Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Justitie experimenteert met meerpersoonskamers in jeugdinrichtingen: ‘Het moet wel verantwoord blijven’

Begin dit jaar is begonnen met het samenplaatsen van jongeren in een justitiële jeugdinrichting. Er wordt ervaring opgedaan in De Hunnerberg, Eikenstein en De Hartelborgt. Sommige rofessionals wijzen op de risico’s. Anderen vinden het weer een medicijn tegen eenzaamheid. ‘Je moet bereid zijn om risico’s te nemen.’

Een stapelbed, twee tv’s, twee kleine bureaus en in de hoek een toilet. Op heuphoogte afgescheiden van de rest van de kamer. Susan staat er een beetje bedremmeld bij, haar kamergenoot Rachelle moest voor straf verhuizen naar een eenpersoonskamer. En daar balen ze allebei van. Het was zo gezellig, samen onder een deken tegen de verwarming aan.

‘Je bent na halfnegen, als we naar de kamer moeten, erg alleen,’ vertelt Rachelle. ‘Nu kon je samen kletsen, problemen bespreken, elkaar opvrolijken en fantaseren over hoe het buiten zal zijn. Maar we konden ook allebei stil zijn als we bijvoorbeeld brieven schreven. Ik kan me wel voorstellen dat het niet met iedereen klikt, je moet je wel kunnen aanpassen.’

Susan en Rachelle verblijven in justitiële jeugdinrichting De Hunnerberg in Nijmegen. De opvanginrichting is met Eikenstein in Zeist, een locatie van de Heuvelrug, en de Hartelborgt in Spijkenisse uitverkozen om deel te nemen aan de pilot ‘Meerpersoonskamergebruik’. In februari startte de pilot in Nijmegen en Zeist, in Spijkenisse moet het officiële startschot nog gegeven worden, aangezien de oplevering van de gloednieuwe kamers nogal wat vertraging heeft opgelopen.

Het plan om meerdere jongeren op een kamer te plaatsen, zorgde vorig jaar voor nogal wat commotie. Te gevaarlijk, onverantwoord en een ordinaire bezuinigingsmaatregel. Voorstanders hadden het over gezelligheid en de mogelijkheid om van elkaar te leren.

Selectie

‘Meisjes gaven regelmatig signalen dat ze gezelligheid misten, van jongens hoorden we dat niet zo snel,’ aldus Ans Schel, gedragsdeskundige in De Hunnerberg, waar twee tweepersoonskamers ingericht zijn. Toch adviseerde het team gedragsdeskundigen voor aanvang van de pilot negatief. Schel: ‘We maakten ons zorgen voor de middellange en lange termijn. Je kunt op deze manier een soort competitiedenken creëren: "Wat zeur ik, jij hebt toch veel ergere dingen meegemaakt." Daardoor kunnen sommige jongeren zich helemaal afsluiten voor hulpverlening.’ Cornelia Douna, afdelingshoofd: ‘Aan de andere kant is er de geborgenheid, de veiligheid en kunnen jongeren van elkaar leren. Daarnaast merken we dat ze het ook fijn vinden om een ander te helpen. Maar sommigen willen niets aan hun hoofd en kiezen dus voor het alleen zijn.’

Privacy is een belangrijke term in deze. Schel: ‘Vaak schamen meiden zich voor hun lichaam. Het hoort bij deze leeftijd om momenten alleen te zijn. Als je dat jarenlang van iemand afneemt, is dat niet goed. Je kunt veel respect hebben voor iemands behoefte om alleen te zijn, maar echt alleen ben je hier niet.’

Na vijf maanden zijn de ervaringen met de eerste tien meisjes positief. Geen escalaties, wel een paar valkuilen. Wat te doen als een van de twee erg ziek is? Wat als het té gezellig wordt? En hoe voorkom je bondjesvorming? ‘Het resultaat valt of staat bij de selectie die je maakt. Het moet wel verantwoord blijven,’ vindt groepsleidster Desirée Nelissen. Sowieso wordt iemand pas na pakweg vier weken - als de ergste crisis voorbij is - geschikt geacht voor het delen van een kamer. Douna: ‘Een meisje moet zover zijn dat een ander niet al te veel last heeft van hetgeen ze mee heeft gemaakt.’

Daarnaast moeten de ouders of voogd toestemming geven en moet het meisje zelf voldoen aan een aantal criteria. Is ze beïnvloedbaar? Hoe gaat ze om met conflicten? Kan ze samenwerken, kan ze delen? Zijn de antwoorden hierop positief, dan moet ze zelf ook nog willen.

De criteria waaraan een deelnemer voor een meerpersoonskamer moet voldoen, blijken in Eikenstein juist de bottleneck te zijn. Hoewel de pilot ook daar in februari van start ging, heeft dat tot op heden niet geleid tot het samenplaatsen van jongeren. Een teleurstelling voor directeur Dick Romkema, die zes kamers beschikbaar heeft voor de pilot. ‘Ik had gehoopt de bezuinigingen deels te kunnen tackelen door meerpersoonskamers, maar nu staan er zes bedden leeg.’

Als oorzaak noemt hij de korte verblijfsduur van de jongens - gemiddeld een maand - waardoor de observatieperiode nauwelijks afgerond is als een jongere de inrichting verlaat. ‘Je kunt iemand niet samenplaatsen als je nog niet weet wat voor vlees je in de kuip hebt, dus die observatie is noodzakelijk. De langere verblijvers vallen meestal af omdat ze zwaardere delicten, zoals poging tot doodslag, op hun naam hebben staan.’

Andere contra-indicaties zorgen ervoor dat geen enkele jongere uiteindelijk in aanmerking kwam voor een dergelijke kamer. Jongens met zeden- en geweldsdelicten vallen sowieso af, jongeren die een persoonlijkheidsonderzoek moeten ondergaan eveneens. Vervolgens bepaalt de groepsleiding aan de hand van een takenlijst of iemand geschikt is voor de pilot. Romkema: ‘Misschien leggen we de lat te hoog, omdat we geen risico willen nemen.’ Of hij de pilot verkeerd heeft ingeschat? ‘We hebben ons vooraf gefocust op risico’s van het samenplaatsen en minder op de vraag of jongeren überhaupt geschikt zijn om op één kamer te verblijven. Daar komen we nu pas aan toe.’

Observeren

Walther van Goch, directeur behandeling in De Hartelborgt, verwacht minder problemen met de selectie van geschikte jongeren. ‘Je kunt te ver gaan in het stellen van criteria. Wij zijn bereid om risico’s te nemen, dat is inherent aan een pilot. Als je dat niet doet, kun je beter niet deelnemen.’

Hij waarschuwt voor een self fulfilling prophecy. ‘Je kunt niet alleen inzetten op risicofactoren, dat heeft een averechts effect. Je kunt beter aandacht besteden aan positieve gevolgen, zoals een meerpersoonskamer als medicijn tegen eenzaamheid.’

In De Hartelborgt, waar zes ruim opgezette driepersoonskamers zijn voorzien van een afgescheiden douche en wc, denkt Van Goch dat de pilot anders zal verlopen dan in Eikenstein. ‘We plaatsen iemand pas op een meerpersoonskamer als hij later in het traject zit, bijvoorbeeld in een scholings- en werktraject. Een jongere is dan ook actief buiten de muren waardoor de druk op de kamer kleiner wordt. Zo’n kamer krijgt zo een springplankfunctie.’

Tijdens een vergadering met alle jongeren bleek de helft wel iets te voelen voor een meerpersoonskamer. Zoals Dennis (15) en Mohammed (19). Dennis: ‘Ik dacht in eerste instantie vooral aan de negatieve kanten. Als er iemand naar de wc gaat, moet je daarna in zijn geur gaan zitten. Nu denk ik vooral aan de gezelligheid, de tijd die sneller gaat.’ Mohammed: ‘Nu praten we ’s avonds via gesloten deuren, zonder oogcontact. Aan de andere kant heb ik ook privacy nodig. Als er thuis problemen zijn, wil ik niemand om me heen hebben, anders word ik agressief. Ik heb rustmomenten nodig.’

Het is iets om rekening mee te houden, geeft Alette van der Veen, sectorhoofd, toe. Ze is enthousiast over de pilot. ‘Er is een natuurlijke weerstand geweest, maar we kunnen nu tenminste nog invloed uitoefenen. Als het definitief wordt, kunnen we dat niet meer.’

De verwachtingen? Van der Veen: ‘Als een jongere leert zijn territorium te delen met anderen, kan hij een betere plek innemen in de maatschappij.’ Groepsleider Kees Vink ziet een extra taak weggelegd voor het team. ‘Je moet een groepsproces van drie jeugdigen binnen een groepsproces van twaalf jeugdigen volgen. Ik ben bang dat dat ten koste gaat van de individuele aandacht.’ ‘Het is goed om deze jongens ’s ochtends eerder uit hun kamer te halen dan de rest,’ vindt Van der Veen. ‘Het is belangrijk om te weten hoe ze de nacht zijn doorgekomen.’

Een andere zorg is de situatie ’s nachts. Vier personeelsleden, 120 jongeren, wat te doen als het op een meerpersoonskamer escaleert? ‘De deuren mogen in geen geval open,’ aldus Vink. ‘Het enige dat we kunnen doen, is het calamiteitenteam of 112. Anderzijds, een van de jongens kan zelf bellen zodat er actie ondernomen kan worden, in tegenstelling tot wanneer iemand alles zit.’

Van Goch maakt zich net zoals zijn collega in Eikenstein zorgen over het financiële aspect. ‘Plaatsingsdruk zorgt ervoor dat je misschien inboet op de strenge criteria.’ Romkema: ‘Ik moet uitkijken dat financiën geen rol gaan spelen bij het bezetten van de kamers.’ Of hij spijt heeft van deelname aan de pilot? ‘Soms,’ aarzelt hij. ‘We hebben het niet goed ingeschat. Maar de pilot is niet mislukt, alleen de uitkomst is anders dan we verwacht hadden.’

De namen Rachelle en Susan zijn om redenen van privacy gefingeerd.

Mariëlle van Bussel

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden