Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Woongroep voor senioren stimuleert een actief en geborgen leven: Ouderen onder elkaar

De woongroep voor ouderen kan op steeds meer enthousiasme rekenen. Ze biedt een veilige leefomgeving, waarin de senioren elkaar actief houden. Inmiddels staan er vierduizend wooneenheden geregistreerd. Maar de initiatiefnemers worden geregeld gehinderd door bureaucratie en vooroordelen. ‘Gemeenten en woningcorporaties denken vaak te weten wat goed voor ons is.’

‘Toen onze jongste het huis uit ging, keken we elkaar aan en vroegen ons af: "Blijven we hier in ons uppie sudderen of gaan we nog iets nieuws doen?" We kozen voor een nieuwe manier van wonen in de woongroep, om samen te zijn en toch zelfstandig.’ Jaap Kalf, 76 jaar, woont samen met zijn vrouw nu 14 jaar in woongroep Nieuw Wede in Amersfoort. ‘Bij de oprichting was onze bedoeling: zo lang mogelijk actief en creatief blijven,’ verklaart Baukje Offringa, 79 jaar en alleenwonend, haar keuze voor de woongroep. ‘Het is prettig dat je in een veilige omgeving leeft. Dat houdt vooral in dat mensen op elkaar letten dat hen niet iets overkomt. Elke ochtend kijk ik om de hoek naar het raam van mijn buurvrouw. Zij is hartpatiënt. Als de gewichten van de oude klok aan de wand omhooggetrokken zijn, weet ik dat ze uit bed is.’

Inspraak

Nieuw Wede is een van de negen woongroepen voor ouderen die Amersfoort rijk is. Het grijze complex aan de rand van de gemeente heeft 25 huurwoningen en 11 koopwoningen. De Landelijke Vereniging van Groepswonen voor Ouderen (LVGO) telde vorig jaar vierduizend wooneenheden. Je kunt van een stijgende lijn spreken, volgens Henk Koetsier, voorzitter van de LVGO, vooral omdat zo lang mogelijk zelfstandig wonen een speerpunt in het ouderenbeleid is.

Niet dat het overheidsbeleid het groepswonen voor ouderen gemakkelijker maakt. De oprichting van een woongroep wordt vooral gehinderd door bureaucratie en vooroordelen, weet Koetsier, zelf initiatiefnemer van een woongroep in Heemstede. ‘We hebben er tien jaar over gedaan om ons plan gerealiseerd te krijgen, we wonen er nu bijna vijf jaar.’

Partners voor het realiseren van een woongroep van ouderen zijn de gemeente, die voor de vergunning en eventuele subsidies moet zorgen, en de woningbouwcorporatie, die het complex moet bouwen in overleg met de woongroep. Maar dat overleg, de inspraak van de ouderen zelf, is nogal eens een probleem, bij gemeenten én bij woningcorporaties. ‘Instanties weten vaak wat goed voor je is, zonder te vragen wat nu eigenlijk onze wensen zijn.’ Bovendien heersen er nogal wat vooroordelen over ouderen die samen willen wonen. Koetsier: ‘Je wordt niet voor vol aangezien. Een projectontwikkelaar komt beter over bij de wethouder dan een stelletje senioren.’

Dan zijn er ook nog de bezwarenprocedures tegen zo’n "commune" van ouderen. ‘Sommige mensen denken echt dat we met elkaar gaan hokken.’ En de bezwaren tegen bevoordeling: ‘Mensen voelen zich benadeeld omdat ze al jaren op een woning wachten. Maar ze vergeten dat wij grotere woningen achterlaten die weer voor gezinnen geschikt zijn.’

Of een woongroep van ouderen er echt komt, hangt in grote mate af van de medewerking en het enthousiasme voor het idee bij personen. Dat ervoer ook Ab Stegink, 86 jaar, toen hij samen met een groep senioren in de jaren tachtig het huidige Nieuw Wede wilde oprichten. ‘Het is vooral aan de wethouder en het enthousiasme van onze contactpersoon bij de woningbouwcorporatie te danken dat de woongroep is gerealiseerd.’

Dat een woongroep vooral iets is voor de kapitaalkrachtige oudere is een misvatting. De meeste woningen zijn voor een maandelijkse huur van tussen de 450 en 550 euro te krijgen.

Cruciaal bij de bouw van een woongroepcomplex is de inspraak van de ouderen. Zij kunnen het beste aangeven hoe ze hun woning zo praktisch mogelijk willen inrichten. En hoe ze het woongroepelement erin gebouwd willen hebben. Er moet in ieder geval een groepsruimte aanwezig zijn. Nieuw Wede heeft een mooie ronde uitbouw, met zicht op een park, als gemeenschapsruimte laten bouwen. Bovenop de uitbouw kunnen de ouderen genieten van een ruim dakterras. ‘De eerste woningcorporatie waarmee we in gesprek waren, wilde de gemeenschapsruimte in het souterrain bouwen,’ zegt Ab Stegink, ‘dat is goedkoper, want het kost geen extra grond. Daar hebben we een stokje voor gestoken, wij willen nog niet begraven worden.’ Nieuw Wede heeft ook een stuk extra tuin bij het complex, een siertuin en een groentetuin, waar groenten worden verbouwd die in bakjes in de fietsstalling te koop staan aangeboden.

De gezamenlijke activiteiten is wat de leden van de woongroep bindt. Die activiteiten en de intensiteit waarmee ze georganiseerd worden, verschilt per woongroep al naar gelang de behoeften van de ouderen. Maar museabezoeken, thema-avonden, wandeltochten en creatieve middagen staan overal wel op de agenda van de activiteitencommissie, die overigens qua bezetting periodiek wisselt.

Naastenhulp

Kan de woongroep een alternatief zijn voor het verzorgingshuis of voor mantelzorg als de bewoner hulpbehoevend wordt? Dat is absoluut niet de bedoeling, daar zijn alle bewoners het over eens. Het onderwerp wordt ook heel duidelijk besproken in de kennismakingsgesprekken met nieuwe bewoners. ‘Wij kunnen niet de zorg vervangen die iemand nodig heeft van een professionele zorgverlener,’ stelt Henk Koetsier. ‘We kunnen hoogstens ondersteunen, bijvoorbeeld met halen en brengen naar een arts of met een luisterend oor als iemand zijn partner verzorgt en zijn verhaal kwijt wil. Eventueel kunnen we korte tijd opletten op de zorgbehoevende partner. Maar mantelzorg is veel te belastend en ook niet de bedoeling van een woongroep.’

‘Het maakt natuurlijk wel uit of iemand, die bijvoorbeeld in het beginstadium van dementie zit, in een woongroep woont of in een wijk waar mensen weinig contact met elkaar hebben,’ zegt Ab Stegink. ‘Wij letten op elkaar, kunnen boodschappen doen als iemand tijdelijk is uitgeschakeld of bespreken met elkaar de problemen die opduiken als iemand hulp nodig heeft. Dan sta je er niet alleen voor. Maar we kunnen elkaar niet verplegen.’

Waar ligt dan de grens aan de hulp die de leden van de woongroep kunnen verlenen? ‘Dat is een onderwerp waar we het veel over hebben,’ erkent Jaap Kalf, bewoner van Nieuw Wede. ‘En de uitkomst is steeds dat die grens is verbonden met persoonlijke relaties. Soms ga je met een van de bewoners wat verder, omdat je op het persoonlijke vlak ook meer met elkaar hebt. Als er professionele zorg nodig is, dan moet de familie zorgen dat het opgelost wordt. Wij hebben natuurlijk bewoners die zorg nodig hebben, bijvoorbeeld na een ziekenhuisopname. Die zorg wordt door de familie ingehuurd of er wordt naar een voorziening gezocht.’

De vrijwillige samenleving van ouderen op één locatie maakt wellicht ook het zorgaanbod gemakkelijker én goedkoper. Groepskorting op de fysiotherapeut misschien? ‘Je mag verwachten dat je korting krijgt als je met meer mensen zorg zou moeten inkopen,’ redeneert Henk Koetsier van de LVGO. ‘Woningcorporaties bieden trouwens ook al zorgpaketten aan voor senioren.’ De woongroep van Koetsier heeft een soort zorgarrangement met het tegenovergelegen zorgcentrum. Wie wil, kan daar zijn maaltijd halen. En als iemand uit de woongroep moet revalideren uit het ziekenhuis, is er in het zorgcentrum een kamer beschikbaar. ‘Voor een zorgaanbieder is het handiger een groep te bedienen dan individueel afspraken te maken,’ aldus Koetsier. ‘Dat geldt ook voor bijvoorbeeld de pedicure of de kapster.’

De woongroep houdt zichzelf in stand door middel van ballotage. Wie er wil gaan wonen, komt op de wachtlijst terecht en kan via activiteiten en gesprekken kennismaken met de groep. Als er daadwerkelijk een woning vrij komt wordt er gestemd. Als je kiest voor de woongroep, kies je ook voor gezamenlijke activiteiten. En er wordt een soort leeftijdindicatie gehanteerd. Want de bewoners worden ouder, steeds ouder. ‘We hebben liever wat jongere mensen vanaf 55 jaar die nog actief kunnen zijn,’ erkent Baukje Offringa, bestuursvoorzitter van Nieuw Wede. ‘Dat zeggen we ook heel eerlijk in het kennismakingsgesprek. We moeten proberen een goede mix qua leeftijd te houden. Dan kunnen we ook de activiteiten blijven volhouden. Daar zijn we hier toch ook voor gaan samenwonen.’

Carolien Stam

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden