Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Geen wipkip, maar slootjespringen en kikkers vangen: De beste speelbuurt van Nederland

De Jantje Beton-actie ‘Hoe scoort jouw buurt’ heeft duizenden reacties opgeleverd. Mensen konden aan de hand van een vragenlijst hun eigen buurt beoordelen op de aanwezige speelruimte voor kinderen en jongeren. Een goede speelbuurt blijkt in de praktijk vaak een graadmeter voor een goed sociaal leefklimaat.

De wijk Park Rozendaal in Leusden is in maart uitgeroepen tot Beste Jantje Betonbuurt van Nederland. Kinderen, jongeren en ouders werden door Jantje Beton opgeroepen mee te doen aan de actie ‘Hoe scoort jouw buurt?,’ om te kijken hoe het gesteld is met de speelruimte in hun eigen buurt. Duizenden jongeren en ouders beantwoordden op de website van Jantje Beton vragen als: waar ontmoet je je vrienden? Ben je vaak buiten? Word je vaak weggestuurd? Is er veel te doen? En kun je in de buurt sporten? Voor de jonge kinderen waren de vragen gericht op wat er voor hen aan voorzieningen is in de wijk en of ze er veilig alleen naartoe kunnen.

Een goede speelbuurt wordt niet bepaald door het aantal wipkippen in de wijk, maar of kinderen en jongeren zich er prettig voelen. Henk Kasbergen, directeur van Jantje Beton, merkt dat speelruimtes vaak een restpost zijn bij wijkontwikkeling. ‘Andere factoren, zoals voldoende parkeerplekken en brede straten, worden eerst bepaald en als er dan eventueel nog een plekje over is kan dat ingeruimd worden voor "iets voor de kinderen". Vaak is er niet echt een plan en moet een wipkip, als je geluk hebt twee, die ruimte tot een speelplek maken. Maar als je terug denkt aan je jeugd, waar heb je de leukste herinneringen aan? Dat zijn toch vaak dingen als slootjespringen, kikkers vangen en bijvoorbeeld lekker ravotten in het park. Je wordt echt niet gelukkig van zo’n speeltoestel of een ommuurde speeltuin. In een goede speelbuurt moeten kinderen en jongeren zich vrij kunnen bewegen.’

Kinderen moeten zich volgens Kasbergen voldoende kunnen ontplooien en hun creativiteit moet de ruimte krijgen. Winnaar Park Rozendaal in Leusden, nabij Amersfoort, lijkt gemaakt voor kinderen. De wijk is tussen eind jaren zestig en medio jaren zeventig gebouwd. De 476 huizen worden eurowoningen genoemd, doordat de ligging van de aaneengesloten huizen in boogvorm van bovenaf op een euroteken lijkt. De wijk bestaat uit twaalf ‘eurostraten’ (bewoners spreken van pleinen) die door de ronde vorm allemaal een binnenruimte hebben. Deze pleintjes zijn vaak ingericht voor kinderen.

Frank Maas, bewoner van plein Bohemen, vulde de vragenlijst van Jantje Beton in en na hem volgden andere buurtbewoners. Vijf jaar geleden kwamen hij en zijn vrouw hier wonen en inmiddels is het gezin uitgebreid met een zoontje (2,5) en dochtertje (3 maanden). ‘Ik vind het hier echt bijzonder wonen,’ vertelt Maas. ‘Niet alleen kinderen kunnen in Park Rozendaal veel doen, maar het vriendelijke karakter van de wijk is ook voor volwassenen prettig. Door de opzet van de wijk heb je automatisch veel contact met elkaar. Dat zorgt voor een goed sociaal klimaat.’

Eigen eiland

Op plein Bohemen bevindt zich een mini-speeltuin voor jonge kinderen, terwijl een ander plein wat oudere kinderen en volwassenen de mogelijkheid biedt om te tafeltennissen en bij te kletsen aan een kleurige picknicktafel. Naast de voorzieningen zien de pleintjes er mooi verzorgd uit met veel planten en bomen. De wijk heeft verder een eigen zwembad en tennisbaan waar bewoners met een pasje vrij naar binnen mogen, een basketbalveld en er is een heus pirateneiland met een plank als enige toegang. Hier kunnen kinderen op hun eigen eiland in bomen klimmen, vlotten bouwen en verstoppertje spelen. Al deze voorzieningen zijn mogelijk doordat de bewoners er zelf verantwoordelijk voor zijn. Elk gezin betaalt 26 euro per maand aan de Groenstichting Rozendaal. De stichting heeft een dagelijks bestuur van vijf leden en een algemeen bestuur waarnaar alle twaalf pleinen een vertegenwoordiger afvaardigen. Van de 26 euro per huishouden financiert de stichting onder andere de beheerder, de hovenier en toezichthouders in het zwembad. Frank Maas is pleinvertegenwoordiger van Bohemen. ‘Eén keer per jaar organiseer ik een pleinvergadering waarbij we jaarstukken bespreken en kijken of alles goed gaat in de wijk. Daarnaast heb ik ook informeel veel contact met pleinbewoners zodat je weet waar behoefte aan is. Deze structuur zorgt ervoor dat mensen betrokken zijn en soms ook wat extra over hebben voor de wijk.’ Zo worden er af en toe leuke buurtactiviteiten georganiseerd en is er als hoogtepunt één keer per jaar een kampeernacht op het veldje bij het zwembad voor kinderen tot 12 jaar. Maas vindt de prijs voor Beste Jantje Betonbuurt ‘erg verdiend’. ‘Je ziet dat je hier met weinig geld veel kunt bereiken. Door de structuur van de wijk is het voor iedereen prettig wonen. Of je nu wel of niet gebruikt maakt van de voorzieningen: doordat ze er zijn, krijg je toch een speciale woonomgeving.’

Bindmiddel

Wethouder Kees de Kruijf probeert in andere wijken van Leusden dezelfde sfeer en structuur te creëren. ‘Ik kijk naar samenwerkingsvormen. Het organiseren van bewoners zorgt voor betrokkenheid en dat is nodig om een goede sfeer te creëren in een wijk. In nieuwe wijken starten we meteen een Vereniging van Eigenaren. Qua opzet en organisatiestructuur kun je een basis leggen voor een goede, kindvriendelijke en sociale buurt. In nieuwbouwwijken maken we ruimte voor hofjes, een beetje naar het idee van Park Rozendaal. Deze hofjes leggen we op logische looproutes, waar mensen elkaar tegenkomen en kinderen kunnen spelen. Ook in bestaande wijken gaan we met de structuur aan de slag. Hier hebben we wijkplatforms opgezet, waar bewoners met elkaar praten over de buurt.’

De verwachtingen over deze platforms waren te hoog gespannen. ‘Dit proces gaat met vallen en opstaan, maar ik ben ervan overtuigd dat uiteindelijk iedereen inziet dat een goed buurtcontact de sfeer in een wijk enorm verandert. We hebben overal speelveldjes voor kinderen en dat is een goed bindmiddel in de wijk. Het is tevens een middel om ook over andere zaken te praten en bewoners bij wijkontwikkeling te betrekken.’

Jantje Beton vindt dat drie procent van het bebouwde oppervlak voor speelruimte moet worden ingeruimd. Slechts de helft hiervan wordt in de praktijk gerealiseerd. Henk Kasbergen: ‘Er worden wel ruimtes gecre-ëerd, maar door de extreem strenge veiligheidsregels komt er bij speeltoestellen nogal wat kijken. Ik vind dat Nederland hierin is doorgeschoten. Wat is er mis met in bomen klimmen en vlotten bouwen? Kinderen moet lekker buiten kunnen spelen. Dat is goed voor hun motoriek, je voorkomt dat ze te dik worden en ze leren ervan. Nu sluiten veel speeltuinen omdat er geen budget is om de benodigde veiligheidsaanpassingen te doen.’

Ester Mijnheer

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden