Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Incidenteel succes in problematische opvang van daklozen tot 25 jaar: Goochelen met zwerfjongeren

Opnieuw becijferde de Algemene Rekenkamer dat het aantal zwerfjongeren in Nederland is gestegen. Gebrek aan samenwerking, begeleiding en structurele financiering en een tekort aan opvangcapaciteit staan een effectieve aanpak in de weg. Ondertussen boeken opvangprojecten-nieuwe stijl succes, maar die initiatieven zijn er mondjesmaat. ‘Gemeenten besteden steeds minder geld aan opvang en begeleiding van zwerfjongeren.’

Voor het derde achtereenvolgende jaar constateerde de Algemene Rekenkamer afgelopen december een stijging van het aantal zwerfjongeren in Nederland. Het officiële cijfer ligt nu net onder de vijfduizend. Voor minder dan een op de tien zwerfjongeren is opvang beschikbaar. En de opvangcapaciteit is ook nog eens beperkt tot een aantal grote steden. Slechts 13 van de 43 zogeheten centrumgemeenten beschikken over pensions voor zwerfjongeren.

Belangenorganisaties Federatie Opvang en Stichting Zwerfjongeren Nederland eisen dat het aantal opvangplaatsen snel stijgt. Ook zijn er meer begeleiders nodig die zwerfjongeren snel en efficiënt aan scholing, werk en woonruimte helpen. Want de praktijk wijst uit dat ‘de doorstroming’ onder intensieve begeleiding goed werkt.

Lappendeken

In Leeuwarden heeft het Huis voor Jongeren sinds de start in november 2003 tien jongeren succesvol naar zelfstandigheid geleid. ‘Dat lijkt niet veel,’ zegt projectcoördinator Lucy Visser, ‘maar we hebben twintig bedden beschikbaar en zijn amper een jaar onderweg.’

De aanpak in Leeuwarden draait om de wensen en idealen van jongeren, vertelt Visser. ‘Zwerfjongeren zijn behoorlijk verslagen als ze bij ons binnenkomen. Ze zitten middenin een negatieve spiraal. Ze gaan niet naar school, hangen veelal in coffeeshops, hebben schulden en kunnen niet terugvallen op ouders, die vaak gescheiden leven. Bovendien hebben ze geen al te hoge pet op van de hulpverlening. In de eerste weken gaan we in gedachten met ze terug naar de tijd voordat ze met problemen werden geconfronteerd. We vragen bijvoorbeeld "wat wilde je als tienjarig jongetje of meisje worden?" We proberen eerst vertrouwen te winnen en structuur en ritme in hun leven aan te brengen.’

Huis voor Jongeren werkt kortdurend en intensief naar zelfstandigheid. Visser: ‘In minimaal zes weken tot maximaal zes maanden moet uitzicht zijn op een volgende fase die kan bestaan uit het herstellen van relaties met familie of vrienden, het oppakken van een opleiding of zoeken naar werk en woonruimte.’ Om een vlotte doorstroming mogelijk te maken is er samenwerking en regulier overleg met ‘ketenpartners’ als het regionale meldpunt schooluitval, politie, verslavingszorg, ggz en woningbouworganisaties. Visser spreekt van ‘een heel solide netwerk’.

‘Wonen, leren en werken vanuit een en dezelfde plek, ondersteund door een persoonlijke coach, is precies waar zwerfjongeren behoefte aan hebben,’ meent Marc Noom, sociaal wetenschapper en vice-voorzitter van de Stichting Zwerfjongeren Nederland (SZN). Vanaf 25 januari voert SZN landelijk campagne om de bekendheid van het zwerfjongerenprobleem te vergroten en om de noodzakelijke middelen voor nieuwe opvang te vergaren. Integraal en intensief zijn volgens Noom sleutelwoorden bij een succesvolle aanpak. ‘Voor de meeste jongeren is het vallen en opstaan. Daarom is het nodig dat begeleiding 24 uur per dag beschikbaar is in een vertrouwde omgeving, net als in een goed lopend gezin. Er zijn nog niet zo heel veel opvanghuizen die deze stevige basis bieden.’

De reguliere zorg voor zwerfjongeren is opgedeeld in zorg voor en zorg na het achttiende levensjaar. De hulpverlening aan jongeren tot 18 jaar is de taak van de jeugdzorg en valt daarmee onder de regie van de provinciale overheid. Vanaf 18 jaar zijn de centrumgemeenten verantwoordelijk voor opvang. Een ongelukkige structuur die vooral de jongeren zelf opbreekt. Visser van Huis voor Jongeren: ‘Je wilt voorkomen dat iemand die vlak voor zijn achttiende goed op weg is, na zijn achttiende in de crisisopvang terechtkomt tussen veertigers die de moed en hoop op verbetering van hun leefsituatie al lang hebben opgegeven.’ Ook Noom ervaart de huidige tweedeling als een barrière. Hij pleit er voor dat de leeftijd van zwerfjongeren binnen de jeugdhulpverlening wordt opgehoogd tot 25 jaar. ‘Jongeren die na veel tegenslag weer aansluiting zoeken bij de maatschappij moet je niet halverwege overplaatsen naar een bed, bad en brood-regime van bijvoorbeeld het Leger des Heils.’

Samenscholen

Om de risicovolle overgang tussen jeugdzorg en volwassenenopvang te omzeilen, werkt Huis voor Jongeren al met jongeren tot 25 jaar. Ook pension Spaarnezicht in Haarlem werkt net als de zes overige ‘Zichtpensions’ met een vergelijkbare methodiek als het Friese initiatief. Elisabeth Langeler van Spaarnezicht, dat dertig bedden ter beschikking heeft: ‘Van de naar schatting honderd zwerfjongeren die jaarlijks bij ons aan kloppen, helpen wij zeker de helft goed op weg. Dit betekent minimaal dat ze van hun harddrugverslaving af zijn en niet langer crimineel gedrag vertonen. In het gunstigste geval wonen ze zelfstandig, volgen onderwijs of hebben een baan.

Ook Direkshon, gebaseerd op de Experimentele Regeling Opvang en Integratie voor Antilliaanse Jongeren van het ministerie van Justitie, werkt met een aanpak waarbij alle mogelijke betrokken instellingen bijdragen aan het resultaat. Maar zoals bij veel van de initiatieven op de versnipperde lappendeken van de Nederlandse jeugdzorg: de financiering was tijdelijk, structurele ondersteuning ontbreekt. Eind vorig jaar werd Direkshon feestelijk opgeheven.

Het gebrek aan structurele financiering is naast gebrek aan opvangcapaciteit en begeleiding een volgend probleem van de zwerfjongerenproblematiek. ‘Veel opvanghuizen goochelen met geld om de begroting sluitend te krijgen,’ weet Marc Noom. ‘Voor de jongeren die bij ons binnenkomen, kunnen wij, dankzij onze bemiddeling, vanaf hun achttiende al gauw een AWBZ-geld inzetten,’ meldt Visser.

Rina Beers, beleidsmedewerker zwerfjongeren bij de Federatie Opvang stelt: ‘Als we in Nederland minder strikt met de AWBZ zouden omgaan, zou de hulpverlening aan zwerfjongeren een stuk eenvoudiger worden. De gemeenten hebben namelijk steeds minder geld voor de opvang en begeleiding van jonge dak- en thuislozen.’

Naast structurele financiering is een succesvolle aanpak van de zwerfjongerenproblematiek alleen haalbaar als alle betrokken instellingen een inspanningsverplichting aangaan en samen de schouders eronder zetten.

Echter, in veel regio’s met relatief hoge percentages zwerfjongeren ontbreekt het besef van urgentie en is de samenwerking tussen provincie en gemeenten, woningbouworganisaties, onderwijsinstellingen en werkgevers nog maar mondjesmaat op gang gekomen. En dat is barrière nummer vier. In groeistad Almere kunnen ontspoorde jongeren boven de achttien alleen terecht in de noodopvang van het Leger des Heils. Daar zijn door de gemeente tien bedden ‘gereserveerd’ voor zwerfjongeren. ‘Terwijl recent onderzoek van de VU in opdracht van de gemeente Almere uitwijst dat gemiddeld zo’n vijftig jongeren heen en weer pendelen tussen vrienden, familie en de straat,’ zegt Hans Feddema, beleidsmedewerker op de afdeling Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling. Voor heel Flevoland is in Lelystad ‘Enkeltje Zelfstandig’, een woon- en trainingsproject voor jongeren tussen de 15 en 25 jaar. Maar voor jongeren daar onderdak vinden, hebben ze heel wat doelloos heen en weer gependeld.

Een effectieve ketenaanpak moet dan ook gerealiseerd worden, stelt Feddema. ‘Als we een snellere en betere doorstroming van wonen, scholing en werkervaring op gang krijgen, zijn we al een flink eind op weg.’

Feddema erkent overigens dat financiering van zo’n gestroomlijnde aanpak ook in Almere moeilijk wordt. ‘Het probleem is dat zwerfjongeren over het algemeen vrij onzichtbaar zijn. Daarmee lijkt het probleem ook onzichtbaar. Als de jongeren in onze gemeente elkaar opzoeken en massaal kabaal maken en overlast verzorgen, is de kans misschien groter dat er snel geldpotjes worden gevonden. Maar ik zie zwerfjongeren nog niet zo snel problematisch samenscholen.’

Michel Verschoor

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden