Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Centra Jeugd en Gezin: leren is ondergeschoven kindje

Elke gemeente in Nederland heeft veel energie en geld gestoken in het opzetten van een Centrum voor Jeugd en Gezin. Een grootschalige verandering, bedoeld om de zorg aan jeugdigen beter te laten verlopen. Maar een nieuwe organisatie wordt niet vanzelf een succes.
Centra Jeugd en Gezin: leren is ondergeschoven kindje

Om de doelstellingen van het CJG te kunnen waarmaken, moeten de professionals die er werken op de juiste manier worden opgeleid. Het belang van jongeren, ouders en hun omgeving is hierbij het uitgangspunt. Maar in hoeverre wordt er in de praktijk daadwerkelijk aandacht besteed aan het professionaliseren van CJG-werkers om problemen in de jeugdzorgketen te kunnen oplossen? Aan de hand van gesprekken hebben wij een beeld geschetst van deskundigheidsbevordering binnen CJG’s. De verhalen geven weer dat het niet altijd meevalt om de werknemers een passend opleidingstraject aan te bieden.

Netwerkorganisatie

Om te beginnen speelt de vraag wie er verantwoordelijk is voor het opleiden van CJG-werkers. Een boeiende vraag, want een CJG maakt deel uit van een netwerkorganisatie met verschillende ketenpartners, coördinatoren en gemeentelijke beleidsmedewerkers. Zeker als het om opleiden gaat, is het onduidelijk hoe de geldstromen en de verantwoording lopen. Wie heeft het laatste woord? De gemeente, de CJG- coördinator of de betreffende netwerkorganisaties? CJG-werkers vallen onder verschillende werkgevers cao’s, voeren verschillende functies uit en hebben uiteenlopende opleidingsachtergronden. Ze beschikken dus ook over een andere kennisbasis.

Verschillen

Daarnaast bestaat er, zowel op grote als kleine schaal, veel verschillen tussen CJG-werkers. Het is dus flink zoeken naar een overeenkomstige opleidingsvraag. Vrij logisch als je nagaat dat de uitvoering van het CJG per gemeente kan verschillen. De CJG’s hebben namelijk de opdracht om aan te sluiten bij de visie van de gemeente, het huidige gemeentelijke aanbod en de gesignaleerde problematiek. Het soort problemen waar medewerkers mee te maken krijgen, is zodoende afhankelijk van wat er in de gemeente speelt en waar ouders behoefte aan hebben.

Ontstaansgeschiedenis

Ook de ontstaansgeschiedenis van het CJG is van invloed op de opleidingsvraag. Of een CJG voortkomt uit een ggd, consultatiebureau of opvoedingswinkel kan ervoor zorgen dat er andere leerbehoeftes zijn. De oorspronkelijke organisatie is meestal leidend voor de functies die in beginsel aanwezig zijn. Dat betekent dat het ene CJG behoefte heeft aan leren samenwerken in de keten en voor het andere aan het leren serieus nemen van de ouderregie.

Competenties

Gelukkig hebben alle CJG-werkers, ongeacht de bestaande verschillen, ook een grote overeenkomst: ze dienen de huidige opvoed- en opgroeiondersteuning te verbinden, verbeteren en versterken. Op basis van de taken en de doelstelling van het CJG heeft het Nederlands Jeugd instituut in samenwerking met MOVISIE competenties beschreven van beroepskrachten werkzaam in een CJG. Vooral competenties gericht op doelstellingen zijn interessant voor het opleiden. Hierbij gaat het om vraaggericht, klantenversterkend, omgevingsgericht en samenwerkingsgericht werken en werken in een netwerkorganisatie.

Daarnaast zijn de competenties een mooi instrument om een opleidingsaanbod te vormen of bij- en nascholingen te ontwikkelen. Dat geldt ook voor taakgerichte competenties als informatie verzamelen en monitoren, screenen, analyseren en onderzoeken en voorlichting geven. Het is dan ook erg jammer dat CJG’s daar nog weinig aandacht aan besteden. Een gemiste kans, zeker als je nagaat dat dit, ondanks alle verschillen, een bindende factor is van alle CJG’s.

Simone Berk is MSc in Jeugdstudies. Anneke Hoogenboom is accountmanager bij Pro Education op het gebied van Jeugd, Zorg en Welzijn.

Bron: Foto: Robert Vos

Alexandra Sweers

Gerelateerde tags

Eén reactie

  • no-profile-image

    Erly

    Helemaal mee eens. Ik werk in de hulpverlening aan mensen met autisme en heb diverse praktijkcursussen gegeven binnen de jeugdzorg over jongeren met Autisme. De grote diversiteit van opleidingachtergrond van medewerkers verbaasde me. Verder vond ik de problematiek waarmee ze geconfronteerd werden erg zwaar voor net afgestudeerde. Ook viel op dat er weinig 'rolmodels' zijn. Ervaren mensen die ook in staat zijn om in de praktijk op te leiden en te coachen. Veel mensen werken alleen en moeten zichzelf coachen. Werken in de hulpverlening leer je m.i. het snelst door 'zien-doen'. Persoonlijk zou ik veel meer aandacht willen voor 'leren in de praktijk a.d.h.v. concrete casuïstiek'. Hierdoor worden m.i. de dilemma's veel sneller duidelijker waarmee we in de hulpverlening mee moeten leren dealen. En dat is een gegeven - er zijn meer dilemma's dan oplossingen. Ik herken beschreven problemen ook in de zorg voor mensen met een verstandelijke handicap. Ook hier is de diversiteit van medewerkers groot, zijn er erg veel parttime contracten en brengen de kleinschalige woonvormen ook met zich mee dat begeleiders veel alleen werken.

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden