Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Sociaal Werker van het jaar 2009: ‘Ga eens beter met elkaar praten’

Phyllis Döll-Osei Ameyaw is gezinscoach bij de Opvoedpoli in Amsterdam. Tijdens het Welzijnsdebat 2009 op 15 oktober werd ze uitgeroepen tot Zorg + Welzijn Professional van het Jaar. ‘Heel veel mensen hebben verkeerde ideeën over elkaar. Ik wil dat ophelderen.’
Sociaal Werker van het jaar 2009: ‘Ga eens beter met elkaar praten’

Ze is geboren in Ghana en op haar negende naar Nederland gekomen. ‘We woonden in Diemen. De dichtstbijzijnde middelbare school was de Open Schoolgemeenschap Bijlmer. Omdat ik buitenlandse was, dachten mijn leraren dat ik beter mavo kon doen. Dan hoefde ik niet op mijn tenen te lopen. Daarna heb ik havo en mbo tegelijk gedaan. Na een jaar Engels ben ik overgestapt naar de studie pedagogiek.’

Bijlmer
‘Ik heb een redelijke goede jeugd gehad en ben gastvrij ontvangen in Diemen. Ik was de enige Afrikaan. Mensen waren blij om me te zien. Ik kwam bij iedereen thuis, het was daar geweldig in de jaren tachtig. Op de middelbare school in de Bijlmer waren de blanken nog in de meerderheid. Ik kwam er voor het eerst andere zwarte kinderen tegen, vooral Surinaamse en Antilliaanse kinderen. Ik merkte dat zij mij zagen als “anders”: ik ben diepbruin en zij zijn vaak lichter gekleurd. Ik werd voor het eerst gediscrimineerd. Door Surinaamse kinderen. Ik leerde dat er verschillen zijn tussen zwarte mensen.’
Haar eerst stage liep ze bij Bureau Jeugdzorg, de twee volgende stages ook. ‘Het klikte hartstikke goed met mijn manager. Ik had fijne collega’s en heb er veel geleerd. In 2001 vroegen ze me voor het Bureau Jeugdzorg in Zuidoost. Ik werd casemanager en hield me vooral bezig met analyses, indiceren en trajecten volgen. Je moet heel goed kunnen netwerken, ervoor zorgen dat de cliënt krijgt wat hij of zij nodig heeft. Je moet cliënten goed kunnen motiveren, want jeugdzorg is niet vrijblijvend.’

Gember
Heel veel mensen hebben verkeerde ideeën over elkaar, aldus Döll. ‘Ga eens beter met elkaar praten, anders gaan er heel veel dingen mis. Bij Bureau Jeugdzorg werden bijvoorbeeld kinderen uit huis geplaatst vanwege culturele aannames. Een Ghanese cliënt wilde bijvoorbeeld haar kind straffen en stopte gember in haar kont en vagina. Vanuit de Nederlandse optiek is dat een strafbare seksuele handeling. Het kind werd uit huis geplaatst en in de rapportage kwamen dan dingen over seksueel overschrijdend gedrag te staan. Die vielen onder verkrachting. De moeder flipt, denkt dat de Nederlanders niet willen dat ze haar kind straft. Ze denkt: “Als ik dat niet doe, wordt het later een crimineel en dan zeggen ze weer dat ik mijn kind niet goed opvoed. En als ik mijn kind straf noemen ze het een seksuele handeling. Dan wordt mijn kind afgepakt.” In zo’n geval vind ik een uithuisplaatsing niet nodig, maar moet de moeder voorgelicht krijgen dat het niet kan. Door haar te zeggen dat het niet tegen de wet is wat ze doet, maar dat er andere manieren zijn om een kind te straffen die ook effect hebben zonder het kind pijn te doen.’

Witte jas
‘Bij de Opvoedpoli werken we in principe met alle gezinnen, mensen met en zonder een psychiatrische achtergrond. Centraal staat dat de zorg voor het kind beter kan en ook dat de ouders beter in hun vel komen te zitten. Het gaat om het hele gezinssysteem en om alle leefgebieden. Schulden kunnen het hoofdprobleem zijn, waardoor ouders heel veel stress krijgen. Ze weten wel hoe ze kinderen moeten opvoeden, maar door omstandigheden gaat het mis. Dan moeten de omstandigheden beter worden, zodat de opvoeding ook weer beter gaat.’
Heel veel ouders slaan hun kind uit onmacht, vanwege hun frustraties of omdat ze het kind overschatten, weet Döll. ‘Sommige ouders denken dat hun kind dokter kan worden. Ouders moeten veel betere voorlichting krijgen over hoe hun kind in elkaar zit. Ik had bijvoorbeeld een gezin met een kind met een IQ van 60, maar die moeder wilde dat het arts zou worden. De school zou het allemaal tegenhouden, de moeder wilde nergens aan meewerken. Ik heb haar uitgelegd dat er in Nederland heel veel mogelijkheden zijn. Een kind kan nog uit heel veel andere beroepen kiezen, bijvoorbeeld eten rondbrengen in het ziekenhuis, ook in een witte jas. Zo breng ik het dan, zodat mensen het voor zich kunnen zien.’

We vergeten vaak dat het om de vraag van de cliënt gaat, aldus Döll. ‘Jeugdzorg is zo aanbodgericht. We maken een analyse en denken dat het kind naar een club of naschoolse voorziening moet. Een cliënt kent dat helemaal niet en wacht vaak af wat de hulpverlener beslist. Maar als een cliënt er niet mee eens is en bijvoorbeeld één-op-één hulp wil, dan kan dat niet omdat er een wachtlijst is. Dan duurt het een jaar en is er al die tijd geen hulp. Volgens onze processen moet je binnen zes weken hulp hebben ingeschakeld. In zo’n situatie dreigt jeugdzorg al snel met de Raad voor de Kinderbescherming, want hulpverleners hebben heel veel macht. Daar voelde ik me soms heel onprettig bij.’

Rompslomp
‘Ik probeer me steeds nieuwe methoden eigen te maken. Een methode is er niet voor niets, er is altijd iets dat je ervan kunt leren’, vindt Döll. ‘Daarom wil ik me ook steeds bijscholen. Dan word ik een betere hulpverlener. Alleen ziet niet elk gezin het zitten om die fantastische methoden uit te voeren, maar dan maak ik het op maat. Bij Triple P (een methode om ouders te helpen bij de opvoeding, red) moeten ouders heel veel lezen, observeren en opschrijven. Maar multiproblemouders hebben niet de fut en de kennis om die papieren rompslomp te behappen. Dan kun je ook selectief hoofdstukken doornemen en er meer tijd voor nemen.’ Triple P schrijft ook voor dat de hulpverlener het zakelijk moet houden, en bijvoorbeeld niets te drinken moet aannemen. Döll: ‘Maar dan kun je geen contact maken. Ook al is een glas hartstikke vies, dan nog neem ik het aan, want dan voelen mensen zich niet afgewezen. Maar ik hoef de inhoud natuurlijk niet op te drinken.’

Dit artikel staat in Zorg + Welzijn Magazine nummer 11, november 2009. 

Martin Zuithof/Fotografie: Claudia Kamergorodski

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden