Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Jo Hermanns: 'Rouvoet heeft doos van Pandora geopend'

'Het is te laat voor minister Rouvoet om de jeugdzorg nu nog te veranderen.' Dat zegt Jo Hermanns in het magazine Zorg+Welzijn. Het Centrum voor Jeugd en Gezin dreigt volgens de hoogleraar opvoedkunde een verwijsmachine te worden.
Jo Hermanns: 'Rouvoet heeft doos van Pandora geopend'

Door Carolien Stam - 'Investeringen in de geïndiceerde zorg hebben de jeugdzorg tot een bodemloze put gemaakt. Niet het recht op jeugdzorg moet worden veranderd, maar het jeugdzorgstelsel. De wachtlijsten zijn door het overheidsbeleid gevoed', zegt Jo Hermanns.
Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) – de parel in de kroon van het ministerie voor Jeugd en Gezin – dreigt volgens hem een pijnlijk voorbeeld te worden van het falen van het ministerie. 'Als we niet uitkijken, wordt het CJG een nieuwe tussenlaag in de jeugdzorg, een verwijsmachine.'

Evaluatie
De financiering van de jeugdzorg moet op de schop. Ook de manier waarop hulpverleners de zorgbehoefte beoordelen vereist verbetering. Dat zijn op dit moment de grootste belemmeringen om kinderen met ernstige problemen goede hulp te geven, aldus het evaluatierapport van de Wet op de jeugdzorg, gemaakt door een extern bureau. Minister Rouvoet heeft de evaluatie vandaag naar de Tweede Kamer gestuurd. De conclusie luidt dat het de vraag is 'of het recht op jeugdzorg nog wel moet worden gehandhaafd, omdat het recht onvoldoende wordt geraliseerd door de wachtlijsten en langs elkaar heen werkende circuits'.

Kritiek
In het novembernummer van Zorg+Welzijn, dat woensdag verschijnt, stelt Jo Hermanns: 'De verwachting was dat de mooie plannen na de eerste honderd dagen van Rouvoet gevolg zouden krijgen. Maar ze blijven steken in de uitvoering.' Dat is volgens hem te wijten aan gebrek aan sturing door de minister en zijn ministerie'. Hermanns: 'Te veel belangen, te veel versplintering. In Nederland moet iedereen het overal mee eens zijn.'

Doorverwijzing
De voortdurende doorverwijzing naar geïndiceerde zorg heeft geleid tot aanzienlijke wachtlijsten in de jeugdzorg. Hermanns: 'We moeten terug naar het idee dat we problemen met onze kinderen ook zelf kunnen oplossen. Nu gaan ouders naar het CJG en worden ze, ook met een lichte hulpvraag, doorverwezen naar de deskundige.'  

Opgepompt
De overheid heeft door een grote nadruk op signalering dat proces versterkt en daarmee de wachtlijsten in de jeugdzorg opgepompt, meent Hermanns: 'En daarmee de afgelopen decennia de doos van Pandora geopend. Er is steeds meer geïnvesteerd in instanties die geïndiceerde hulp verlenen in plaats van in de hulp zelf.' Wat er volgens Hermanns moet gebeuren, is dat hulpverleners naar de gezinnen toe gaan. 'De overheid moet investeren in wijken en scholen en in Centra voor Jeugd en Gezin als instelling waar je écht wordt geholpen.'

Verzuimd
Volgens Hermanns moet het jeugdzorgstelsel op de schop. Dat heeft minister Rouvoet verzuimd door te zetten, meent hij. ‘Na de honderddagenreis door het land zei Rouvoet: “Nu gaan we samenwerken”. Toen is iedereen achterover gaan zitten met de geruststellende gedachte dat het stelsel intact zou blijven. Instanties bleven in stand en konden rustig slapen, provincies behielden hun budget en hun positie en gemeenten kregen meer mogelijkheden voor jeugdzorg. Het credo: “Samen problemen oplossen” leidt er al jaren toe dat alles blijft zoals het is.’

Het hele interview met Jo Hermanns kunt u lezen in Zorg+Welzijn nr 11

link naar: Evaluatierapport Wet op de jeugdzorg

Meer weten? Lees dan ook de gratis Zorg + Welzijn Nieuwsbrief. Daarvoor kunt u zich hier aanmelden.


Bron: Zorg+Welzijn magazine nr 11

Carolien Stam

Gerelateerde tags

2 reacties

  • no-profile-image

    k goossens

    Helemaal mee eens. Ik werk als thuisbegeleider en geef opvoedingsondersteuning bij de mensen thuis. Het gebeurt regelmatig dat ik ingeschakeld word om de tijd tussen aanmelding en start van andere hulpverlening te overbruggen. Als de andere hulp start zijn de problemen dikwijls al opgelost en is de opvoedsituatie aanzienlijk verbeterd. Al dat verwijzen kost tijd en geld en ouders en kinderen moeten lang wachten . Bovendien hoeft toch niet altijd naar andere hulpverlening verwezen te worden. Natuurlijk zijn er situaties waar doorverwezen moet worden naar specifieke hulpverlening voor ouders en kinderen Ik vind alleen dat dit nu veel te vaak gebeurt, terwijl thuisbegeleiding voldoende blijkt te zijn. Een laagdrempelij CJG waar de ouders makkelijk binnenstappen en er meteen gekeken wordt wat echt nodig is.Dat zou een uikomst kunnen zijn. Als er maar niet weer een groot gedeelte van de tijd opgaat aan papierwerk en iedereen samenwerkt ten behoeve van kinderen en ouders. Dat moet
    toch mogelijk zijn.

  • no-profile-image

    arnold dekker

    Dit interview is me uit het hart gegrepen, ik ben het er helamaal mee eens. Er worden steeds meer nieuwe initiatieven "uitgevonden" die de oplossing moeten bieden zoals Centra voor jeugd en gezin en ketenregiseurs. Al deze maatregelen zijn verwarrend, tijd- en geldrovend, en versplinteren de hulpverlening nog meer. Er zijn voldoende goede hulpverleners om met de jongeren aan de slag te gaan. Geef hen meer vertrouwen, meer beweegruimte om hun werk te doen. dus investeer in de goede zorg die er al is.

    groet, Arnold Dekker, Algemeen maatschappelijk werker

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden