Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Pesten: een onuitroeibare ziekte?

We zijn geschokt door een statement van een paar intens verdrietige en boze ouders, die hun zoon hebben verloren. Niet door een terminale ziekte, maar door een sluipend sociaal gif: pestgedrag. Maar is onze verontwaardiging niet selectief, omdat wij allen de sporen van dat gif meedragen in ons gedrag?
Pesten: een onuitroeibare ziekte?

Lees hier meer blogs van Daan Vosskühler >>


In de groepsdymanica is zichtbaar dat waar uitgesproken leiders zijn er per definitie ook randfiguren worden gevonden die met de uitstotingsmechanismen van de groep worden geconfronteerd. Ik heb veel trainingen met professionals in de zorg stilgelegd, om op dat verschijnsel in te gaan. En steeds was er de schaamte van groepsleden die 'blijkbaar niet beseften waaraan ze meededen'.

Pesten heeft veel gezichten. Wellicht is dat een verklaring dat betrokkenen na de schokkende dood van een scholier in interviews aangeven wel ‘signalen te hebben opgevangen’, maar zich niet bewust te zijn geweest van de omvang en de impact. De beste redemie tegen pesten is vooralsnog om pestgedrag in onszelf bloot te leggen, en ons bewust te worden van de groepmechanismen waaraan wij zelf - vaak onbewust-  meedoen. Want ook al doen we niet actief mee aan het beschadigen van anderen, als passieve toeschouwer zorgen wij voor een legitimatie van onacceptabel gedrag. 

Ik heb veel geleerd van mijn zoon Mike, een buitenbeentje op de basisschool en het vwo. Bij hem kwam het niet veel verder dan geplaagd worden, maar ook dat had al te veel impact op zijn ‘lol om naar school te gaan’. In zijn chaotische basisschoolklas waren twee boys die op basis van een problematische thuissituatie, een grote mond en macho gedrag, de norm zetten wat betreft wie oké was en wie niet. Daarbij waren de meest intelligente en sensitieve kids doorgaans de pineut. Zij werden at random op de korrel genomen en voor gek gezet.

Totdat mij zoon er genoeg van had. Hij richte met de slachtoffers verzamelde een ‘geheim genootschap’ op met als code ‘één voor allen, allen voor één’. Het resultaat was verbluffend. Bij het eerste incident waarbij een vriendje werd gepakt, verzamelde het gehele genootschap zich rond de pester. Met stevige woorden werd deze duidelijk gemaakt dat zijn gedrag niet meer werd geaccepteerd en dat er desnoods fysieke maatregelen volgden. Niet elegant, wel effectief en passend in de cultuur van de plegers. Macht werd met tegenmacht beantwoord.

Mike heeft op het vwo deze strategie verder geperfectioneerd. Met een paar vrienden straalde hij uit: 'op deze school wordt niemand gepest'. Zo trok hij eens in een volle aula, een notoire pestkop uit een hogere klas, die een verlegen brugklasser aan het sarren en vernederen was, met een vriend over de tafel. Hield hem in de lucht en zei rustig: 'Gozer, die doen we niet op deze school. Kap er ermee, zo niet dan weten we je te vinden'. Het werd doodstil in die aula. Sindsdien is alleen de aanwezigheid van mijn zoon en zijn vrienden voldoende om beginnend ziekgedrag in de kiem te smoren. En de schoolleiding? Die weet van niets. Leerlingen stellen orde op zaken, zonder veel behoefte om de heersende schoolcultuur op andere gebieden te domineren; leven en laten leven.

Mike had een potentiële pester kunnen worden, als hij en zijn vrienden geen antwoord hadden gevonden op onacceptabel gedrag. Iets wat ook geldt voor slachtoffers van jeugdig seksueel misbruik.
En wat is er geworden van de upperclass studenten die tijdens de groentijd er een sport van maakten om aankomende studenten die niet in hun cultuur pasten het leven zuur te maken? Ik ken hen nu als dominee, chirurg, rechter en topadvocaat. Ze misstaan niet in de commissie van aanbeveling voor een nieuwe landelijke organisatie die het pestgedrag moet aanpakken. Rest mij te zeggen dat ik in een grijs verleden een docent op de middelbare school alle hoeken van het leslokaal heb laten zien. En dat ik dacht op die manier zelf gezien te worden door de meiden van de klas. Het gif zit in ons allen.

Werk aan de winkel dus.

Daan Vosskühler (1948) werkt als projectleider voor Stichting BottomUp Onderzoek en Advies. Hij houdt zich al meer dan 30 jaar als onderzoeker bezig met de vraag hoe welzijnswerk een vitale en patroondoorbrekende werksoort kan zijn in een land waar onderwijs, welzijn, veiligheid en bestuur hardnekkig categoraal blijven denken en werken.

2 reacties

  • no-profile-image

    Daan vosskuhler

    Hoi Frank, als transgender in de bible-belt heb je wel een heel erg 'vooruitgeschoven' positie in het confronteren van anderen met een afwijkende gedragspatroon. Persoonlijk zie ik dit als een hogere vorm van beschavingsarbeid waarmee je de weg effent voor anderen die veel kwetsbaarder zijn in dit proces.
    Als de reactie op jouw verschijning zich uit in pesterijen is dat de ultieme vorm van verwarring en rolonzekerheid bij believers. Respect voor jouw moed om te zijn wie je bent. Maar in Amsterdam was het wel een stukje gemakkelijker geweest!

  • no-profile-image

    Frank

    Je kan er maar beter niet aan denken, soms. Als transgender in de bible-belt mag ik regelmatig ervaren dat er aan me gedacht wordt. Ik heb best wel strategieen om me te weren maar die zijn vermoeiend. Hardop ageren maakt jezelf mikpunt als de pester zelf anoniem wenst te blijven. Wel een goede leerschool; pesten? Ik begin er niet aan!

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden