Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

NJi: ‘Maatregelen tegen hangjeugd kunnen te ver doorschieten’

Bestuurders schieten te ver door in de maatregelen tegen hangjongeren. Dat concludeert de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) in een rapport dat vandaag is gepresenteerd. Het Nederlands Jeugdinstituut kan zich hier gedeeltelijk in vinden.
NJi: ‘Maatregelen tegen hangjeugd kunnen te ver doorschieten’

Door Ephraïm Patty - Volgens 'Tussen flaneren en schofferen’, het desbetreffende rapport van de

RMO, zijn maatregelen veel te repressief, werken ze averechts en zijn ze ook nog eens heel duur. Vroeger heerste er een klimaat waarin bestuurders overlast van hangjongeren negeerden en tolereerden. Maar dat werkte ook niet, stelt het adviesorgaan. Jongeren hebben grenzen nodig. (Foto: Kees Bakker, NJi)

Hypes
‘De maatregelen tegen hangjongeren kunnen soms inderdaad te ver doorschieten’, zegt Kees Bakker, bestuursvoorzitter van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Hij vindt het goed dat de RMO via dit onderzoek het debat weer aan probeert te trekken. ‘Ze pleiten ervoor dat politici en beleidsmakers zich niet te gemakkelijk moeten laten leiden door hypes en incidenten rond hangjongeren, die dan weer leiden tot snelle interventies die eigenlijk geen oplossing bieden. En dat is zeker een juiste constatering.’

Middenweg
Bakker ziet de uitspraken van de RMO niet als diskwalificatie van de huidige jongerenaanpak. ‘Het is niet zo dat ze kritiek leveren op projecten an sich, wel op de soms simpele keuze tussen heel lang niets doen en - pas als het uit de hand loopt - hard optreden. Zo voeden ouders ook hun kinderen niet op.'

Rapport

Het NJi kan zich grotendeels vinden in het RMO rapport en vindt het ook genuanceerd. De organisatie pleit voor een combinatie van een harde en een zachte aanpak, waarbij onderscheid moet zijn tussen jongeren die op straat flaneren en de jeugd die ernstige overlast veroorzaakt. Ook bepleit de RMO niet alleen interventies te richten op jongeren en overlast maar ook op verbetering van de fysieke en sociale omgeving. 'Dat is op zich terecht. Wij denken dat het vooral van belang is om preventiever met jongeren om te gaan, dus voordat sommige hanggroepen zich ontwikkelen tot gangs en dergelijke. Probeer ze al aan te spreken voor ze de kans krijgen om voor overlast te zorgen’, zegt Bakker.

Wellevendheid
Volgens het onderzoek moet de overheid ook investeren in wellevendheid; buurtbewoners, jongeren en hulpverleners moeten elkaar aan kunnen spreken bij ergernissen, zonder dat het escaleert. ‘Wellevendheid is een mooi oud woord, het doet me wel een beetje denken aan de term van onze minister-president: ‘Fatsoen moet je doen’. Het is dan wel de vraag hoe buurtbewoners en professionals dat het beste kunnen doen. Jongeren eisen vaak respect, maar ze moeten ook leren zelf te respect te tonen voor anderen.’

Preventie
Om de jongeren toekomstperspectief te geven, kunnen verenigingen, onderwijs en werkgevers volgens de RMO meer verantwoordelijkheid nemen om jongeren een plek in de samenleving te geven en ze bij de les te houden. De aanpak is nu met name gericht op de jongeren zelf en te weinig op de stimulerende en positieve rol die de omgeving kan spelen. Bakker is van mening dat er meer gedaan kan worden op het gebied van preventie. ‘Het is van belang om jongeren aan de ene kant de ruimte te geven, maar je moet dan ook duidelijke grenzen stellen. En dat moet je zo vroeg mogelijk doen.’

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden