Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Transitie Jeugdzorg

De komende twee jaar komt de verantwoordelijkheid van de Jeugdzorg in handen van de gemeenten, vergezeld met een forse bezuiniging op de Jeugdzorg. Dit betekent dat de Jeugdzorg vooral efficiënt en slim ingericht moet worden.
Transitie Jeugdzorg

Lees hier meer blogs van Dik Hooimeijer >>

De Centra voor Jeugd en Gezin (CJG’s) zullen hierin, naar verwachting, een belangrijke rol gaan vervullen. Bovenstaande transitie is ook voor het lokale welzijnswerk een belangrijke ontwikkeling. De meeste welzijnsorganisaties hebben kinder- en jongerenwerk in hun pakket, soms ook naast peuterspeelzalen en kinderopvang. Daarnaast is er de ontwikkeling van de brede scholen. Dus de grote vraag is: welke strategie gaan we hanteren?

Ik ben van mening dat wij ons, als lokaal welzijnswerk, vooral sterk moeten profileren op preventie. Daar valt voor een gemeente namelijk geld te besparen. Er zijn onderzoeken die stellen dat één euro (kwalitatief goede) preventie tot wel vier euro kosten kan besparen in de curatieve jeugdzorg. Juist die preventieve rol is ons op het lijf geschreven, is mijn oordeel. We werken in buurten en wijken, zijn bekend bij bewoners en veelal verankerd in lokale samenwerkingsverbanden. Daarnaast beschikken we over een gouden kwaliteit: vertrouwen. Juist vanuit die lokale preventieve rol zijn wij a priori niet gebonden aan wet- en regelgeving. Dat is belangrijk, zeker als we kijken naar de doelgroep en hun kwetsbaarheid. Die doelgroep is vaak argwanend. Heeft weinig vertrouwen in jeugdzorginstituties. Hun opvoedingskwaliteiten laten zeker soms te wensen over, dat weten zij zelf ook en daarom wantrouwen ze alles en iedereen die met jeugdzorg te maken heeft. Ook CJG’s als daar jeugdzorgorganisaties in gehuisvest zijn. Het beeld ‘daar nemen ze je kinderen af’ leeft zeker onder deze doelgroep.

In het kinder- en jongerenwerk en het maatschappelijk werk hebben onze professionals vaak met ouders te maken. Het valt mij vaak op hoe open ouders tegen hen praten over de relatie met hun kinderen en de problemen die ze ondervinden. Die openheid biedt alle kansen tot preventief corrigeren en ingrijpen. Ouders voelen zich vaak onmachtig en schuldig, maar zelden in die mate dat zij jeugdzorginstellingen opzoeken. Want, kijkend naar de doelgroep die we bereiken, gaat het veelal om ouders die een zwakke sociaal maatschappelijke positie hebben. Hun mogelijkheden en zelfvertrouwen is vaak beperkt. En daar beschikt naar mijn oordeel het lokaal welzijnswerk over een diamanten kwaliteit: participatie. In toenemende mate richt het welzijnswerk zich op participatie van burgers. Zeker die onderste laag burgers is onze doelgroep waarmee we op alle mogelijke manieren aan de slag gaan om ze maatschappelijk te laten deelnemen en stijgen. Dat kan ook alleen maar door middel van luisteren en vertrouwen geven.

Ik ben van mening dat het volslagen zinloos is met kinderen en jongeren (tot een jaar of 15) intensief aan de slag te gaan zonder oog te hebben voor de sociaal maatschappelijke positie van de ouders. Zodra die positie verbeterd, gaat het met de kinderen ook beter. Dit gezegd hebbende lijkt het mij dan ook niet verstandig om als lokaal welzijnswerk fysiek zitting te nemen in het  CJG als daarin ook de curatieve jeugdhulpverlening gehuisvest is. Dit ondanks pogingen van menig CJG om ook een preventieve wijkfunctie te willen vervullen. Vanuit de preventieve rol van het welzijnswerk is samenwerking met het CJG buitengewoon belangrijk, maar niet meer dan dat om die o zo belangrijke gouden en diamanten kwaliteiten vast te kunnen houden.

Dik Hooimeijer (1954) is binnen Stichting MOOI, een welzijnsorganisatie in Den Haag en Zoetermeer, onder meer verantwoordelijk voor Marketing, Innovatie en Projecten. Sinds 1975 is hij werkzaam in de welzijnssector. Hij noemt zichzelf een absoluut welzijnsdier, maar is ook een oprecht criticaster. Naar zijn oordeel is welzijn te weinig innovatief en speelt het niet in op de tijdgeest.



Dik Hooimeijer

Gerelateerde tags

2 reacties

  • no-profile-image

    P.Finck

    Ik zie een "goede" CJG als een netwerkorganisatie. In deze organisatievorm scherpen de convenantspartners voortdurend hun missie en visie aan en in het zoeken naar werkwijzen die breed geadopteerd worden omdat ze "werken" . De omslag in denken is dat je niet samenwerkt met het CJG, maar dat je als netwerkpartner van het CJG bijdraagt aan een effectieve en efficiente "wrapped around care."

  • no-profile-image

    Anne Vrieze

    Beste Dik,
    Ik ben het niet met je eens dat je als welzijnsorganisatie per definitie niet fysiek zitting zou moeten nemen in het CJG. Als zelfstandig beleidsadviseur heb ik te maken met meerdere gemeenten en CJG's, ieder in een andere vorm. Het CJG zou juist, evenals het Wmo loket, een zeer brede blik moeten hebben over het gehele veld van zorg en welzijn. Daarvoor is het heel erg belangrijk dat de curatieve en preventieve werkers elkaar regelmatig ontmoeten en samenwerken. Immers de jongerenwerkers en opbouwwerkers signaleren de problemen in de wijk en kunnen dan samen met de curatieve werkers naar een oplossing zoeken, waarbij oog is voor het gehele maatschappelijk steunsysteem rondom het kind. Ook het maatschappelijk werk speelt hierin een belangrijke rol. Het CJG is juist niet alleen het inlooppunt, het gaat er vooral om wat er achter de frontoffice gebeurt en dan met nadruk in overleg met het hele gezin.

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden