Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Jongeren leren normen en waarden in bloeiend verenigingsleven: Het belang van het voetbalveld

De samenleving maakt zich ernstig zorgen over de manier waarop de jeugd opgroeit. Het belang van een goede sportvereniging wordt daarbij vaak onderschat, zegt jeugdtrainer Hans Ultee van de Utrechtse voetbalvereniging DVSU. Hij ontwikkelde een methode van structuur en regelmaat. ‘Aan jongens met ernstige gedragsproblemen merk je hier niets bijzonders.’

Sprintjes trekken, overspelen, schieten op het doel. De jongens van het C1-elftal van voetbalvereniging DVSU (Door Vriendschap Sterk Utrecht) hebben het op woensdagavond maar druk. De pittige muziek die onder de training wordt gedraaid, komt uit de gettoblaster van hoofdjeugdtrainer Hans Ultee. Langs het veld staan wat ouders te kijken naar hun kinderen en gezellig te kletsen over de kwaliteiten van hun zonen. De muziek wordt overstemd door stemverheffingen van Ultee. ‘Ja, kijk dan! Je staat daar maar wat te draaien. Lopen!’ Scherpe aanwijzingen komen alleen van de trainer. Bij DVSU zul je geen ouder tegenkomen die zijn kind uitscheldt vanaf de zijlijn. Dat is niet toegestaan. En zo zijn er nog heel wat meer regeltjes. Structuur, daar draait het om bij de jeugdvereniging.

DVSU had net als veel andere amateurclubs halverwege de jaren negentig te maken met terugloop. Jeugdelftallen verdwenen en vrijwilligers waren spoorloos verdwenen. Hans Ultee zocht in 1995 een geschikte voetbalclub voor zijn zoon, maar kon er geen vinden. En dus ging hij binnen zijn eigen club DVSU aan de slag om het jeugdvoetbal weer op de kaart te zetten en een ander aanzien te geven. Met veel regels en verplichtingen voor zowel kinderen, hun ouders als de trainers is hard gewerkt aan structuur en een goede sfeer binnen de club. Voor ouders betekent dit dat hun inzet als vrijwilliger verplicht is, en voor de jeugd geldt dat ze altijd moeten komen opdagen bij trainingen en wedstrijden en dat ze zich houden aan de regels binnen de club. Elf waarden wordt ze bijgebracht: teamgeest, doorzettingsvermogen, betrouwbaarheid, leergierigheid, sportiviteit, optimisme, eerlijkheid, bescheidenheid, hulpvaardigheid, netheid en enthousiasme.

Ultee begon in 1995 met één jeugdelftal en tien kinderen. Nu zijn er 210 jeugdleden en staan er 125 kinderen op de wachtlijst. Ouders zetten zich flink in om het voetbal mogelijk te maken. Ze komen bij trainingen en wedstrijden kijken, helpen bij het vervoer, maken de kantine en kleedkamers schoon. En zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Hans Ultee hanteert dezelfde aanpak die hij ook in zijn dagelijkse werk in het speciaal onderwijs toepast. ‘Tijdens trainingen en wedstrijden heb ik nooit last van jongens die zich niet aan de regels houden. Het is een wisselwerking. Ik hanteer de regels en zeg tijdens trainingen waar het op staat, maar het is wel met een goede duidelijke intentie. Ik wil van de jongeren betere voetballers maken. En dat kun je alleen door ze op hun fouten te wijzen en goede dingen te belonen.’

De truc van DVSU is dat ouders en kinderen de regels niet pas uitgelegd krijgen op het moment dat er iets mis gaat, maar van tevoren. Tijdens een soort intakegesprek krijgen toekomstige leden en hun ouders te horen wat de regels binnen de club zijn. Als ze akkoord gaan, dan kunnen ze bij de club komen. Zijn ze het er niet mee eens, dan kan het kind niet lid worden. ‘Doordat je deze regels heel duidelijk uitlegt, kun je een kind er ook op aanspreken. Er wordt hier vrijwel nooit gescholden of gevloekt. Gebeurt dat wel, dan hebben ze een probleem.’

Zelfvertrouwen

‘Een vereniging is voor jongeren heel belangrijk,’ zegt Ultee. ‘Bij problemen rond het opgroeien van jongeren wordt vooral gekeken naar de rol van ouders en het onderwijs. Men kijkt zelden naar de rol die het verenigingsleven in het leven van de jongeren speelt. En geloof mij maar, voetbal is heel belangrijk voor ze. Jongeren zijn gemiddeld zeven uren per week op het voetbalveld. Daarnaast praten ze er met vriendjes over en dat geeft wel aan hoe vol ze er van zijn. Als de vereniging niet goed georganiseerd is en er is geen structuur, dan kun je bepaalde problemen niet voorkomen. De sfeer verslechtert en de jeugd haakt af, met alle gevolgen van dien. Het effect dat goed presteren in het voetbal op jongeren heeft, is erg groot. Hier kun je je zelfvertrouwen uit halen. Wij zijn er niet om problemen op te lossen, maar om ze te voorkomen. Om het maar simpel te zeggen: als je jongens hier kunt vasthouden, voorkom je dat ze op straat bushokjes in elkaar trappen.’

Via Hans Ultee komen ook veel kinderen bij de vereniging die op zijn school zitten. Zij hebben forse gedragsproblemen, maar op het veld merk je hier niets van. ‘Bij jongeren met gedragsproblemen merk je na verloop van tijd dat ze zekerder worden. Het gedrag dat ze hebben, komt vaak voort uit onzekerheid. Als ze het naar hun zin hebben en lekker met andere leeftijdsgenoten samen spelen, dan hebben ze geen behoefte aan relschoppen. Mijn filosofie is dat je gedrag makkelijk kunt beïnvloeden. Het gaat erom dat je bij een kind zoekt naar passie of aanleg voor iets. Als je dat kunt aanwakkeren, dan zal een kind er voor gaan en een uitlaatklep vinden. Door ze verantwoordelijkheden te geven, krijgen ze ook een trots gevoel.’

Eind vorig jaar kwam amateurvoetbalclub SV Blerick uit Venlo in het nieuws, omdat de club allochtonen wilde weren. De club voerde die maatregel in, omdat de ouders van allochtone voetballertjes nauwelijks of niet de handen uit de mouwen steken. Ultee herkent dit probleem. Bij DVSU houdt dat in dat er relatief weinig allochtone jongeren zijn. Bij de intake wordt immers al duidelijk wat er van ouders wordt verwacht. Ultee vindt dat jammer. In het C1-elftal zijn zes van de negentien jongeren van buitenlandse afkomst, bij de club is het totaal vijftien procent. Dat ligt bij veel andere clubs op dertig procent. Ultee: ‘Wat mij betreft mag dat wel wat meer zijn, maar ik ga de regels niet veranderen. Allochtone ouders melden zich hier wel, maar er is uiteindelijk een hoge drempel om daadwerkelijk zoveel voor de club te doen.’

Respect afdwingen

Terug op het veld. Aan het eind van de training doen de jongens van C1 nog een partijtje. Hans Ultee staat op doel en geeft tevens aanwijzingen. Al vanaf het begin van de training staan Theo Peeters en Clara van Foreest bij de training van hun zoon te kijken. Het is inmiddels licht gaan vriezen, maar dat zijn ze gewend. Zoon Lukas (15) heeft in zijn functie als hulptrainer zojuist een E-elftal getraind en zoon Felix (12) heeft een oefentraining bij de C1. Theo Peeters: ‘Om onze zonen hier te laten spelen, was een bewuste keuze. Door de structuur en goede organisatie weet je waar je aan toe bent. Ook de serieuze aanpak trok ons aan. Je komt hier tenslotte om te voetballen.’ Ze komen woensdags na hun werk altijd bij de training kijken. ‘Het is hier gezellig, maar bovendien vinden we het ook leuk om de ontwikkeling in het spel van onze kinderen te zien.’

Van Foreest vindt het opmerkelijk dat egoïsme in het spel van de DVSU-leden ontbreekt. ‘De regels werken, dat zie je aan de teamgeest. Lukas speelt hier vanaf zijn achtste. We hebben toen een soort intake gehad, om te kijken of het van beide kanten klikte. Na dat gesprek wisten we ook meteen wat de club van ons verwacht en wat we van de club kunnen verwachten. De regels die we hier hebben zijn niet bijzonder, maar het gaat er vooral om dat ze strikt worden nageleefd.’ Ondanks het feit dat ook in de elftallen van hun zoons jongeren met gedragsproblemen zitten, is de sfeer volgens de ouders goed. Peeters: ‘Als er wat is, dan worden de jongens goed opgevangen. Ze weten waar ze aan toe zijn en die structuur zorgt er voor dat ze zich hier ook echt bezighouden met voetballen. Ze hebben helemaal geen tijd om zich met andere dingen bezig te houden.’

Andere clubs hebben inmiddels interesse getoond in de methode en ook de KNVB heeft de methodiek erkend. Onlangs is het boekje ‘De Elf en Jijzelf’ verschenen, waarin de visie van Hans Ultee in leuke verhaaltjes staat verwoord. Ultee hoopt, dat als hij ooit naar een andere club gaat, het werk goed wordt overgenomen door een ander. Andere clubs raadt hij aan om samen te werken met een jongeren- of buurtwerker. ‘Ik heb ervaring met deze jongeren. Heb je dat natuurlijke overwicht niet en weet je niet hoe je het aan moet pakken, dan zou ik de hulp inschakelen van een professional. Alleen de regels uit het boekje kopiëren heeft geen zin. Pas als je altijd eerlijk en strikt bent, krijg je respect. Als het goed gaat zeg ik dat, en gaat het slecht, dan laat ik het ook weten. Je moet erop letten dat je bij iedereen dezelfde aanpak hanteert. Dan verdien je op een gegeven moment vanzelf respect.’

Ester Mijnheer

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden