Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Evelyn Schwarz (Arme kant van Nederland) over toenemende armoede: ‘Voedselbanken laten zien hoeveel mensen tussen wal en schip vallen’

De armoede in Nederland neemt toe, zo bleek uit een rapportage van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) die eind november werd gepresenteerd. Maar beide organisaties zien ook lichtpuntjes: Volgend jaar daalt het aantal armen iets, en 65-plussers worden steeds minder arm. Goed nieuws? Evelyn Schwarz, voorzitter van de werkgroep De Arme kant van Nederland en arbeidspastor van de protestantse diaconie in Amsterdam, denkt er het hare van.

De kranten staan vol met berichten over voedselbanken die overal in de grote stad en op het platteland worden opgericht. De protestantse kerk in Haarlem maakte kort geleden bekend na 415 jaar de broodbank voor de armen in de St. Bavokerk weer nieuw leven in te blazen. De bedeling is weer terug! Schwarz: ‘Wij hebben daar een dubbel gevoel bij, ook bij het bestaan van de voedselbanken. De armenzorg was toch afgeschaft, dachten we met zijn allen. Aan de ene kant moeten mensen in schrijnende situaties worden geholpen. Het is ook goed dat voedsel dat overblijft bij bedrijven niet wordt weggegooit, maar wordt weggegeven. Aan de andere kant zou het natuurlijk niet zo mogen zijn dat mensen zo weinig geld hebben dat ze moeten aankloppen bij de voedselbank. ‘Voor ons zijn de voedselbanken toch een belangrijk instrument. Het is misschien cynisch, maar ze maken zichtbaar voor het grote publiek hoeveel mensen er tussen wal en schip vallen. Daarbij kunnen ze een vindplaats zijn van problemen. Je kunt mensen er aanspreken en kijken of je ze misschien kunt helpen. Hebben ze wel huursubsidie aangevraagd? Komen ze misschien in aanmerking voor bijzondere bijstand? Mensen kunnen vaak zelf de weg niet vinden in het oerwoud aan regels. Je kunt ook preventiewerkers van de schuldhulpverlening naar de voedselbanken sturen, of sociaal raadslieden. Die kunnen daar in gesprek komen met mensen om er snel bij te zijn als dingen fout gaan. We denken er ook aan om, net als vroeger, weer zelfhulpgroepen op te zetten. Bijvoorbeeld ontmoetingen voor moeders, zodat ze met elkaar kunnen praten: hoe los jij dit en dat op? Zo kunnen ze van elkaar leren. Het helpt ook om de waardigheid van mensen te herstellen, om elkaar te steunen.’

Prognoses
Volgens de normen heeft een arm gezin met twee kinderen per maand maximaal 1600 euro netto te besteden. Het aantal arme huishoudens heeft de laatste jaren nogal geschommeld. In de jaren tachtig kwamen er steeds meer bij, tot bij de economische hoogconjunctuur in 2002 het aantal arme huishoudens op 8,8 procent kwam te liggen, het laagste punt sinds 1985. Nu heeft 10,5 procent van de Nederlandse huishoudens een laag inkomen. In totaal zijn dat er 680 duizend - honderdduizend meer dan in 2002. Volgend jaar daalt het volgens de prognoses naar 9,7. ‘Nou ja. Het zijn niet zulke grote verschuivingen, hoor. Bovendien houden de onderzoekers zelf al een slag om de arm. Een keer een zware tegenvaller met de energiekosten of met de premie voor de nieuwe ziektekostenpolis en de winst is weer verdwenen. De overheid heeft reparatiemaatregelen getroffen voor de 65-plussers. Met hun inkomen gaat het nu ook iets beter. Misschien dat die groep volgend jaar de daling veroorzaakt. Ook bij die ouderen moet je niet denken dat ze nu rijk zijn. De meesten hebben een klein pensioentje van vijftig tot honderd euro bovenop hun AOW. Bepaald geen vetpot. Vooral oudere alleenstaande vrouwen zijn arm, bijvoorbeeld omdat ze gescheiden zijn of nooit hebben gewerkt.’

Koopkracht
De koopkrachtmaatregelen van de overheid hebben in ieder geval effect. Dat blijkt uit de statistieken. ‘De overheid zou voor meer groepen dan voor ouderen een armoedebeleid moeten opzetten. Nu gaat het altijd maar weer over werk, werk, werk. Als ik het hoor, denk ik: daar gaan we weer! Alles wordt ingezet op de reïntegratie. Ook gemeenten moeten dat doen sinds de wet gemeenten verantwoordelijk maakt voor de bijstand. Op zich is het goed om mensen naar een passende baan te begeleiden. Maar het kabinet zou moeten erkennen dat nu eenmaal niet iedereen een volwaardige baan aankan. Alleenstaande moeders hebben bijvoorbeeld zorgtaken thuis. Zolang de kinderopvang van negen tot vijf is, kunnen zij bijvoorbeeld niet in de schoonmaak terecht. Daar moet je vaak werken van vijf tot negen in de ochtend en daarna ’s avonds weer een paar uurtjes. Bovendien hebben ze vaak een nulurencontract zodat ze nooit weten hoeveel uur ze die maand kunnen werken. Of ze werken in deeltijd. Ook al hebben die mensen een baan, ze blijven arm. ‘Daarbij is er gewoon weinig laaggeschoold werk. De Melkertbanen zijn verdwenen, de sociale werkvoorziening laat veel minder snel nieuwe werknemers toe. Gemeenten mogen ook veel minder aan sociale activering en vrijwilligerswerk doen. Sommige gemeenten hadden daar hele goede initiatieven voor. Je hebt ook de groep met psychosociale problemen. Mensen die scheidingen achter de rug hebben of zwaar in de schulden zitten. Voor hen is een fulltime baan geen haalbare kaart.’

Arm
Uit de rapportage blijkt dat het aantal ‘working poor’ niet erg groot is. Van alle werknemers zonder kinderen is slechts drie procent arm. Bij werknemers met kinderen ligt het percentage op 4,6. ‘Bij de werkenden is er veel armoede onder de zelfstandigen. Boeren die weliswaar bezit hebben, maar geen inkomen. Ze krijgen geen hulp. Als ze hun bedrijf zouden verkopen, hebben ze geen werk meer. Dan zijn er de kleine zelfstandigen, de mensen met een groentezaakje. Je ziet het veel onder allochtonen. Ze hebben werk, maar het levert bijna niets op.’

Verkleuring
Volgens het SCP ‘verkleurt’ armoede steeds meer. Het treft steeds meer allochtonen. Bij Turken, Marokkanen en Antillianen had drie op de tien huishoudens in 2003 een laag inkomen. Dat is vier keer zoveel als bij autochtonen. Nieuwe etnische groepen als Somaliërs, Afghanen en Irakezen doen het nog slechter. Daar is één op de twee arm. ‘Je hebt de zelfstandige allochtonen. Ik denk dat je met fiscale maatregelen iets aan hun inkomen zou kunnen doen, net als bij de ouderen is gebeurd. Je hebt de enorme groep allochtone bejaarden. Ze hebben vaak een onvolledig AOW. Ze kunnen een aanvulling krijgen tot aan bijstandsniveau, maar dat moeten ze wel zelf aanvragen. Een deel schaamt zich daarvoor, een ander deel snapt niets van de regelingen. Ze moeten dan aankloppen bij de sociale dienst en bij de sociale verzekeringsbank. Maar als mensen een paar maanden per jaar naar hun land van herkomst gaan, verliezen ze weer het recht op die aanvulling. Het is allemaal zo ingewikkeld.’

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden