Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Wanneer wordt bemoeizorg tot bemoeizucht? Drie deskundigen over de plannen van jeugdminister Rouvoet.

Het moet beter gaan met de jeugd. Na jaren van discussie en kritiek is er nu een minister voor Jeugd en Gezin die met een programma voor verbetering komt: ‘Alle kansen voor alle kinderen’. Gaan we van jeugdzorg naar bemoeizucht van de overheid? Drie deskundigen over de plannen van minister Rouvoet. ‘Er gaat een zucht van verplichting door het land.’

Door Carolien Stam - Losgeslagen jongeren zorgen in
verschillende steden voor veel overlast. De drama’s van Savanna en het
‘Maasmeisje’ en de voortdurende berichtgeving dat de hulpverlening langs elkaar
heen werkt, zijn eveneens aanleiding om de jeugdzorg grondig te
herzien. Recent blijkt (eindelijk) uit onderzoek dat inderdaad
jaarlijks minimaal 50.000 kinderen het slachtoffer worden van fysieke en
psychische mishandeling. Wat te doen? ‘Een kwestie van opvoeden’, is het
antwoord van jeugdminister Rouvoet, neergelegd in zijn ‘Programma voor Jeugd en
Gezin 2007 tot 2011’. PlannenMet het overgrote deel van de
kinderen en jongeren gaat het gewoon goed. Bij slechts acht tot vijftien procent
van de kinderen is sprake van problemen. Maar de problemen worden erger, het
aantal meldingen van kindermishandeling neemt toe, evenals het aantal jongeren
dat niet meer naar school gaat. Minister Rouvoet somt in zijn
jeugdprogramma ‘Alle kansen voor alle kinderen’ een aantal fikse voornemens op,
die niet onbesproken blijven. Zo kondigt hij aan dat alle kinderen van nul tot
vier jaar een risicoanalyse krijgen om vast te stellen welke risicofactoren een
kind heeft bij zijn ontwikkeling. Per 1 januari 2009 wordt het elektronisch
kinddossier (ekd) ingevoerd, waarbij alle gegevens digitaal worden opgeslagen en
zo gemakkelijker overdraagbaar zijn. Maar discutabeler is de
verwijsindex bij dat ekd, waarin hulpverleners een signaalmelding kunnen doen.
Als er twee meldingen zijn, moeten de betreffende hulpverleners met elkaar in
overleg over een aanpak van de ontstane situatie. Verder trekt
minister Rouvoet voor de komende jaren 441 miljoen euro uit om in elke wijk een
Centrum voor Jeugd en Gezin te plaatsen, waar ouders terechtkunnen voor hulp en
ondersteuning bij de opvoeding. Kinderen uit gezinnen met problemen kunnen
eerder onder toezicht worden gesteld. De kinderrechter moet ook lichtere
maatregelen, zoals verplichte opvoedingsondersteuning, kunnen voorschrijven.
Er gaan politieke stemmen op om ouders te korten op hun uitkering
als zij opvoedingsondersteuning weigeren. Ook de PvdA is hier voor. De
overheid dient meer verantwoordelijkheid te nemen als de belangen van het kind
worden geschaad. Dat is een wettelijke taak, maar hoe ver gaat die opdracht?
Wanneer wordt bemoeizorg tot bemoeizucht? Drie deskundigen aan het
woord. Bas Levering, Lector Algemene Pedagogiek Fontys
Hogescholen:‘Er gaat een zucht van verplichting door het land. Dat is niet
goed. Ik hoor slogans uit Den Haag en van wethouders als “De tijd van
vrijblijvendheid is voorbij”. Over welke groepen kinderen en jongeren hebben ze
het? Moet een betere opvoedzorg de overlast van Marokkaanse jongens in het
Utrechtse Overvecht oplossen? We moeten niet denken dat we ouders die hun
opvoedplicht verzaken aan het opvoeden krijgen.’ Pedagoog Bas
Levering is blij met het Centrum voor Jeugd en Gezin en met meer uitgebreide
taken voor het consultatiebureau om de ontwikkeling van kinderen te volgen. Maar
een risicoanalyse gaat hem veel te ver. ‘Het is verkeerd om ouders op grond van
een risicoprofiel in een bepaalde categorie te plaatsen. Het suggereert een vorm
van voorspelbaarheid die niet bestaat. Het stigmatiseert hen ook nog eens tot
risicogeval. Dat is geen positief signaal en zal daarom niet helpen.’
Anneke Kesler, Jeugdarts bij het Ouder- en Kindcentrum in
Amsterdam en bestuurslid Artsen Jeugdgezondheidszorg Nederland: Er komt geen
‘APK voor ouders’, een soort test om te kijken ‘hoe voeden ze hun kind op’.
Anneke Kesler weet, net als elke jeugdarts, dat er in elk gezin wel wat is.
‘Maar dat betekent nog niet dat het met elk kind slecht gaat.’ Zeker, de artsen
van de jeugdgezondheidszorg, straks in de Centra voor Jeugd en Gezin, kijken
verder dan meten, wegen en prikken. ‘Nieuw in onze aanpak is dat
we vragen stellen over de omgeving waarin het kind gaat opgroeien. Dan gaat het
over de leeftijd van moeder en vader, welke taal spreken ze, in welke buurt
wonen ze.’ Als er meer dan drie risicofactoren zijn is de kans groter dat het
kind er last van krijgt in zijn ontwikkeling, weet Kesler. ‘Maar dat geldt lang
niet voor ieder kind.’ Wim Slot , Directeur PI Research, centrum
voor onderzoek, ontwikkeling en opleiding op gebied van de jeugdzorg is een
voorstander van screening van kinderen op risicofactoren. Hoe eerder je
problemen bij kinderen signaleert, hoe beter er iets aan gedaan kan
worden. Bezorgd is Wim Slot over de inhoud van verschillende
aangekondigde maatregelen door jeugdminister Rouvoet. ‘Het Centrum voor Jeugd en
Gezin is vooralsnog een organisatievorm. Eerst moet je weten wat je ouders en
kinderen kunt bieden. Als je mensen bij elkaar zet, heb je nog geen nieuwe
werkmethode.’ Het gehele artikel is te lezen in Zorg + Welzijn
Magazine 1 augustus 2007. Drie maanden na publicatie wordt het op de website
geplaatst.

Administrator

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden