Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Straatcultuur: Liever niet wéér naar Scarface kijken

In oktober organiseerde Stichting de Meeuw de Week van de Straatcultuur. ‘Machogedrag, breed lopen, een grote mond. Ze hebben al te veel naar Tony Montana gekeken’, signaleert jongerenwerker Mohamed Bouyakoub. En: ‘Sommige jongerenwerkers hebben in het verleden gouden bergen beloofd.’
Straatcultuur: Liever niet wéér naar Scarface kijken

‘Zij hebben het voor ons verpest’, is de eerste reactie van het groepje jongeren waarmee jongerenwerker Mohamed Bouyakoub (27) een praatje gaat maken. Zij, dat zijn jongeren die zoveel overlast veroorzaken in de Afrikaanderwijk, dat buurthuis Plein 3 enkele maanden geleden dicht moest, legt Mohamed uit. ‘En wij zijn de dupe’, moppert Nacer Loukili (15). ‘Oké, buurthuis De Arend is ook leuk. Daar worden toffe activiteiten georganiseerd. Maar we willen ook graag weer een inloop met een playstation en waar we films kunnen kijken.’

Het is het dilemma waar veel jongerenwerkers tegenaan lopen: een groep die voor zoveel problemen zorgt, dat ook andere jongeren minder mogelijkheden krijgen. Hoe ga je daar zo goed mogelijk mee om? ‘Zo zwart-wit als met straatcultuur meegaan of er tegenin gaan is het in ieder geval niet. Je moet elke jongere individueel benaderen. En vooral meteen eerlijk zijn wat je wel en niet voor elkaar kunt krijgen, tegen jongeren en tegen wijkbewoners.’

Pannakooi
Om die laatste stelling te illustreren, laat Mohamed, werkzaam voor Stichting Welzijn Feijenoord, de Hillestraat zien. Hij kwam in september naar de Afrikaanderwijk, vooral naar aanleiding van overlast in dit deel van de wijk. ‘Hier wordt veel rotzooi getrapt. Muren worden beklad, propjes in sloten van deuren gedaan. Ik ben direct naar wijkbewoners toegegaan en heb gezegd dat als ze vinden dat er in het verleden fouten zijn gemaakt, ik die niet kan terugdraaien. Maar ik kan wel proberen om problemen op te lossen die nu spelen.’

Mohamed confronteerde de jongeren die verantwoordelijk waren voor de overlast met hun daden. Dat moet je volgens hem één-op-één doen. ‘Voor al deze jongeren is respect en eer heel belangrijk. Je moet ze niet keihard aanpakken waar hun vriendjes bij zijn, dat werkt averechts.’ Dan nog ontkennen ze waarschijnlijk in eerste instantie, ook al weten ze diep van binnen wel dat ze fout zitten. Je moet wel stug doorgaan en zeggen dat je alleen kunt helpen als ze open zijn.’

Uiteindelijk hoorde Mohamed dat de jongeren het gevoel hebben dat ze niet worden betrokken bij beslissingen om de Hillestraat en de directe omgeving te verbeteren. ‘Er is een Digiplein waar kinderen een parcours kunnen afleggen langs elektronische poortjes, maar dat is voor kleintjes. Voor deze jongeren is er nog niks. Dat steekt, en daarom gaan ze soms op dat Digiplein voetballen.’

De deelgemeente Feijenoord wil een pannakooi bouwen, maar volgens Mohamed is over de ligging niet goed nagedacht. ‘Kijk daar, achter die pilaren, daar moet de pannakooi komen. Zie je, dat is recht onder die huizen. Als jongeren hier gaan voetballen, klinkt dat geluid hard door. Dan hebben wijkbewoners er last van. Zij gaan klagen tegen de jongeren en dan heb je weer ruzie.’ Mohamed probeert de deelgemeente zover te krijgen dat de pannakooi iets verderop komt, om geluidsoverlast te beperken.
 
Tony Montana
In de Week van de Straatcultuur, van 4 tot 8 oktober, gaf socioloog Iliass El Hadioui (zie kader) kritiek op jongerenwerkers die in zijn ogen te veel aanbodgericht werken. Ze laten zonder uitleg films als Scarface en The Godfather zien, waardoor jongeren het gedrag van gangsters verheerlijken en overnemen, stelt de socioloog. Mohamed herkent zich in het verhaal, maar er is volgens hem wel een omslag gaande.

‘Ik herken het gedrag van jongeren omdat ik zelf ook veel in Feijenoord heb rondgehangen. Je herkent machogedrag, breed lopen, een grote mond. Ze hebben al te veel naar Tony Montana gekeken. Dan heeft het nog een keer laten zien van Scarface weinig zin, dat weten de jongerenwerkers inmiddels wel. In de Afrikaanderwijk werken we vraaggericht.’ Zo worden de meeste activiteiten in buurthuis De Arend samen met de jongeren georganiseerd. Zoals darttoernooien, pooltoernooien en zumba. In de keuken worden nu pizza’s gebakken. Het fraaiste voorbeeld om om te gaan met straatcultuur vindt Mohamed de voetbalteams. ‘Twee vliegen in een klap: ze vinden het leuk en je kunt ze raken.’
Want wie bij een training te laat komt, doet niet mee. En dat doet pijn. De jongeren die voor De Arend staan knikken. Nacer: ‘Ik was een keer vijf minuten te laat, en de trainer zei meteen dat ik niet mee mocht doen. Dat was klote, want ik wil voetballen, dus de volgende keer was ik ruim op tijd.’

Koorddansen
Stichting Welzijn Feijenoord heeft voetbal-teams voor zowel jongens als meiden opgericht. Maar Mohamed kan de jongeren niet alles geven wat ze vragen, soms ook om politieke redenen. Hoe klein die wensen soms ook lijken. ‘Mensen zeggen dat we lastig zijn omdat we moslim zijn, maar wij zijn helemaal niet veel met het geloof bezig. Ik lees de Koran bijna niet omdat het zo’n moeilijk boek is. Kun je niet een imam langs laten komen om uit te leggen hoe we moeten geloven, met respect natuurlijk?’, vraagt Karim Ersoy (14). ‘Dat is denk ik niet te doen’, antwoordt Mohamed. ‘Dan krijg ik vast allerlei mensen over me heen. De islam heeft al niet zo’n goede naam.’ Karim zwijgt teleurgesteld.
Later zegt Mohamed: ‘Ik kan beter meteen zeggen dat het weinig kans maakt, een imam halen, dan dat ik ze valse hoop geef. Sommige jongerenwerkers hebben in het verleden gouden bergen beloofd. Ze zouden bijvoorbeeld regelmatig op kamp gaan. Daar is niets van terechtgekomen. Dan kun je het vergeten dat jongeren je vertrouwen.’  Vertrouwen opbouwen is toch al koorddansen, weet Mohamed. Nacer benadrukt dat hij Mohamed een aardige kerel vindt, maar dat hij met hem niet over persoonlijke dingen zal praten. Mohamed geeft direct aan dat hij er juist ook voor ze is als ze willen praten over school of over thuis. ‘Ja oké, misschien later wel’, zegt Nacer. ‘Bij Gökhan, de andere jongerenwerker, duurde het ook een paar maanden. Nu is hij zowat onze broer.’ Mohamed knikt. ‘Als jongerenwerker moet je het de tijd geven. Gewoon jezelf zijn, positief blijven en laten zien wat je voor ze doet, dan komt het vertrouwen vanzelf.’

Grens
Al moet je soms ook een stevige grens trekken. Mohamed maakt een onderscheid tussen ‘twijfelaars’ en ‘niet-willers’. De twijfelaars zijn jongeren die gedeeltelijk meegaan in de straatcultuur, wel rondhangen, straattaal spreken en zich macho gedragen, maar niet structureel voor overlast zorgen. Niet-willers doen dat wel, en ook daarvan lopen er in de Afrikaanderwijk diversen rond.
‘Door hen moest Plein 3 dicht. Ze willen niks en doen niks. Het zijn gewoon criminelen’, zegt Mohamed. In deze jongeren steken de jongerenwerkers nog maar weinig energie. ‘Als ze naar me toe komen met hulpvragen, en ze willen echt worden geholpen, dan misschien wel.’ Verder lijken de jongeren waar hij op doelt vooral een zaak van de politie.

Ook sommige twijfelaars zijn bekend bij de politie, omdat ze af en toe over de schreef gaan. Volgens Mohamed weten alle jongeren dat hij soms vertrouwelijke informatie moet doorspelen. ‘Ook daar ben ik altijd eerlijk over. Dat ik contact heb met scholen en agenten kan ze ook helpen, daar probeer ik ze continu van te overtuigen. Sommigen vinden het moeilijk om te zeggen wat ze graag willen studeren of waar ze graag willen werken. Bij zulke gesprekken kan ik erbij zitten. Veel jongeren die ik inmiddels ken, hangen weliswaar vaak rond, maar werken ook aan hun toekomst.’

De namen van de jongeren zijn uit privacy-overwegingen gefingeerd.

Dit artikel staat in Zorg + Welzijn Magazine nr 11, november 2010.

Jeroen Wapenaar/fotografie Roel Dijkstra

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden