Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Grote stedenproblematiek en plattelandsellende

De grote steden krijgen extra middelen om de zogenaamde grote stedenproblematiek aan te kunnen pakken, maar ondertussen nemen de problemen in de kleinere steden en op het platteland in rap tempo toe. De problemen en middelen staan daar niet meer in verhouding.
Grote stedenproblematiek en plattelandsellende

Als ik kijk naar de jeugdproblematiek op het platteland zie ik grote problemen op het gebied van drank en drugs, maar er zijn ook de nodige problemen achter de voordeur. De meeste dorpen hebben de afgelopen jaren ook de pers gehaald in verband met jeugdoverlast. Een aantal ontwikkelingen op het platteland hangen samen met de toenemende problemen.

Gesloten dorpen bestaan niet meer. Internet en de toename van de mobiliteit van jongeren hebben daaraan bijgedragen. Jongeren weten wat er speelt in de wereld. Binnen de open gemeenschap neemt de sociale controle af en dat heeft zijn voor- en nadelen. Een nadeel is dat bewoners jongeren niet meer aanspreken op gedrag, maar vooral verwachten dat professionals de problemen oplossen. Net als in de grote stad. Dat vind ik jammer, omdat de meeste jongeren die ik tegenkom zeer goed aanspreekbaar zijn. Er wordt te snel een beroep gedaan op de politie. Als het om ernstig grensoverschrijdend gedrag gaat, is het natuurlijk een taak van de politie om repressief op te treden. Jongeren in groepsverband kunnen zich, als er niet op tijd de juiste preventieve interventies zijn toegepast, zeer irritant, intimiderend en agressief gedragen.

Omdat volwassenen niet meer met jongeren praten, is er een kloof aan het ontstaan. In sommige dorpen met een sterk christelijk karakter is die kloof duidelijker zichtbaar. Tussen de niet praktiserende jongeren en de christelijke bewoners is een wij – zij denken ontstaan die de onderlinge verhoudingen niet ten goede komen.

Wat mij ook opvalt, is dat het op het weidse platteland moeilijk is om 50 m2 te vinden waar jongeren elkaar kunnen ontmoeten. Wanneer een bewoner klaagt over een hangplek, blijkt dat de belangen van de jongeren ondergeschikt zijn aan die van de volwassenen. Helemaal als de volwassenen status hebben in het dorp. Toch bespeur ik een omslag in het denken bij sommige gemeenten. Men lijkt zich steeds meer te beseffen dat ook jongeren bewoners zijn, bewoners die recht hebben op ruimte om zich te ontwikkelen en die belangrijk zijn voor de vitaliteit van het dorp.

 Om te voorkomen dat problemen groter worden en er onnodig nieuwe ontstaan, is het nodig dat er een aantal zaken verandert.

Er moeten voldoende plekken gecreëerd worden waar jongeren elkaar kunnen ontmoeten en waar een professionele jongerenwerker met voldoende uren en middelen kan werken aan positieve groepssocialisatie. Momenteel zijn de middelen te karig.

In alle plaatsen zou standaard een team van professionals moeten zijn dat zich niet alleen bezighoudt met de groepsaanpak - een aanpak die zich richt op hinderlijke, overlastgevende en criminele groepen - maar vooral actief is wanneer er geen problemen zijn.

Indien mogelijk jonge en volwassen bewoners toevoegen aan het team. Het kost wat, maar op de lange termijn verdient het zichzelf terug. Het team moet de beschikking krijgen over voldoende expertise en capaciteit om met individuele problematiek aan de slag te gaan. Waar je in de grote steden af en toe struikelt over casemanagers,  trajectbegeleiders en coaches, is het op het platteland armoe troef.

Jongeren waar zorgsignalen over zijn, kunnen worden aangemeld in een netwerk van professionals. Een intensieve aanpak om het leven van de desbetreffende jongere weer op de rails te krijgen, laat vervolgens vaak lang op zich wachten.

2010 zou wat mij betreft het jaar van de jongeren en het jongerenwerk op het platteland mogen worden.

William Miero (1964) houdt zich bezig met advisering, projectontwikkeling en uitvoering op het gebied van Jeugd & Jongerenwerk, Jeugd & Veiligheid en Leefbaarheid. In 1993 is hij als jongerenwerker in Oss begonnen en momenteel actief als zelfstandige met name in de Randstad en midden Nederland. Jeugd is zijn passie en onder het motto 'vrijheid binnen grenzen, voor jongeren en jongerenwerkers' is hij voortdurend met collega's en partners op zoek naar mogelijkheden om jongeren een plek te geven in de samenleving.

William Miero

Eén reactie

  • no-profile-image

    Jan Toonen

    De analyse van William onderschrijf ik. Geldt grotendeels ook voor de stad. Volwassenen genereren deels zelf "jongerenoverlast" door te weigeren met jongeren te praten maar direct de politie of andere functionarissen erop af te sturen. Zouden zij zelf willen dat een agent hen aanspreekt namens een anonieme derde? Dan denk je toch: waarom zegt betrokkene dat zelf niet tegen mij? Dan voel je je belaagd door een anonimus. Helaas kan dan pestgedrag ontstaan (escalatie).
    Waarom is thans de sociale waarde van wederkerigheid zo ver te zoeken; "wat jij niet wilt dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet". Volwassenen moeten in eerste instantie zelf, en op vriendelijke toon (zoals zij zelf ook bejegend willen worden), contact maken met jongeren en begrip uitspreken voor het feit dat jongeren elkaar willen ontmoeten en begrip vragen voor het feit dat betrokken volwassene dat als overlast ervaart. Niet op hoge toon en vol verwijten, maar beleefd en respectvol naar de ander (geef zelf het goede voorbeeld). Je zult merken dat dat menselijke contact in veel gevallen goed gaat!
    Mocht deze aanpak van bewoners niet lukken, dan kan altijd nog een functionaris ingezet worden. Bewoners zijn in de eerste plaats lid van de samenleving en daarna klant van de overheid en instituties.

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden