Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Bezuinigingen jeugdbescherming en jeugdinrichtingen: Jeugdzorg: meer met minder

De gezinsvoogdij en de justitiële jeugdinrichtingen (jji’s) moeten geld inleveren: 8,1 procent versus 16 procent. Aan de andere kant krijgen de jji’s er geld voor zeshonderd extra plaatsen bij. Ook krijgt onder meer de lokale ondersteuning aan jeugdigen en gezinnen met problemen een financiële injectie. En natuurlijk is er de invoering van de nieuwe Wet op de Jeugdzorg per 1 januari 2005.

Op 1 Januari 2005 wordt de Wet op de Jeugdzorg van kracht. De cliënt krijgt recht op jeugdzorg en ook zeggenschap in de hulpverlening: hij moet instemmen met de indicatie en met het hulpverleningsplan. De hulpverlening moet vraaggericht zijn: een passend en samenhangend hulpverleningsaanbod wordt geboden. En er is één toegangspoort voor: Bureau Jeugdzorg. Maar de bureaus worden al geconfronteerd met wachtlijsten en een bezuiniging van acht procent.

Dus moeten de bureaus doelmatiger werken, vindt staatssecretaris Ross, om op die manier met ‘dezelfde middelen meer cliënten te helpen.’ Om die doelmatigheid te stimuleren, is deze zomer de zogenoemde jeugdzorgbrigade onder voorzitterschap van Frank de Grave in het leven geroepen. Die gaat op zoek in het land naar ‘onnodige bureaucratie’ en moet daar iets aan te doen.

Verder is reeds dit jaar vier miljoen (tot en met 2006) ingezet om de kwaliteit en doelmatigheid in de jeugdzorg te verbeteren. Het gaat om tijdelijke projectsubsidies: zo wordt een nieuw financieringssysteem voor de jeugdzorg voorbereid dat per 1 januari 2007 moet ingaan. Ook komt een normprijsonderzoek. En er worden criteria ontwikkeld voor indicatiestelling. De jeugd-ggz krijgt van het ministerie 25 miljoen euro mee om zich bij de Bureaus Jeugdzorg te voegen.

Strijdigheid

De justitiële jeugdinrichtingen (jji’s) moeten zestien procent bezuinigen. De MOgroep vindt dat onverantwoord. ‘Want om dit te realiseren stelt minister Donner onder meer voor om de dagbehandeling te verkorten en te experimenteren met meerdere kinderen op één cel.’ Ondertussen presenteren Justitie en VWS begin 2005 wel een plan met alternatieven voor jeugdigen die nu in crisisopvang in een jji verblijven terwijl ze daar niet thuishoren. De MOgroep juicht het toe wanneer gedragsgestoorde jongeren die in een jji zijn opgenomen behandeld kunnen worden, maar constateert dat ‘het ministerie van VWS conform het hoofdlijnenakkoord in de Jeugdzorg investeert, terwijl het ministerie van Justitie, in strijd met dit akkoord, fors bezuinigt op kinderen met dezelfde ernstige gedragsproblemen.’

Ook gaan de ministeries van VWS en Justitie de samenwerking tussen strafrechtinstanties, jeugdzorg en lokale opvoedings- en gezinsondersteuning stimuleren. Er moet betere afstemming tussen de verschillende instanties komen. VWS trekt geld uit - reeds dit jaar ingezet - voor opvoedings- en gezinsondersteuning: 3,4 miljoen in 2004 oplopend tot 15 miljoen in 2007. Preventie van ontwikkelingsachterstand, voortijdig schoolverlaten en criminaliteit moet daarmee tot stand worden gebracht.

Beloftes

Ondanks alle bezuinigingen willen de regeringspartijen tien miljoen toevoegen aan het jeugdzorgbudget. Maar waar die miljoenen aan besteed moeten worden, is niet duidelijk. Het bedrag komt - wellicht niet toevallig - bijna overeen met de bezuiniging van acht procent die het ministerie van Justitie wil doorvoeren op de ‘doeluitkering aan provincies’ voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. Om de uitvoering van het werk te ontzien, heeft minister Donner bedacht dat de ondertoezichtstellingen (ots) en de uithuisplaatsingen (uhp) wel eerder beëindigd kunnen worden. Sneller stoppen met begeleiding betekent sneller nieuwe cliënten helpen. De gezinsvoogden hoeven zo niet hun caseload - het aantal cliënten per gezinsvoogd - te verhogen.

De uitvoerende hulpverleners denken daar heel anders over. ‘Wil je ots eerder beëindigen, dan moet je in ieder geval meer tijd krijgen voor begeleiding,’ weet Tom Molenaar, zelf gezinsvoogd en voorzitter van de belangenvereniging van medewerkers jeugdbescherming en jeugdreclassering (BMJ). Minister Donner zet de wereld op zijn kop, vindt Molenaar. ‘De minister moet eerst maar eens werk maken van de uitvoering van het Deltaplan jeugdbescherming, dat enkele jaren geleden is afgesproken, zegt Molenaar. ‘De caseload zou omlaag gaan naar één op vijftien. Nog steeds zitten de meeste gezinsvoogden op twintig cliënten en meer. Slechts zeventien procent van onze tijd kunnen we aan begeleiding van de cliënt besteden, blijkt uit onderzoek. Hoe moeten we dan cliënten eerder uit de ots halen?’ Voor uithuisplaatsingen geldt hetzelfde, zegt Molenaar. ‘Dat kan je pas beëindigen als de behandeling in tehuizen is afgesloten. Die zitten met hun eigen problemen, bijvoorbeeld een tekort aan gekwalificeerde groepsleiders.’

Met doelmatiger werken, zoals de staatssecretaris wil, lossen de wachtlijsten niet op. Dat zegt Martin Dirksen, directeur van Bureau Jeugdzorg Overijssel. ‘Die kan ik bekorten door de openingstijden van de meldpunten kindermishandeling te beperken of een eigen bijdrage te vragen voor hulpverlening. Maar dat is niet de zorg die we willen leveren.’

Door betere afspraken te maken, meer gestandaardiseerde werkprocessen door te voeren en meer gebruik te maken van wetenschappelijk bewezen methodieken, is er volgens Dirksen best doelmatiger te werken. Maar er zit een grens aan, stelt hij. ‘Het gaat om de vraag wat een redelijk niveau van zorg is dat we willen handhaven. Als justitie acht procent bezuinigt, gaat de caseload omhoog. Het effect zal averechts zijn, want omdat er te weinig tijd is voor begeleiding en toezicht is de kans dat kind en gezin afglijden juist groter.’

‘Geef ons de tijd verbeteringen door te voeren,’ zegt Dirksen over de nieuwe Wet op de Jeugdzorg. Nu al roepen dat het systeem niet zal werken, is volgens hem voorbarig. ‘Het effect is niet volgend jaar al direct te meten.’

Carolien Stam

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden