Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Dreigen allochtonen vast te lopen in het onderwijs?

VARA-ombudsman Pieter Hilhorst meldde onlangs dat wie als 12-jarige geen havo-schooladvies krijgt, het kan vergeten om nog ooit op de havo te komen. Vooral allochtonen lijken in het onderwijs te worden benadeeld.
Dreigen allochtonen vast te lopen in het onderwijs?

Pro
‘Ik ben niet somber ingesteld, maar dat gevoel leeft wel bij veel allochtone ouders. Als politicus moet ik daar rekening mee houden. Ik zie dat veel allochtone kinderen een lager schooladvies krijgen dan past bij hun mogelijkheden. Neem mijn eigen dochter. Die zit nu in de eerste klas mavo-havo. En daar doet ze het heel goed, zodat ze volgend jaar hoogstwaarschijnlijk naar havo 2 gaat. Maar haar Nederlandse vriendinnetje had een lagere Cito-score dan zij, en die kreeg meteen een havo-advies. Ik ga er niet vanuit dat docenten daar kwade bedoelingen mee hebben. Integendeel, die bedoelen het goed. Maar ze denken bijvoorbeeld dat allochtone kinderen goed met hun handen zijn en geven daarom een advies voor het beroepsonderwijs. Ook maken ze zich zorgen over de woordenschat van die kinderen. Maar vaak is dat overdreven bezorgdheid, want ik heb zelf ervaren dat die in de loop van de tijd doorgaans beter wordt.
Ik ben op het leao begonnen en uiteindelijk via het stapelen van opleidingen in het post-hbo beland. Het probleem is alleen dat de opleidingen tegenwoordig niet meer zo goed op elkaar aansluiten, vooral wat de vakkenpakketten betreft. Daardoor wordt het moeilijker om te stapelen, en niet alleen van vmbo naar havo, maar ook van mbo naar het hoger beroepsonderwijs. Vandaar dat ik vind dat de vakkenpakketten op het vmbo-t een stuk steviger moeten worden.’

Metin Celik, Tweede Kamerlid PvdA

Contra

'Ik denk dat het zowel goed als niet goed gaat met niet-westerse allochtone kinderen in het onderwijs. Neem hun aandeel in de derde klas van het havo/vwo. Dat zijn de kinderen die later naar de universiteit gaan en deel zullen uitmaken van de bovenste lagen van de maatschappij. Het aandeel van allochtone jongeren is daar licht vooruitgegaan. In de leergang 2003-’04 vormden zij 28 procent van de klas; in 2009-’10 was dat 32 procent. Bij autochtone kinderen was het 46 procent en is dat nu bijna de helft. Er is dus zeker groei. Maar het tempo van de vooruitgang ligt niet al te hoog. Als het zo doorgaat, blijft de afstand tussen allochtone en autochtone Nederlanders nog lang groot en is er over twintig jaar, als deze kinderen volwassenen zijn, zeker nog geen sprake van gelijkheid.
Een essentiële factor om succes te hebben op school is de taal die thuis wordt gesproken. In bijna de helft van de Marokkaanse en Turkse gezinnen is dat nog steeds geen Nederlands. Dat zie je terug in de eindtoets van het basisonderwijs. Als allochtone ouders thuis Nederlands spreken, benaderen hun kinderen de prestaties van hun autochtone leeftijdgenoten. Als dat niet gebeurt, blijven ze ver achter. Het is dus belangrijk om aan de taalachterstand te werken, naast het bevorderen van de deelname aan de hoogste schooltypen. Bijvoorbeeld met voor- en vroegschoolse educatie voor allochtone peuters en kleuters.’

Jan Latten, onderzoeker CBS

Marty P.N. Kerkhof/Illustratie Berend Vonk

Eén reactie

  • no-profile-image

    Salima

    Helaas kan ik als moeder van een 12 jarige jongen het verhaal bevestigen van de heer Celik. Ik heb aan de lijve ondervonden dat het onderwijs nog steeds niet is ingespeeld op de derde generatie allochtone kinderen. Zelf hebben we bewust gekozen om onze kinderen naar een kdv te sturen en hebben we onze kinderen tweetalig opgevoed ( nederlands en marokkaans). Zelf zijn we ook hooggeschoold en werken we allebei. Vorig jaar kreeg mijn zoon Citoadvies Kader, terwijl zijn lerares eerder zei dat er zeker TL- havo potentie inzat. Doordat onze kinderen tweetalig worden opgvoed zullen zij nooit beschikken over een zelfde woordenschat als een autochtoon kind. Dus is het onrealistisch om allochtone kinderen tegen een meetlat te zetten dat gebaseerd is op kinderen die eentalig worden opgevoed. Een ander voorbeeld, "de NIO toets", ook een meetinstrument dat niet aansluit bij de capaciteiten van een allochtoon kind maar wel wordt gebruikt en ook nog eens bepalend is voor de toekomst van het kind. Scholen zijn vaak niet voldoende op de hoogte van de mogelijkheden op dit gebied. Daar ben ik als ouder veel verder in, na wat onderzoek, dan de meeste leraren. Het steekt enorm wanneer er dan een simpele opmerking wordt gemaakt van "tja, sommige kinderen nemen de langere route dan anderen". Niet moeilijk dat een kind in het voortgezet onderwijs dan zijn schoolcarriere opgeeft en uitvalt. Wij hebben het geluk nog dat we mondig en assertief zijn om ons kind te ondersteunen en de school te beinvloeden in het zoeken van aansluitende oplossingen dat bij ons kind past. Maar het blijft bitter en zwaar.

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden