Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Gezinsvoogden vogelvrij na inspectierapport over de zaak-Savanna: ‘De heiligverklaring van het gezin is doorgeschoten’

‘Savanna is géén incident,’ meent hoogleraar Jo Hermanns. ‘Gezinsvoogden zijn vogelvrij als ze strafrechtelijk vervolgd worden,’ waarschuwt Hilda de Jong van de belangenvereniging voor jeugdbeschermers. Het vernietigende inspectierapport in de ‘zaak-Savanna’ heeft de rol van de gezinsvoogden weer ter discussie gesteld. Kunnen de gezinsvoogden hun taak nog uitvoeren tegenover de macht en de onwil van ouders?

Doodgestoken, gebroken nek, verdrinking, verstikking, schedel ingeslagen. Twaalf kinderen van twee weken oud tot negen jaar, die bij een Advies- en Meldpunt Kindermishandeling bekend waren, is de schokkende score in 2003. Het tv-programma Zembla heeft een lijst samengesteld van overleden mishandelde kinderen: 59 kinderen in de afgelopen vier jaar. Zembla maakte de lijst op basis van krantenberichten, want het wordt niet geregistreerd. Kun je dan nog van incidenten spreken, vraagt Jo Hermanns zich af. Hij is psycholoog en hoogleraar algemene opvoedkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hermanns heeft via de AMK’s een inventarisatie ontvangen van kinderen die zijn overleden aan de gevolgen van mishandeling. Na melding bij een AMK, dus bekend bij hulpinstanties. Een macabere lijst met namen, data en doodsoorzaken van mishandelde kinderen is het bewijs van zijn stelling dat Savanna geen incident is in de jeugdbescherming.

Uit het rapport van de Inspectie voor de Jeugdzorg, die het hulpverleningsproces aan Savanna heeft onderzocht, blijkt dat zowel de betrokken gezinsvoogd als het Bureau Jeugdzorg tekort zijn geschoten in handelen, toetsen en controle. De betrokken gezinsvoogd wordt zelfs aan een justitieel onderzoek onderworpen. Wat is er mis met de jeugdbescherming in Nederland?

De macht van de gezinsvoogden is de afgelopen twee decennia afgekalfd, vertelt Mieke Komen. Zij is pedagoge, werkzaam bij de sectie Criminologie bij de Universiteit Utrecht en heeft onderzoek gedaan op basis van ruim tweehonderd justitiële kinderbeschermingsdossiers tussen 1960 en 1999. Haar conclusie is dat vanaf de jaren tachtig kinderbeschermers een toenemende machteloosheid laten zien in hun optreden naar cliënten, vooral in zeer complexe zaken. De oorzaak zoekt Komen in de versterking van de rechtspositie van ‘justitiabelen’ en in veranderende opvattingen over hulpverlening. ‘Er wordt meer naar de cliënt geluisterd, meer gemotiveerd, meer aangesloten bij de behoeften van ouders en kinderen.’

Ouderlijke macht

Mieke Komen stelt dat kinderbeschermers besluiten over ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing lang aanhouden. ‘Wij zijn aan veel regels gebonden en moeten een langdurig traject doorlopen voor we toe komen aan concreet handelen,’ werpt Hilda de Jong tegen. Zij is vice-voorzitter van BMJ, de Belangenorganisatie voor Medewerkers in de Jeugdbescherming en jeugdreclassering, en zelf gezinsvoogd in Groningen. De Jong schetst het traject: overleg in het multidisciplinair team, het hulpplan opstellen, indicatiebesluit aanvragen, overleg met ouders, die het in tachtig procent van de gevallen niet eens zijn met de aanpak en een advocaat inschakelen, waarna het multidisciplinaire team weer overlegt. ‘We hebben bovendien geen andere sanctiemogelijkheden tegenover ouders dan uithuisplaatsing,’ verklaart De Jong.

Kinderrechter Cees de Groot van het arrondissement Rotterdam vindt dat de gezinsvoogden te veel verantwoordelijkheid hebben. ‘Daartoe is besloten toen tien jaar geleden de ondertoezichtstelling is gewijzigd. Het beleid zou voortaan geheel onder verantwoordelijkheid van de jeugdhulpverlening vallen. Gezinsvoogden moeten hulp verlenen, beslissingen opleggen aan onwillige ouders en die besluiten ook nog eens uitvoeren. Dat werkt niet, want ouders zullen altijd de voogd onder druk zetten zodat het kind weer bij hen terug komt. De kinderrechter moet besluiten kunnen opleggen in een gezin, zodat de gezinsvoogd zijn handen vrij heeft.’

Al jaren roepen de gezinsvoogden dat zij hun werk niet goed kunnen doen omdat ze een te hoge caseload (aantal gezinnen) hebben, ze komen gemiddeld een keer in de vijf tot zeven weken in het gezin. Woedend is de beroepsgroep op minister Donner, die geen geld wil uittrekken voor de invoering van ‘het Deltaplan’. In deze methodiek wordt de caseload omlaag gebracht naar maximaal vijftien gezinnen, er wordt gewerkt met concrete doelen en er wordt minder gerapporteerd. Aangetoond is dat met deze werkwijze twee keer zoveel zogeheten multiproblemgezinnen vooruitgang boeken in het overwinnen van hun problemen.

Jo Hermanns vindt de verontwaardiging van de gezinsvoogden terecht. ‘Het is een wetenschappelijk bewezen succesvolle methodiek. Als de minister daar geen geld voor wil uittrekken, dan moet de overheid niet met de vinger naar de gezinsvoogdij wijzen als er weer iets mis gaat.’

Is de macht van ouders niet te groot is als het gaat om de besluitvorming over de kinderen? De gezinsvoogden hebben als enige sanctiemiddel de uithuisplaatsing, maar dan moet de situatie toch al goed uit de hand lopen wil de kinderrechter dat goedkeuren. Hilda de Jong pleit voor meer juridische mogelijkheden om kinderen tijdelijk uit huis te halen, zodat de gezinsvoogd in een neutrale situatie onderzoek kan laten doen naar de situatie in het gezin. Dat houdt dus een beperking van de beroepsmogelijkheden van ouders tegen in. ‘De kinderrechter kan achteraf toetsen of zo’n besluit gerechtvaardigd is.’

Vertroebelen

Het probleem volgens Hermanns is dat gezinsvoogden veel te lang hopen op resultaten van de hulpverlening. ‘De gezinsvoogd wil graag dat een kind bij zijn ouders blijft. In Nederland is het gezin heilig, daarin zijn we doorgeschoten. Veel kinderen horen niet bij hun ouders, omdat zij niet goed voor hun kinderen kunnen zorgen. Uitgangspunt moet zijn of de situatie in het gezin verbetert. Als dat binnen zes maanden, maximaal een jaar niet gebeurt, zoekt de gezinsvoogd naar een andere opvoedingsmogelijkheid voor het kind. In een pleeggezin of in het sociaal netwerk rondom het kind of een combinatie daarvan.’

Uit het inspectierapport over Savanna blijkt dat de gezinsvoogd ‘zich in haar toezicht op Savanna steeds heeft laten leiden door het perspectief van de moeder’. Staan gezinsvoogden te dicht bij het gezin, waardoor zij geen goede beslissingen nemen? Kinderrechter De Groot vindt dat in de eerste plaats het besluit tot terugplaatsing van kinderen niet bij de gezinsvoogd mag liggen. ‘De gezinsvoogd neemt besluiten met de druk van de ouder op zijn nek. Zijn rapportages onderbouwen zijn eigen besluit. De Raad van de Kinderbescherming toetst achteraf, dat is mosterd na de maaltijd. Het besluit tot terugplaatsing zou als verzoek van de ouder vooraf ter beslissing aan de kinderrechter voorgelegd moeten worden.’

De gezinsvoogd gaat een nauw samenwerkingsverband aan met de ouder. ‘Dat kan de inzichten vertroebelen,’ erkent gezinsvoogd Hilda de Jong. ‘Wij werken met emoties, dan kun je in zo’n gezin gezogen worden. We worden geschoold om dit soort situaties te weerstaan. Bovendien zijn het teamoverleg en de multidisciplinaire vergaderingen er voor om je op het goede spoor te houden. Je moet met mensen kunnen werken die heel verkeerde dingen doen. Als professional mag je geen aversie ontwikkelen, omdat je ook met die vader moet samenwerken die zijn dochter heeft misbruikt. Dat kind houdt van die man en wij kunnen het kind niet helpen als we niet met de vader kunnen werken.’

De huidige situatie van de jeugdbescherming is niet houdbaar. Kinderen worden slachtoffer van drama’s die voorkomen hadden kunnen worden. De Tweede Kamer wil maar weer een onderzoek instellen naar het functioneren van de jeugdzorg. ‘Nou, dat is denk ik wel bekend,’ vindt Jo Hermanns. ‘Ik heb voorgesteld een parlementair onderzoek te doen naar het beleid dat is gevoerd ten opzichte van de jeugdzorg. De staatssecretaris van VWS en de minister van Justitie zijn verantwoordelijk.’ Het systeem van jeugdbescherming voldoet niet, zegt Hermanns, dus dat moet veranderen. Daar heeft hij ook ideeën over. ‘Uitgangspunt is een intensieve pedagogische thuishulp, die vast in het gezin is en de benodigde hulpverlening bij het gezin haalt.’

De Jong vindt een onderzoek niet verkeerd, vanwege het leereffect. ‘Maar incidenten zoals bij Savanna zijn nooit uit te sluiten.’ De Jong is onthutst over het gerechtelijk vooronderzoek naar de gezinsvoogd van Savanna door het openbaar ministerie. De beroepsgroep wordt vogelvrij verklaard. Ik heb zo vier zaken liggen waarvoor ik dan niet meer de verantwoordelijkheid kan nemen.’

Carolien Stam

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden