Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Meer zelfvertrouwen in de dojo

In 2010 won Judo in de zorg de Nationale Jeugdzorgprijs, ingesteld door het Nationaal Jeugdinstituut. De Judo Bond Nederland biedt judoleraren de kans een opleiding te volgen om jongeren met probleemgedrag beter te begeleiden. En die floreren daarbij, ook buiten de dojo.
Meer zelfvertrouwen in de dojo

Judoleraren die de opleiding hebben afgerond, kunnen samen met zorgaanbieders judo gebruiken om jongeren met probleemgedrag, een stoornis of een beperking beter te ondersteunen. Voor deze jongeren blijkt judo namelijk een uitstekende manier om tot positief gedrag te komen, zegt coördinator Breedtesport Benny van den Broek. ‘Jongens die rotzooi trappen, leren discipline. Bij judo moet je namelijk heel respectvol met je leraar en je tegenstander omgaan. En jongeren met een autistische stoornis krijgen meer vertrouwen in zichzelf en in anderen doordat ze veel contact maken, door worpen te leren en door te winnen. Vertrouwen begint al bij het vastpakken. Lichamelijk contact durven maken betekent voor hen heel veel.’

Geen blauwdruk
Of in de eerste les al lichamelijk contact wordt gemaakt, wat bijvoorbeeld voor jongeren met een autistische stoornis een hoge drempel kan zijn, hangt af van de zorgaanbieder en de judoleraar. Die vullen gezamenlijk het traject in. ‘We hebben bewust geen blauwdruk gemaakt. De ene aanpak werkt bij de ene groep nou eenmaal beter dan bij de andere’, benadrukt bestuurslid Breedtesport Tom Kempkens.  
Wel begint elk traject met een kennismakingsles. Daarbij worden vaak trainingen uit bijvoorbeeld judo, jiujitsu of karate op speelse wijze gebruikt om het zelfvertrouwen te verhogen. ‘Kinderen schrijven op plankjes wat ze willen worden, en die mogen ze dan doormidden slaan. Of ze moeten zich achterover laten vallen en erop vertrouwen dat een ander ze opvangt’, vertelt Van den Broek.

Op zijn rug
Hoeveel jongeren zich de afgelopen jaren na zo’n kennismakingsles hebben opgegeven om via Judo in de zorg te blijven judoën, weet de Judo Bond Nederland niet. Waarschijnlijk zijn het er enkele duizenden. ‘Van zorgaanbieders horen we dat ruim 90 procent van die jongeren nooit iets met judo had’, vertelt Kempkens.
Over het aantal judoleraren dat de opleiding Judoleraar in de zorg is begonnen, bestaat meer duidelijkheid: het zijn er ongeveer vijftig. De eerste afgestudeerden kregen vorig jaar oktober hun diploma. Ze volgden een opleiding van een jaar, liepen stage bij een zorgaanbieder, en als examen gaven ze een proefles. Vooral aan hun attitude is gewerkt, weet Van den Broek. ‘Leren hoe je iemand op zijn rug krijgt, dat weten ze al. Maar hoe sta je voor jongeren met het syndroom van Down? Hoe maak je die actief en hoe stel je ze op hun gemak? Wat doet het met jou, hoe werk je samen met een begeleider?’
De opleiding kan heel zwaar en confronterend zijn. Als je met deze jongeren wilt werken, moet je ook heel goed nadenken of je dat kunt, stelt Kempkens. ‘Is het antwoord “ja”, dan is het heel dankbaar werk’, zegt hij. ‘Van ouders hoorde ik dat hun dochter eindelijk uit huis kon, omdat ze door judo veel meer kracht en zelfvertrouwen had gekregen.’

Projectgegevens

Naam: Judo in de zorg
Initiatief van: Judo Bond Nederland
Uitvoerder: Zorgaanbieders en judoleraren
Doelstelling:  Judo inzetten om respect en zelfvertrouwen van geïndiceerde jongeren te verhogen
Start project:  2007
Websites: www.jbn.nl en www.urbanjudo.nl

Bron: fotografie Judo Bond Nederland

Jeroen Wapenaar

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden