‘mijn kantoor’ - stapt Saskia Fremouw monter de flat van Michiel binnen. Terwijl Fremouw en Michiel de laatste nieuwtjes uitwisselen over de kapot gevreten televisiekabel door konijn Vlek, komt het dagboek op tafel. De neergeschreven woorden zijn vaak de opstart voor een gesprek.

Michiel heeft het moeilijk de laatste tijd. Hij is van een RIBW-woning verhuisd naar een zelfstandige flat en moet wennen aan de eenzaamheid. Dat is de reden voor verpleegkundige Fremouw om vaker dan eens per week langs te gaan. Ze hebben het over zijn liefdesleven, en de vraag wanneer hij zijn potentiële vriendin moet vertellen dat hij in een FPK heeft gezeten wegens een zedendelict met kinderen. Voor Michiel is het contact met Fremouw belangrijk. ‘Ze stuurt me en schat in wanneer het minder goed met me gaat, wanneer het beter is om mezelf weer op te laten nemen. Ik vervloek haar op dat moment, maar achteraf is het beide keren goed geweest.’

Hij heeft contact met een handvol hulpverleners, Fremouw is één van de weinigen die bij hem thuiskomt. Toen ik net uit de kliniek kwam, zag ik hulpverleners als vrienden. Het is veilig, omdat ze mijn verhaal kennen. Nu ben ik zelf een vriendenkring aan het opbouwen. Het gaat langzaam beter met me, ik herken sneller wanneer het mis dreigt te gaan.’

Inmiddels werkt Michiel zestien uur per week in een kringloopwinkel. Voorzichtig denkt hij aan uitbreiding daarvan. Overdag komt hij de tijd wel door, maar ’s avonds voelt hij zich regelmatig alleen. ‘Het is jammer dat de mensen van FPTZ niet 24 uur per dag bereikbaar zijn, juist ’s avonds heb ik ze wel eens nodig.’

De drie FPTZ’ers in Assen zijn enthousiast over hun werk. ‘Er gaapt een groot gat tussen een opname en zelfstandig wonen,’ meent collega Peter. ‘Men wil in ieder geval niet meer terug naar de kliniek. We komen de mensen thuis waar hún regels gelden, waardoor de relatie tussen de cliënt en de hulpverlener gelijkwaardiger is.’

Voordat FPTZ haar intrede deed, verbleven cliënten nodeloos lang in een forensische kliniek, aldus Hooijschuur. ‘Er was moeilijk nazorg te regelen. Of ze zaten ergens op een kamertje in de stad, zodat je kon wachten tot het fout zou gaan. Het is voor deze moeilijke doelgroep vaak de enige manier van contact waartoe ze bereid is.’

De meeste cliënten hebben langdurige zorg nodig. Totnogtoe is het contact met slechts een paar cliënten beëindigd, terwijl er wel nieuwe aanmeldingen blijven komen. ‘Soms is er de intentie om levenslang thuiszorg te blijven bieden, zodat de cliënt in ieder geval stabiel blijft. Volledige zelfstandigheid is niet voor iedereen haalbaar,’ aldus Hooijschuur.

Aan het eind van het jaar verschijnen de resultaten van een eerste onderzoek naar FPTZ. De resultaten blijken moeilijk in kaart te brengen, aangezien het voorkomen van recidive moeilijk meetbaar is. Hooijschuur heeft desondanks aanwijzingen dat het project positieve effecten heeft. Zo heeft een groot aantal cliënten een zogenaamde crisiskaart waarmee ze zich ‘zonder al te veel gedoe’ vrijwillig laten opnemen als het niet goed gaat.

15.00 uur, het terrein van GGZ Drenthe in Assen. Rene staat al te wachten voor z’n wekelijkse wandeling op het ruim opgezette terrein. Een kleine, verlopen man die voor alle medewerkers op het terrein een bekende is. Chronisch psychiatrisch, alcohol- en drugsverslaafd, weinig toekomstperspectief. Hij is een van de weinigen bij wie de FPTZ’ers nauwelijks over de vloer komen, maar die zelf op z’n fiets stapt.

‘Ons contact is een vast punt in de week voor hem,’ vertelt Saskia Fremouw. ‘Zo heeft hij nog enigszins structuur in z’n leven.’ Ze hebben het over de baan die Rene dankzij z’n verslaving is kwijtgeraakt. Over het feit dat hij iets aan z’n alcoholgebruik moet veranderen, wil hij nog terug kunnen. Ze slaat een arm om z’n schouder, Rene knikt, hij weet het maar al te goed, misschien moet hij naar een afkickkliniek. ‘Het zal echt uit hemzelf moeten komen,’ aldus Fremouw later. ‘In dit geval kan ik weinig voor hem doen.’

Ondertussen hebben de collega’s de stoelen buiten gezet voor het wekelijkse koffie-uur. Een inloopmoment voor alle cliënten die daar behoefte aan hebben. Ze kunnen ervaringen uitwisselen, problemen herkennen of gewoon wat kletsen. Deze middag komen er vier mannen opdagen. Er wordt wat gelachen: de een geint over anabole steroïden in het fitnesshonk, de ander vraagt zich af of macaroni een vette hap is. Tussen de bedrijven door wisselen de cliënten nog wat informatie uit met de FPTZ’ers over hun gemoedstoestand. ‘Ze zien er misschien wel breed en ongeïnteresseerd uit,’ aldus Peter, ‘maar uiteindelijk komen de cliënten hier elke keer weer, omdat ze simpelweg aandacht nodig hebben.’

Om redenen van privacy zijn de namen Renate, Rene en Michiel gefingeerd.

Mariëlle van Bussel

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden