Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Prinsessengedrag

Ik kom in en buiten mijn werk steeds meer ouders tegen die als het gaat over opvoeding zenuwachtig gaan schuiven op hun stoel. In die gesprekken gaat het steevast om de pogingen van ouders voeling te houden met hun tienerkroost, terwijl ze gelijktijdig aangeven dat de contactmarges zo smal zijn geworden.
Prinsessengedrag

Lees hier meer blogs van Daan Vosskühler >>

Zo lijkt ons land vergeven van tienermeiden met prinsessengedrag. Hun uiterlijk is alles, en het hoogste geluk lijkt alleen nog te scoren op het podium met dans, zang en acteren. Dat alles gevoed door commerciële media, die van het leven één grote interactieve contest hebben gemaakt. De handicap in de omgang met prinsessen is dat ze altijd gelijk hebben en als ze geen gelijk krijgen ‘boei’ zeggen…of te wel ‘boeit me niet’.

Ze hanteren stringente groepsnormen en gaan daarom uiterlijk steeds meer op elkaar lijken. En oh wee, als ze onopgemaakt op school verschijnen…voor ze het goed en wel beseffen zitten ze dan in de restcategorie van de ‘nerds’. De strikte hiërarchie die verbonden is  aan deze tienercultuur boezemt alle prinsessen angst in, immers afwijzingen zijn dodelijk.                                                          

Voor ouders betekent het dat ze zich allereerst goed moeten verdiepen in het idioom van de prinsessentaal. Als je dochter ‘s morgens heftig door het huis loopt en roept: ‘Ik wil dood’. Dan hoef je niet direct het Riagg te bellen. Je moet vooral niets voor haar willen oplossen, om vervolgens te registreren dat de mascara op haar gezicht wat is uitgelopen, de contactlenzen er niet goed ingaan en tot overmaat van ramp deze ochtend juist de klassenfoto moet worden gemaakt. De ultieme stress dus. En heb je een stevige aanvaring met dochterlief, dan is het niet onwaarschijnlijk dat deze binnen vijf minuten op Twitter breed uitgemeten wordt, terwijl er daarna dertig steunbetuigingen binnenkomen waarvan de meeste met de boodschap dat de eigen ouders nog veel erger zijn.
           
‘Niks aan de hand’, zal menig beroepspedagoog zeggen,  ‘jeugdcultuur is van alle tijd, moet je eens kijken hoe je er zelf in de jaren ’60 bij liep en welke onzin je toen uitkraamde’.  Mag zijn, maar mijn zorg gaat verder dan groepsdruk of uiterlijk vertoon. Zo is er een nieuwe tendens in het voortgezet onderwijs zichtbaar. Naar school gaan, staat gelijk aan ‘niet leven’ en  huiswerk maken betekent ook nog eens thuis ‘doodgaan’. De gevolgen daarvan laten zich in menige klas zien waar leerlingen binnen 2 jaar van VWO naar VMBO geduikeld zijn door de collectieve druk om vooral geen huiswerk te maken. 

Daar is afgezien van talentverspilling niks mis mee, ware het niet dat prinsessen in de toekomst alleen maar werk willen dat ‘er toe doet’, supergoed betaald en maatschappelijk hoog scoort. Dat gekoppeld aan een luxueuze, boven modale opvoeding, zak- en kleedgeld dat ruim boven de Nibudnorm ligt en een bijbaantje als vakkenvuller, levert een consumptief bestedingspatroon dat op basis van een toekomstige middelbare beroepsopleiding nooit meer gehaald kan worden.    

Voeden we een generatie op tot ontevreden burgers die wanneer ze de arbeidsmarkt betreden, moeten ontdekken dat de ‘ banen die er toe doen’ nauwelijks bestaan, en dat ‘gewone’ banen door de crisis ook nog eens schaars zijn geworden?  Moeten we dan als ouders achteraf constateren wat we ergens in het pedagogische proces de boot gemist hebben, omdat we zelf te druk waren als tweeverdieners met een torenhoge hypotheek en een waslijst aan ambitieuze vrijetijdsactiviteiten?


En dan heb ik het nog niet eens over de jongens. Bij de bro’s  gelden gedrag en omgangsregels die zorgen voor een regelrechte aanslag op hun gezondheid.  Ook bij hen speelt het thema ‘erbij horen’  volop en  is vaak sprake van een buitensporig consumptiepatroon, waar de halve Nederlandse horeca op drijft.

Het laat eens te meer zien hoe beïnvloedbaar de mens is en hoe dwingend een groepscultuur kan zijn.  Dat geldt helaas ook voor ons, als ouders, vaak zonder dat we het beseffen. Kijk eens naar de normering op het werk, de hockeyclub, de cultuur van de straat, of het gras bij de buren. Daarom ga ik graag te raden bij filosoof  Foucault, die een meester was in het beschrijven van de manipulatie van de mens als soort consumptierobot. Zoeken onze kinderen het dan toch dicht bij huis?

Daan Vosskühler (1948) werkt als projectleider voor Stichting BottomUp Onderzoek en Advies. Hij houdt zich al meer dan 30 jaar als onderzoeker bezig met de vraag hoe welzijnswerk een vitale en patroondoorbrekende werksoort kan zijn in een land waar onderwijs, welzijn, veiligheid en bestuur hardnekkig categoraal blijven denken en werken.


Daan Vosskühler

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden